Over moslims

Huilend en snotterend komt ze rond lunchtijd de personeelskamer in: een mollig, Afrikaans uitziend meisje van een jaar of 10. ‘Mohammed heeft me in mijn buik gestompt en hij heeft me met mijn hoofd tegen de muur geslagen.’ De aanwezige leerkrachten lijken niet onder de indruk van het verhaal en eten rustig door, al bladerend in hun krantje.

Een jonge juf zucht en klopt op de lege stoel naast zich. ‘Vertel, wat is er precies gebeurd?’ Het meisje haalt diep adem. ‘Ik deed niets. Ik zei alleen maar: Wat staan er veel auto’s buiten. Zeker weer allemaal auto's van moslims. En toen begon Mohammed te schreeuwen en met mij te vechten. Maar ik zei het niet eens tegen hem!

De jonge juf schudt haar hoofd en aait het meisje over haar arm. ‘Je moet in het vervolg maar ver uit de buurt blijven van Mohammed.Het meisje knikt en snottert nog wat door. Ik ben inmiddels wel heel nieuwsgierig geworden. Maar de juf laat het erbij, draait zich weer naar haar lunch toe en neemt een hap van haar boterham.

Het meisje lijkt totaal overrompeld door wat er gebeurd is en heeft misschien geen flauw benul van de gevoeligheden die bij Islamitische kinderen spelen. Hoewel het niet gepast is, flap ik er toch uit: ‘Maar waarom werd Mohammed dan zo boos op jou?’ Ze veert op bij deze onverwachte interesse, en vervolgt haar verhaal. ‘Ik weet niet waarom Mohammed boos werd, want ik zei alleen maar wat ik zag. Heel veel moslimauto’s. En ik vind dat niet leuk, want er zijn heel veel moslims hier in Nederland en ze nemen ons land over.’

Ik frons mijn wenkbrauwen en vraag me af hoe ze aan dit soort ideeen komt. Kans om door te vragen, is er niet, want nu draait de jonge juf zich weer naar het meisje toe. Ze legt haar hand op de knie van het meisje en sust haar met de woorden: ˜Ja, maar je kunt je misschien wel voorstellen dat Mohammed het niet leuk vindt om dat soort dingen te horen, toch?’ Het gesnotter is opgehouden. Het meisje staart voor zich uit.

Ik grijp mijn kans: ‘Ik geloof niet dat moslims het land gaan overnemen hoor. Sommige mensen zijn daar bang voor, maar dat is nergens voor nodig.’

Het meisje knikt. ‘Dat weet ik ook wel,’ zegt ze, ‘maar er zijn hier wel veel meer moslims op school dan gewone Nederlandse mensen.’

‘En waar kom jij dan vandaan?’ vraag ik haar.

‘Uit Ghana,’ antwoordt ze droogjes.

Ik wil haar vragen of ze zichzelf tot de Nederlandse mensen rekent of tot niet-Nederlanders, en waarom ze over moslims praat tegenover Nederlanders. Maar de juf heeft een beter plan, het meisje moet gewoon weer terug naar haar groep. Begrijpelijk. Ik blijf in stilte achter. De keukenhulp, een dame met hoofddoek, haalt kalm een doekje over het aanrecht. ‘Waarom zegt ze dat soort dingen?’ zeg ik hardop.

De keukenhulp zucht. ‘Deze meisje altijd problemen… Maar Mohammed ook moeilijk jongen.’

Ik krijg het gevoel dat er meer speelt dan schoolkinderen die elkaar af en toe in de haren vliegen. En alsof de keukenhulp mijn gedachten kan lezen, zegt ze: ‘Probleem van meisje is thuis. Die ouders, kind is altijd met volwassen, die zeggen echt rare dingen.’

De opmerking over moslims die ons land gaan overnemen, heeft het meisje dus niet toevallig opgepikt. En als het echt zo is dat haar ouders haar dit hebben bijgebracht, verander je deze denkbeelden niet zo maar, denk ik. Want wat je ouders zeggen is altijd waar. Of niet?

Reageer op artikel:
Over moslims
Sluiten