Over de streep

redactie 22 jun 2018 Blogs

Donderdagmiddag. Het begin van de les. Op de planning staat een gewone les Nederlands aan mijn mentorklas, maar mijn intuïtie besluit anders.
Ik voel en zie de spanning die er hangt tussen mijn leerlingen. Het meisje met de rolschaatsschoenen is weer de pineut. Zij was het meisje dat naar school toe kwam met  lichtjes en wieltjes onder haar schoenen. Door iedereen werd ze voor het karretje gespannen. ‘Hé, ga jij eens een broodje voor me halen. Jij bent sneller op die wielen.’
En daar ging ze. In de hoop aardig gevonden te worden en vrienden te maken. Maar ze bleef alleen op haar eiland. Vanaf de andere eilanden werd ze uitgelachen, uitgescholden of genegeerd. Ook nu zit ze weer alleen en worden er nare opmerkingen naar haar hoofd geslingerd.

Nu is het klaar. Dit kan zo niet langer. Geen tijd voor het vak Nederlands. Er zijn belangrijkere zaken te doen. En dat moet nú gebeuren. 
‘Jongens, allemaal je boeken opbergen: we gaan het lokaal verbouwen. Alle tafels en stoelen mogen aan de kant.’
De leerlingen kijken me verbaasd aan, maar doen wat ik van ze vraag. Om eerlijk te zijn heb ik op dat moment nog geen idee wat ik precies ga doen en wat het teweeg zal brengen. Ik twijfel even maar besluit toch te vertrouwen op mijn intuïtie. Ik neem het risico. Wat ze op tv bij ‘Over de streep’ kunnen, kan ik toch ook wel?

Ik laat de leerlingen een denkbeeldige streep zien midden in het lokaal en leg uit dat we een soort spel gaan doen om elkaar beter te leren kennen.  Alle leerlingen staan aan één kant van de streep.

Ik vraag de leerlingen over te steken als ze ooit in hun leven zijn gepest. De meesten steken over. Als ze teruggelopen zijn, vraag ik of degenen willen oversteken die op de basisschool zijn gepest. Een groep kinderen steekt over. Weer lopen de kinderen terug en nu vraag ik of de leerlingen die bij ons op school worden gepest willen oversteken. Een klein groepje steekt over; de meeste kinderen blijven staan.

Nu wordt het spannend.
Ik vraag: ‘Wie wordt er in deze klas gepest?’
Op dat moment hoop ik dat het meisje op de rolschaatsschoenen durft over te steken. Het duurt even. En ze doet het! Daar staat ze dan. Weer alleen op haar eiland, want ze is de enige die oversteekt.
Ik ga naast haar staan en vraag hoe het voelt om 22 paar ogen op haar gericht te hebben. Ze barst in snikken uit. Ik pak een stoel voor haar en ga naast haar zitten. Aan de rest van de klas vraag ik of zij op de grond willen gaan zitten.

Ik vraag de klas: ‘Hoe denken jullie dat het voor haar zal voelen om als enige overgestoken te zijn?’
De een na de ander zegt te kunnen zien dat ze zich heel rot voelt.
Het meisje op de rolschaatsschoenen snikt en vertelt dat ze het heel erg vindt dat ze geen vriendinnen heeft en dat ze zich alleen voelt. Op een aantal meisjesgezichten zie ik tranen vloeien. Ik zie compassie.

‘Lieve klas, hoe kunnen wij er met elkaar voor zorgen dat ook zij het dit schooljaar naar haar zin zal hebben?’ vraag ik de kinderen.
‘Oh, ze mag met ons meedoen hoor!’ roept een aantal meisjes.
De jongens beloven dat ze niet meer zullen pesten en lopen naar haar toe om ‘sorry’ te zeggen. De meisjes geven haar een knuffel. Het meisje op de rolschaatsschoenen lacht door haar tranen heen.

De weken erna is er geen onbewoond eiland meer. Ze is opgenomen in de groep en hoort erbij. Tijdens het schoolfeest zie ik haar dansen met de andere meisjes uit de klas.
Ze geniet.  

En wat heeft de juf geleerd?
Luister altijd naar je intuïtie. Ik geniet net zo hard mee.

Reageer op artikel:
Over de streep
Sluiten