Over leraren

Het onderwijs op veel basisscholen is beneden peil. De vaardigheden van leerkrachten zijn onvoldoende, met als gevolg dat veel leerlingen niet op niveau leren rekenen en lezen. Ze kunnen niet goed optellen en aftrekken, niet vermenigvuldigen en delen, hebben een belabberde leestechniek, een ontoereikende woordenschat, matig tekstinzicht. Deze kinderen lopen vast in het voortgezet onderwijs en verlaten school vroegtijdig. De oplossing is betere leerkrachten voor de klas zetten, de toelatingseisen voor de pabo strenger maken, leerkrachten beter betalen.

Maar hoe gaan de huidige leerkrachten om met de negatieve beoordeling van hun werk? Wat doen zij met de in de media breed uitgemeten boodschap dat hun prestaties onder de maat zijn? In mijn eerste jaren als onderwijsadviseur ergerde ik mij groen en geel aan hun houding tijdens scholingsbijeenkomsten, naschoolse vergaderingen en klassenbezoeken. Leerkrachten maakten een uitgebluste of verzuurde indruk. Altijd met de hakken in het zand. Of juist onverschillig. Glazig werd ik aangestaard door mensen die onderuitgezakt aan tafel zaten. Of ik werd compleet genegeerd door leerkrachten die naar hun schoenen tuurden, zonder excuses later binnen kwamen stommelen of uberhaupt niet kwamen opdagen. Al na vijf minuten hoorde je de opmerking: ˜Sorry hoor, wat is nou eigenlijk de bedoeling van deze bijeenkomst, wat wil je nou eigenlijk dat we gaan doen? Vaak gevolgd door het aankijken van de buurman met de tekst: ˜Ja sorry hoor, ik snap er echt geen snars van. Jij?'

Inmiddels kijk ik anders naar leerkrachten. Leerkrachten draaien lange, zware dagen en werken in tegenstelling tot wat men denkt ook vaak in de weekenden en vakanties. Om half acht zijn ze al op school om met de directeur het dag- en weekprogramma door te nemen. Drie kwartier later worden ze fris en monter voor de klas verwacht. De leerlingen moeten een warm welkom krijgen, de ouders moeten binnen 15 minuten de klas uit gewerkt worden. En dan beginnen de lessen: taal, rekenen, gym, pauze, aardrijkskunde, geschiedenis, culturele vorming, verkeerseducatie, en dan is het half vier. Je kunt de leerkrachten opvegen, maar ze mogen nog niet naar huis. Om kwart voor vier beginnen de naschoolse vergaderingen en studiebijeenkomsten over taal, rekenen, lezen, vreedzame school. Niks geen pretrooster. Om half zes zijn ze pas klaar. Dan snel naar huis, sommigen met de trein, naar alle uithoeken van het land, waar ze snel een avondmaal naar binnen werken om na het eten de lessen van de volgende dag voor te bereiden.

Het verklaart de glazige blikken.

Met de hijgende adem van de onderwijsinspectie in hun nek en de dreiging dat ook hun school op de zwarte lijst komt te staan van de zwakste scholen, hebben ze een muur om zichzelf heen gebouwd, een muur van ˜niet-nog-meer-commentaar-alsjeblieft. Ze horen je verhaal aan, en negen van de tien keer gaat ˜t het ene oor in en het andere oor uit. En soms, een heel enkele keer, is die muur er in een keer niet meer. Of lukt het om de muur steentje voor steentje weg te beitelen. Achter deze muur tref je dan een heel onzekere vrouw of man aan, die eigenlijk best heel graag nieuwe dingen wil leren. Als je maar niet de indruk wekt leerkrachten de les te komen lezen, want dat wordt al genoeg gedaan.

Als je leerkrachten het gevoel geeft oprecht geinteresseerd te zijn in hun situatie en echt met ze in gesprek gaat om samen het onderwijs te verbeteren, is er in een keer veel meer ruimte en bereidheid om te veranderen. En dan is er hoop, hoop op kinderen die straks allemaal goed kunnen lezen en rekenen als ze de basisschool verlaten.

Reageer op artikel:
Over leraren
Sluiten