Traumatherapie: Eerste hulp bij nare dingen

Traumatherapie: Eerste hulp bij nare dingen

Echtscheiding, een inbraak, een verkeersongeluk: het kan iedereen overkomen. De impact ervan op kinderen is vaak groot. Hoe kunnen ouders dat het beste begeleiden?

Op die druilerige septemberdag, nu anderhalf jaar geleden, waren Saskia Smit en haar gezin op weg naar huis na een dagje Blijdorp. Plotseling probeerde een auto die rechts van hen reed, voor hen in te voegen.

De auto met het gezin Smit - vader die achter het stuur zat, moeder, Kirsten (2) en Sebastian (7) - remde uit alle macht af, maar kon niet voorkomen dat de invoegende auto hen keihard in de flank raakte. Tollend schoof hun auto drie banen naar rechts en belandde in de vluchtstrook.

Saskia Smit, terugkijkend: ‘Ik draaide me meteen om naar de kinderen. Kirsten keek alsof we een goede grap hadden uitgehaald. Ze was nog te klein om te beseffen waaraan we ontsnapt waren. Sebastian was zo wit als een doek. In zijn handen had hij nog de strandbal die hij op weg naar huis had proberen leeg te drukken. Die bal had gediend als airbag en dat was zijn redding. Hij was door de klap met zijn hoofd tegen de voorbank geslagen en had nu alleen maar een gekneusde neus. Mijn man en ik mankeerden vrijwel niets. Als verdoofd hebben we de komst van de politie en de ambulance afgewacht.’

Eenmaal thuis pakten ze zo snel mogelijk de draad weer op. De kinderen, doodmoe van alle commotie, werden in bed gestopt en sliepen meteen. Saskia bleef de volgende dag als enige een dagje thuis, om bij te komen en het nodige te regelen. De kinderen gingen gewoon naar school. Wel had ze de leerkracht ingelicht over het ongeluk. ‘Sebas heeft er in de klas over verteld. Ik denk dat dit erg goed voor hem is geweest. Hij kon nu zelf zijn verhaal kwijt, en iedereen wist wat er was gebeurd zodat ze het zouden begrijpen als hij de komende tijd wat afwezig was. Hij heeft het allemaal goed verwerkt. Op nachtmerries hebben we hem niet kunnen betrappen. Hij is ook niet bang geweest om weer in een auto te stappen. Direct na het ongeluk wilde hij precies weten wat er was gebeurd, en hij heeft ook heel precies de auto bekeken, vooral de zijkant waar de deuk zat. Dat nam hij allemaal zorgvuldig in zich op. De weken erna was hij vooral bezig het ongeluk te analyseren. Hij heeft het ook vele malen nagespeeld met zijn autootjes.’

Zo hoeft een bijna-rampzalige gebeurtenis geen traumatische gevolgen voor de kinderen te hebben, vooral niet als die, zoals Sebastian, van nature nuchter en onderzoekend zijn en begrijpen wat er is gebeurd.

Veiligheid en bescherming

Ilse Vande Walle traint bij Slachtofferhulp Nederland vrijwilligers die hulpverlening bieden aan kinderen na een dramatische gebeurtenis, zoals een inbraak of een auto-ongeluk. ‘Na een akelige ervaring is het belangrijk dat ouders in eerste instantie veiligheid en bescherming bieden. Ben je zelf nog te overstuur, zorg er dan voor dat er mensen zijn met wie je kunt praten. Je hoeft je niet stoerder voor te doen dan je bent, daar prikken kinderen zo doorheen, maar let er wel op dat de kinderen jou niet hoeven op te vangen, ook niet als ze al wat ouder zijn. Dat is te belastend voor ze. Behalve veiligheid bieden is het raadzaam de dagelijkse structuur te handhaven. Laat de kinderen de volgende dag, als het even kan, gewoon naar school gaan, maar licht wel de leerkracht in. Wat dat betreft hebben de ouders van Sebastian het goed aangepakt door dit zo te doen.

Een ander belangrijk punt om je kinderen te helpen, zeker bij kinderen vanaf zo’n jaar of 5, is ze zo eerlijk mogelijk te vertellen wat er is gebeurd. Ga niet voor hun bestwil liegen en geef concrete antwoorden. Als er bijvoorbeeld na een inbraak bloedsporen op een kapot raam te zien zijn en je zoon vraagt hoe dat komt, zeg hem dan dat de inbreker daar geprobeerd heeft naar binnen te komen. Als je de waarheid achterwege laat zal de fantasie, zeker van jonge kinderen, op hol slaan en dat zal de verwerking niet ten goede komen.

