Zó ontwikkelen kinderen tijdsbesef

Zó ontwikkelen kinderen tijdsbesef

Wanneer krijgen kinderen besef van de tijd? Op welke leeftijd moeten ze kunnen klokkijken? En wat is dat toch met pubers en tijd (vergeten)?

4 jaar

Voor kleuters staat tijdsbeleving gelijk aan wat ze meemaakten. Ze vinden het moeilijk om te zeggen wanneer ze opa hebben gezien, maar weten vaak wel wáár dat was. De meeste 4-jarigen plaatsen gebeurtenissen binnen de tijdslijn van dagelijkse gebeurtenissen als wakker worden, ontbijten, aankleden, naar school, overblijven, naschoolse, avondeten, slapen. Vaak duiden ouders tijd dan ook aan met behulp van zo'n dagmoment: 'Nog één nachtje slapen, dan mag je naar opa en oma.' En ook de leerkrachten in groep 1 en 2 beginnen 's ochtends vaak met 'dagactiviteitenkaartjes' die laten zien hoe de dag zal verlopen, van kringgesprek tot buitenspelen en fruitpauze. Zo leren kinderen niet alleen de betekenis van begrippen als gisteren of morgen, maar ook van woorden als eerst, daarna, beginnen of tenslotte. De klok heeft - kortom - voor een kleuter nog weinig betekenis.

5 jaar

De meeste 5-jarigen kunnen tijdsbegrippen als vandaag, morgen, gisteren, straks, nu, binnenkort of zojuist goed toepassen. De helft weet of het zomer, herfst, winter of lente is. Welke dag van de week of welke maand het precies is, weten de meesten echter nog niet.

6 jaar

Vanaf 6 kunnen de meeste kinderen dagdelen (morgen, middag, avond), dagen van de week, seizoenen, maanden en jaren in de juiste volgorde noemen. Ook het klokkijken komt nu op gang. Traditioneel is op school de gewone (analoge) wijzerklok eerder aan de beurt dan de digitale. Digitale tijden zijn echter voor de meeste kinderen vertrouwder. Zowel op tv, dvd-recorder, mobieltje als pc zijn de tijden digitaal. Dat 10:25 later is dan 10:15 hebben ze al gauw door. Daarmee kunnen ze waarschijnlijk nog niet zeggen dat het kwart over 10 is, maar het herkennen en benoemen als 10 uur 15 lukt vaak al wel. Een kind dat snapt dat 19:28 betekent dat het bijna tijd is om naar bed te gaan, kan strikt genomen klokkijken.

10 jaar

In groep 6-7 zou klokkijken geen probleem meer moeten zijn, mits er op school systematisch aandacht aan is besteed. Omdat klokkijken een abstract denkniveau vereist, is er een behoorlijk intelligentieniveau voor nodig. Analoog klokkijken gaat gepaard met begrippen als 'over' en 'voor', die net als 'links' en 'rechts' voor kinderen soms lastig uit elkaar te houden zijn. Ook moeten ze verschillende maten begrijpen: 60'sten, kwarten en halven. Het vooruitkijken naar het volgende uur is soms lastig: als het tien voor half elf is, lijkt op de klok tien uur dichterbij, terwijl je wel al het woord 'elf' gebruikt. Helaas besteden veel rekenmethoden slechts af en toe aandacht aan het onderwerp klokkijken.

Pubers

Zelfs kinderen met een goed tijdsbesef ontaarden in de puberteit in belabberde planners en notoire laatkomers. Dat heeft alles te maken met een gebrek aan zelfdiscipline, iets wat bijvoorbeeld voor kinderen met ADHD of ADD een struikelblok is. Plannen heeft alleen zin als je je daaraan houdt en je gedrag bijstelt als je merkt dat iets meer tijd kost dan je dacht. Op tijd komen is vaak een kwestie van ervaring en analytisch denken: als je minstens een uur nodig hebt om op te staan, te douchen, aankleden, ontbijten en naar school te fietsen, dan betekent elke kleine tegenslag dat je te laat komt.

Met dank aan Dolf Janson, onderwijsadviseur APS (www.aps.nl)

Door:

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie