Ouderbetrokkenheid – deel 1

Het hangt in de lucht: ouderbetrokkenheid. Ik hoor het om de haverklap vallen als ik op scholen kom. Ouderbetrokkenheid is een magisch woord, het is de oplossing voor alle problemen op alle scholen. Als ouders meer betrokken zouden zijn, zouden kinderen zich sneller ontwikkelen en beter voorbereid hun toekomst ingaan.

Leraren zouden eindelijk tijd hebben om iets extra’s met de kinderen te doen, om ze nét iets meer te leren. Samen met de leerlingen zouden ze dieper in onderwerpen kunnen duiken, in plaats van altijd maar weer die verplichte lesstof door te ploegen, of oeverloos te herhalen wat niet is blijven hangen.

Maar is ouderbetrokkenheid op scholen eigenlijk altijd wenselijk?

Ik was laatst op een voorschool – een peuterspeelzaal waar extra aandacht uitgaat naar onder andere taal en de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen. De ochtend was voorbij, moeders kwamen binnen om hun kinderen op te halen. Ik ving daar het volgende gesprek op tussen een moeder en leidster:

‘En, hoe was ’t met Shirley?’

‘Helemaal prima… die gaat als een trein.’

‘Nou dat is mooi. Heeft ze echt niet lopen gillen? Als ze begint te gillen, moet je d’r gewoon een tik verkopen met een pollepel. Dat doen wij thuis ook, en dat werkt perfect.’

De peuterleidster, een type dat zelf ook niet op haar mondje gevallen is, had verbijsterd gekeken. ‘Nou, daar beginnen we hier maar niet aan, de kinderen met pollepels slaan!’

De ouder was duidelijk erg betrokken. Ze was trots dat haar aanpak succesvol was gebleken en wilde deze ervaring met alle liefde delen. Ze was zich ervan bewust dat het prettig voor jonge kinderen is als de aanpak op school en thuis goed op elkaar aansluiten, en deed een poging om de handen ineen te slaan, de krachten te bundelen. Dat er ook andere manieren zijn om kinderen te laten stoppen met gillen en dat een kind meestal niet zomaar gilt, zou deze vrouw waarschijnlijk maar met moeite van een ander aannemen.

Lastig, want van dit soort vrouwen (of mannen) wordt wel verwacht dat ze een steentje bijdragen aan de scholing van hun kinderen. Scholen verwachten van deze ouders dat ze hun kinderen met grote regelmaat voorlezen, dat ze Flip de beer in bad stoppen en daar een leuk verslag van schrijven in het dagboek van Flip, en dat ze de themawoordjes oefenen die de juf die week heeft aangeboden op school.

‘Zo jammer..,’ zeggen de leidsters dan, ‘…als je ‘s middags naar huis loopt, zie je een spoor van knutselwerken en woordenlijsten op straat liggen. Ouders geven daar gewoon niets om.’

Een andere ouder, op een andere school, was ook heel betrokken. De school had de ouders laten weten dat ze betere resultaten wilde behalen met de leerlingen. Vervolgens vertelde een jongen op school dat hij alleen zijn rapport mee naar huis wilde nemen als er goede cijfers in stonden. Kwam hij met een slecht rapport naar huis, dan moest hij voor straf de nacht doorbrengen op de keukenvloer, naast de hond. Ook vast weer heel goed bedoeld. Vader (of moeder) denkt dat hij de school echt een dienst heeft bewezen door zijn zoon voor eens en altijd duidelijk te maken dat je op school bent om je best te doen, en niet om te lanterfanten.

Ouders die niet betrokken zijn, bestaan volgens mij niet. Iedereen snapt dat kinderen naar school gaan om te spelen en te leren, om later te kunnen studeren of werk te vinden. Wie gunt z’n kind dat niet? Een veilige toekomst, met kansen om jezelf te bewijzen wat je waard bent? Dat deze kansen groter worden wanneer je er als ouder een steentje aan bijdraagt, is duidelijk.

De vraag is alleen: hoe draag jij je steentje bij? En hoe kom je erachter welke manier voor jou en jouw kind de beste is?

Reageer op artikel:
Ouderbetrokkenheid – deel 1
Sluiten