Daarom adviseren wij ook vaak om kinderen de gebeurtenis te laten natekenen of zelfs om het na te spelen. Zo krijgt het een plaats.

Bij Slachtofferhulp merken we dat het merendeel van de kinderen zo’n éénmalige gebeurtenis goed verwerkt en er dus zonder kleerscheuren doorheen komt.’

Positieve aandacht

Pien Blijdorp is onderwijzeres op de Anton Piekschool in Wageningen. Ze geeft les aan groep 1 en 2 en begeleidt daarnaast als remedial teacher kinderen met leer- en sociaal-emotionele problemen. In die hoedanigheid heeft ze regelmatig te maken met kinderen die iets ingrijpends hebben meegemaakt. ‘Als een kind ergens mee zit, merk ik het meteen. Met de jaren krijg je daar een zesde zintuig voor. Als een kind het moeilijk heeft en hij kan er niet over praten, zorg ik dat ik even met hem alleen kan zijn. Ik laat hem bijvoorbeeld iets halen in het magazijn, en dan kom ik hem na en zeg: ‘Je hebt het moeilijk, hè?’ Dan komt zo’n kind wel los. Daarna komen de verhalen over erge dingen die ze hebben meegemaakt. Een huisdier dat dood ging, een moeder die een zware operatie moest ondergaan. Al pratend komen we erachter dat je aan sommige erge dingen iets kunt doen, aan andere niet. Ik eindig zo’n gesprek altijd positief. Hoe erg dingen soms ook zijn, je kunt er altijd een mooie tekening of een mooi gedicht over maken.’

Wat kunnen ouders zelf doen om hun kind te helpen? Blijdorp: ‘Positieve aandacht geven. Het kind in de gaten houden, niet overdreven, maar wel goed opletten of het gespannen is. Ouders kunnen thuis hetzelfde doen als ik in mijn les: gebruikmaken van het geweldige vermogen van een kind om spelend de nare dingen te lijf te gaan. Laat ze een tekening maken of het ongeluk met poppen of knuffels naspelen. En als ze vragen stellen: antwoord zo eerlijk en duidelijk mogelijk. Hou rekening met het niveau en de leeftijd, maar neem vragen en opmerkingen wel serieus. Een kind merkt het meteen als je iets verdoezelt.’

Jarenlang bang

De huisarts van de familie Jansen adviseerde vooral niet te veel aandacht te besteden aan de klachten van zoon Ben van bijna 4. Enkele maanden eerder was er bij hen thuis ingebroken en Ben bleef bang voor dingen die hem vóór de inbraak geen angst inboezemden. Moeder Marie-José vertelt: ‘We waren naar de tennisbaan en hadden de babyfoon bij de buren gezet. In de loop van de avond belde de buurman om te vertellen dat er bij ons was ingebroken. Hij had gestommel in de tuin gehoord en is direct, gewapend met honkbalknuppel, gaan kijken. Even later hoorde hij glasgerinkel en was de vogel gevlogen. Toen wij arriveerden waren de agenten er al. Het was een enorme rommel en overal lag glas, ook ontbraken er een paar sieraden. Het zag ernaar uit dat de kinderen dwars door alles heen hadden geslapen. De volgende dag kwam de politie weer terug. Ben was erg bang voor ze en hield zich angstvallig op de achtergrond, maar hij zat wel met gespitste oortjes te luisteren. Mijn man en ik waren vooral opgelucht dat er niets met de kinderen was gebeurd.

Ruim een maand later, Ben zat bij mij achterop de fiets, hoorde ik hem plotseling zeggen: ‘Mam, ik heb hem gezien. Ik heb de inbreker de trap op zien gaan en ik heb net gedaan of ik sliep.’ Ik schrok me dood. Wat moest ik hiermee aan? De huisarts adviseerde me er niet veel woorden aan vuil te maken en het maar op zijn beloop te laten. Misschien fantaseerde Ben het wel, zei hij nog. Dat najaar durfde Ben niet meer naar boven en toen de Sinterklaastijd aanbrak was hij als de dood voor zwarte piet. Die hele winter bleef hij bang voor het donker. Veel later moesten we hem halsoverkop van een partijtje ophalen. Ze waren daar spookje aan het spelen en daarvan was hij vreselijk in paniek geraakt.

Het was overduidelijk dat Ben na al die tijd nog last had van die inbraak. Het werd een trauma voor hem. Donkerte en onverwachte geluiden bleef hij griezelig vinden, en dat is nog steeds zo. Je vraagt je natuurlijk af: hadden we het anders moeten doen? We hebben altijd begrip gehad voor zijn angsten en hem opgevangen als hij bang was. Maar misschien was dat te weinig. Zo rond zijn tiende was hij nog steeds een angstig kind. Toen vonden we dat hij flinker moest worden. Ben is nu 12 en hij reageert vaak nog als een echte angsthaas. Mocht hij op zijn zestiende nog last hebben, dan zoeken we professionele hulp. Hij heeft dan zijn puberteit doorgemaakt en is hopelijk zekerder van zichzelf geworden. Misschien dat hij dan uit zichzelf zijn angsten kan overwinnen.’

Ilse Vande Walle: ‘Als kinderen maanden of zelfs jaren later nog last blijven houden van een bepaalde gebeurtenis is het raadzaam deskundige hulp in te roepen, anders wordt het kind in zijn ontwikkeling belemmerd. Geef kinderen alle ruimte voor hun verwerking, maar denk niet te snel dat het weer goed is. Blijf alert. Mocht het desondanks niet overgaan, dan kun je beter te vroeg dan te laat hulp inroepen. Ouders kunnen immers ook niet alles weten.’

Duidelijkheid bij scheiding

Anders dan bij rampen van buitenaf, waarbij alleen kan worden bijgestuurd wanneer het kwaad al is geschied, hebben ouders die gaan scheiden (en dus de ramp zelf veroorzaken) zelf macht over de omstandigheden die het leed kunnen beperken. Dat begint al vanaf het moment, waarop het nieuws moet worden verteld.

Gerda de Boer, pedagoge met een praktijk voor opvoedingsondersteuning en echtscheidingsbemiddeling, kan het niet genoeg benadrukken: ‘Vertel het je kinderen zodra je zeker weten dat je de stap gaat zetten en op een moment dat je niet te emotioneel bent. Vertel het ze dan samen zo snel mogelijk en zorg ervoor dat er een plan is voor de eerstvolgende weken. Wie gaat er weg en waar naartoe? Houd dit gesprek simpel maar duidelijk, en doe het op een rustige dag, zodat ze daarna iets voor zichzelf kunnen gaan doen. Blijf in de buurt voor als ze met vragen komen. Houd de boodschap helder. Niet: papa en mama gaan scheiden vanwege een ander, dat is te verwarrend, maar bijvoorbeeld: omdat ze zo vaak ruziemaken en het niet meer kunnen goedmaken. Dat past beter bij hun belevingswereld, zeker voor kinderen vanaf een jaar of 6.’

Marjan van den Berg, moeder van Niels (6) en Madelief (3) kreeg twee jaar geleden van haar man te horen dat hij verliefd was op een ander. Die mededeling kwam als een donderslag bij heldere hemel. Niet veel later besloot haar man dat hij wilde scheiden en met zijn nieuwe vriendin verder wilde. Na een kampeerweekeind, dat hij doorbracht met de kinderen en zijn nieuwe vriendin en haar kind, vertelde ze het aan de kinderen. Haar toenmalige man, inmiddels ex, wilde daar niet bij zijn. Marjan hield de mededeling met opzet simpel: ‘Ik heb hun verteld dat papa en mama elkaar niet meer zo lief vonden en daarom niet meer samen in een huis wilden wonen. Daarna heb ik ze voorgelezen uit het prentenboek Van alles twee, een kinderboek over scheiding en co-ouderschap. Mijn zoon vond het wel een flitsend idee: twee huizen, twee bedden. Hij vertelde het op school zelfs met een zekere trots. Ik merkte in die tijd weinig aan de kinderen. Wel viel het me op dat ze gevoelig waren voor mijn stemmingen. Als ik me slecht voelde, voelden zij zich ook slecht. Vanaf dat moment zorgde ik ervoor dat ik mijn emoties bewaarde voor de avond, als ze sliepen.’

Gerda de Boer in aansluiting hierop: ‘Waak ervoor dat je kind de zorgrol overneemt. Het mag je wel eens troosten, maar laat dit geen patroon worden. Natuurlijk zal het niet altijd te vermijden zijn dat je emoties toont, maar doe dat met mate. Kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat je goed voor jezelf kunt zorgen.’

Eerlijk zijn

Ze vindt het beter een nieuwe geliefde niet te snel te introduceren. ‘Laat de kinderen aan haar of hem wennen. Trek vooral niet gelijk bij de nieuwe partner in.’ De praktijk is echter weerbarstiger dan menigeen lief is. Marjan van den Berg had te maken met een ex-man die heel snel opnieuw ging samenwonen. Marjan en de kinderen verhuisden naar een andere buurt en ze moesten naar een andere school. ‘Dat vond Niels vreselijk, die overgang. Het was ook veel tegelijk: ouders uit elkaar, een verhuizing, een nieuwe school.’

Terugblikkend vindt Marjan dat zij en de kinderen de scheiding en de periode erna ‘zo goed mogelijk’ zijn doorgekomen. ‘Het is geen drama voor de kinderen geworden, maar het is wel een nare tijd geweest. Tegen andere net gescheiden ouders zou ik willen zeggen: je mag wel laten merken dat je verdrietig bent, maar verberg de heftige emoties. Praat respectvol over de ander, ook al zou je het liefst een grote kras op zijn auto maken. Probeer ook loyaal jegens je ex te blijven. Een kind moet weten dat allebei zijn ouders van hem houden.’ Ook benadrukt ze het belang van eerlijkheid. ‘Niels bleef heel lang hopen dat het weer goed zou komen. Ik leg hem dan eerlijk uit waarom dat er niet meer in zit. Ik neem daar de tijd voor zodat hij erover na kan denken. Maar soms merk ik onverwacht dat het hem blijft bezighouden. Laatst zei hij opeens: “Als wij er niet waren geweest, dan waren papa en jij nog bij elkaar.” Dat heb ik hem meteen uit zijn hoofd gepraat. “En tóch denk ik het,” hield hij vol. Hij klonk eerder nuchter dan verdrietig.’

Voor Gerda de Boer klinkt dit niet vreemd. Het komt veel voor dat kinderen van gescheiden ouders last hebben van schuldgevoelens. Daarom moet je je kinderen heel duidelijk uitleggen, dat zij er helemaal niets aan kunnen doen. Zeg er meteen bij, dat zij er ook niet voor kunnen zorgen, dat de ouders bij elkaar blijven. Want dat denken ze ook vaak.’ De Boer ruimt in haar praktijk voor echtscheidingsbemiddeling veel tijd in voor een ouderschapsplan, waarin zorgverdeling/omgangsregeling, inboedel van de kinderen, financiën, een feestdagen- en verjaardagenplan aan de orde komen. ‘Het is voor de kinderen belangrijk dat ouders zich daaraan houden.’

Liefde, veiligheid en structuur blijken de meest essentiële zaken na een ingrijpende gebeurtenis in een gezin. Maar ook het karakter van het kind bepaalt hoe een ervaring wordt verwerkt. En dat kan alleen de toekomst uitwijzen. l

Alarmsignalen:

  1. Obsessief bezig zijn met de gebeurtenis, voornamelijk in spel
  2. Sterke verandering van gedrag, bijvoorbeeld:
    - lastig worden
    - bedplassen
    - hevige nachtmerries
    - inactiviteit
    - teruggetrokken en stil gedrag
    - piekeren en concentratieverlies

Wat helpt bij het verwerken?

  • Handhaaf zo veel mogelijk de dagelijkse structuur; dat biedt veiligheid
  • Licht de leerkracht op school in over de situatie
  • Laat het kind een inbraak of ongeluk ?naspelen of tekenen
  • Doe u als ouder niet stoerder voor dan u bent
  • Voorkom dat een kind de zorgrol overneemt
  • Geef eerlijke, concrete en heldere?informatie
  • Zorg dat er rust en tijd is om reacties te uiten
  • Geef het kind extra, positieve aandacht

Info en literatuur

  • Gerda de Boer, praktijk voor opvoedingsondersteuning en (echt)scheidings­bemiddeling. www.kinderen-echtscheiding.nl, tel. 072-502 27 62.
  • www.slachtofferhulp.nl
  • Van alles twee, voor kinderen vanaf 3 jaar, door Martine Delfos. Uitgeverij Pereboom.
  • Bang, boos, blij, een zelfhelpboek voor kinderen vanaf 6, door Trude van Waarden Producties.
Door:

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie