Pesten en populariteit

redactie 19 jun 2018 Gedrag

Waarom is het ene kind populair en wordt het andere uitgekotst? Ontwikkelingspsycholoog Eddy de Bruyn doet er al jaren onderzoek naar. Eerste openbaring: je hoeft niet aardig te zijn om populair te worden. En de tweede: pesten wordt in de hand gewerkt doordat wij grote groepen kinderen van dezelfde leeftijd vijf dagen per week opsluiten in één ruimte. ‘Als je kippen samen opsluit, pikken ze elkaar dood.’

‘Je komt me interviewen over pesten, hè?’ ‘Eh, nou nee, over populariteit onder kinderen.’ ‘Ja. Dus ook over pesten.’
Zo begint het interview met ontwikkelingspsycholoog Eddy de Bruyn. Populaire kinderen, dat is zijn ding. Wat maakt dat sommigen de helden van de klas zijn en anderen worden uitgekotst? Wat zijn de gevolgen van populariteit? Kun je je faam verliezen? Al jaren doet De Bruyn onderzoek om op dit soort fascinerende vragen antwoord te vinden. De vragen stellen staat voor De Bruyn gelijk aan de vragen beantwoorden.

Vol enthousiasme steekt hij van wal: ‘Het grootste deel van de kinderen is niet populair en niet onpopulair, dat is gewoon de middenmoot, en dan heb je in elke klas wel één of twee heel onpopulaire kinderen en aan de andere kant één of twee individuen die heel geliefd zijn en het interessante is dat die lang niet altijd aardig worden gevonden, maar soms uitgesproken onaardig en…’

Wacht even, Eddy. Hoe zit dat dan precies met die twee soorten geliefde kinderen?
‘Een paar jaar geleden kwam ik erachter dat er niet één type populair kind bestaat. Toen wij middelbare scholieren vroegen wie in hun klas het meest geliefd was, vroegen zij ons over welk soort populaire kinderen we het hadden. Over de aardige populaire kinderen of over de popie jopies? Die eerste groep is lief, behulpzaam, sociaal. De popie jopies zijn helemaal niet vriendelijk. Ze pesten, roddelen, vechten, zetten klasgenoten voor schut en hebben een grote mond tegen de leraar. Hen zul je nooit op aardig gedrag betrappen; ze zijn doorlopend lomp, blijkt uit onze metingen. Hun sociale tegenhangers daarentegen zijn alleen maar aimabel en stellen zich nooit asociaal op. Onpopulaire kinderen zitten er een beetje tussenin. Ze zijn niet opvallend sociaal, maar ook geen aso’s, hoewel onaangepast gedrag ze ook niet helemaal vreemd is.’

Hoe kunnen ettertjes toch zo geliefd zijn?
‘Alle populaire kinderen hebben één ding gemeen: hun klasgenoten vinden hen extreem mooi en extreem hip. En verder hebben ze natuurlijk allemaal macht. Het ene type dwingt respect af, bijvoorbeeld door hun vriendelijkheid of doordat ze ergens goed in zijn. Het gemene type regeert door angst.’

Waardoor wordt het ene kind aardig-populair en kiest het andere voor de onaardige variant?
Ouders kunnen ze een bepaalde kant opsturen. De ene vader zal zijn kind laten zien dat vriendelijkheid loont, de andere moedigt zijn zoon aan erop los te slaan om iets te krijgen. Maar ik denk dat het vooral door toeval komt. Dat je er bij toeval achterkomt dat het werkt om een grote mond te hebben. Of dat je bewonderd wordt omdat je zo goed voetbalt. En wat doe je dan? Net als andere dieren: herhalen wat werkt. Impliciet leren, heet dat. Je doet dat niet bewust.

Misschien is de onsympathieke weg uiteindelijk minder effectief. Wellicht laten vrienden van popie jopies hun “leider” al gauw vallen als er een nieuwe baas opduikt, terwijl lieve kinderen hun groepje wel bij elkaar houden. Maar probeer maar eens van die nare streken af te komen! Als je al vanaf je vierde weet dat je een hoge status krijgt als je iedereen van je afduwt en uitscheldt, dan ga je echt je strategie niet veranderen. En bijvoorbeeld zeven talen leren omdat anderen dat ook stoer vinden. Macht door geweld biedt veel sneller profijt dan macht door prestige; dat is een langetermijninvestering.’

Kun je in de kleuterklas al zien of een kind getapt is of niet?
‘Ja. Dan zijn kinderen al bezig met het verwerven van een positie binnen de klas. Kleuters kunnen haarfijn aanwijzen wie gewaardeerd wordt en wie niet. Je ziet dan ook al het onderscheid tussen aangename en onaangename leidertjes. En ook hier zijn die koplopers zonder uitzondering mooi en cool gekleed. De basisschool lijkt een soort oefenterrein om macht te krijgen. Een toppositie op de apenheuvel levert namelijk heel veel voordeel op: macht’alfamannetjes en alfavrouwtjes krijgen wat ze willen. Als 5-jarige is dat de mooiste step, als puber de meest begeerde seksuele partner. Die evolutionaire zoektocht naar een partner is de drijfveer achter de ratrace naar de piek van de rots. Kinderen zijn net diertjes.’

Hoe weet je als ouder of jouw kind zo’n alfatypje is?
‘Vraag het de juf. Of hun klasgenoten. Het enige wat je moet weten, is of andere kinderen “op” je zoon of dochter zijn. Dat is de hamvraag. Mijn zoon Jimmy van 8 en zijn vriendjes hebben het over niks anders, hoor. Ze doen alsof de andere sekse hen niet interesseert, maar ondertussen zijn ze de hele dag bezig met die machtsverhoudingen. En alle meisjes zijn blijkbaar op Jimmy.’

Dus jouw zoon is populair?
‘Ja, heel. En Valentijn ook. Die gaat dat heel natuurlijk af. Bij Jimmy is het een combinatie. Hij heeft een goed hart, maar ook een grote mond. Gewoon omdat hij sommige sociale situaties niet zo goed begrijpt. Bij hem moeten we opletten dat die grote mond niet een gewoonte wordt omdat hij doorkrijgt dat het hem status geeft.’

Maar wat nou als je kind helemaal niet zo’n succesnummer is? Kun je dat kweken?
‘Het zit ook wel een beetje in de aard van het beestje. Ik heb een tijdje gevolgd wat Paris Hilton, Britney Spears en Lindsay Lohan deden om in the picture te blijven. Hun haren afscheren, flirten met lesbisch zijn, sekstapes laten lekken. Nou, dat moet een normaal meisje onder aan de ladder niet proberen! In de Middeleeuwen zou die op de brandstapel terechtkomen. Wanneer je er wel mee wegkomt? Ja, dat is toch de X-factor. Wat dat is, daar kun je niet precies de vinger op leggen. De vraag is of je dat kunt kweken. Ik denk dat je er vanaf je geboorte een bepaalde dosis van hebt, maar dat je die wel kunt verfijnen. Sommige kinderen zullen het uitbouwen, andere doen er niks mee.’

En als-ie nou nul X-factor heeft?
‘Tja, dat leer je hem dan toch niet aan. Met een überhippe outfit wordt een onpopulair kind niet ineens de bink van de groep. Dat kan zelfs hartstikke fout gaan. Want het is dan toch een beetje de aap met die gouden ring: het blijft een aap. Andersom wordt zelfs een zandzak mode als de klassenfavoriet die aantrekt. Een heel lelijk kind heeft het ook niet makkelijk. Natuurlijk gaat het niet alleen om uiterlijk maar ook om sociale vaardigheden en gedrag. Maar hij heeft wel een achterstand. Dat geldt ook voor een “sociaal giftig” kind: van die kids die altijd net de verkeerde dingen doen en de foute dingen zeggen. Die moeten op een andere manier aan hun macht komen: heel erg grappig zijn bijvoorbeeld. Of zich extreem gedragen. Anders lopen ze het risico het pispaaltje van de klas te worden. Omdat ze anders zijn. Buitenbeentjes. Als je kinderen vraagt waarom ze iemand pesten, is dát steevast het antwoord. Niet omdat ze een bril dragen of een gekke achternaam hebben. Dat is waarméé je pest als je iemand wilt pesten. Dan vind je altijd wel iets. Ze kunnen er trouwens niet echt iets aan doen dat ze gaan pesten.’

Vind je dan dat pesten normaal gedrag is?
‘Ik ben ervan overtuigd dat pesten in de hand gewerkt wordt doordat wij grote groepen kinderen van dezelfde leeftijd acht uur per dag en vijf dagen in de week opsluiten in één ruimte. Geen enkel ander dier op aarde doet dat. Als je kippen samen opsluit, pikken ze elkaar dood. Dus knippen we hun snavels af. Maar wat zeggen we tegen kinderen? “Niet pesten!””

Hoe kunnen ouders hun kind tegen pesten beschermen?
‘Je kunt niet voorkomen dat hij anders is, maar wel proberen de consequenties daarvan zoveel mogelijk te beperken. Zodat hij niet zo enorm hoeft te lijden en klappen krijgt. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat hij niet nog meer opvalt. Geef zo’n meisje of jongen niet ook nog eens een bizar kapsel of kleren uit het jaar nul. Stuur ze niet naar school met een bamboe-gevlochten ecomandje met rauwe paprika’s en bleekselderij, terwijl al zijn klasgenoten kekke plastic trommeltjes met boterhammen hebben.

Dat lijkt triviaal, maar hier draait het wel om, weet ik uit mijn onderzoeken. Staat je kind op de bovenste treden van de ladder, dan kan het geen kwaad en zullen anderen hem volgen. Is-ie een buitenbeentje aan de onderkant, dan stoten ze hem uit. Dat is zo dierlijk. In het dierenrijk zijn de excentriekelingen een gevaar voor de groep. Bij gevaar worden die als eersten opgeofferd. Ze worden naar de grenzen van de groep gedreven. Dat kan niet in een kleine kring, maar wel in grote groepen. Vandaar dat de omvang van een school of een klas er ook toe doet: hoe kleiner, hoe minder buitenrand.

Bovendien doen gemene alfamannetjes en alfavrouwtjes nog een tandje bovenop hun pestpraktijken als ze concurrentie hebben van andere baasjes – en daarvan zijn er in een grote school nou eenmaal meer. Ze moeten dan showen hoe alfa zij zijn. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de hele IS ook vol zit met alfamannetjes die in het westen helemaal onder aan de pikorde staan.’

Vertel?
‘Geen van die jihadisten is CEO van een groot bedrijf. Het zijn allemaal sneue rakkers die het hier niet gemaakt hebben. Radicaliseren als moslim biedt ze een uitweg om alsnog een bobo te worden. Door teksten uit hun hoofd te leren, extreme dingen te zeggen, met een kalasjnikov te lopen. Zo zorgen zij ervoor dat ze omhoogklimmen binnen hun eigen pikorde. Daar geldt: hoe extremer, hoe meer status. Bankiers doen precies hetzelfde in hun eigen kring. Die laten aan elkaar zien hoeveel geld ze hebben, wat voor auto en welk klokje. En gitaristen stijgen als ze nog virtuozer kunnen spelen. Het verschijnsel is hetzelfde. Het verschil zit ’m erin dat het ene statussymbool onschuldig is en het andere niet.’

Hebben populaire kinderen het makkelijker in het leven?
‘Populariteit is een kwetsbaar bezit. Je kunt het namelijk ook verliezen. En je moet constant op je qui vive zijn voor rivalen. Zeker popie jopies. Aan de andere kant krijgt je zelfvertrouwen wel een boost als je aandacht krijgt en macht hebt. Keerzijde is dat depressie op de loer ligt als je naar beneden dondert. Bij de onaangename types zal het leedvermaak dan ook groot zijn.’

Is eens populair altijd populair?
‘Dat is een interessante vraag. Ik heb kinderen nooit door de jaren heen gevolgd, maar weet wel dat het verschijnsel zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs voorkomt. Die X-factor houd je waarschijnlijk wel. En misschien ook de behoefte aan dominantie. Maar naarmate kinderen ouder worden, zijn de meeste er minder mee bezig. Ze hebben meer rust in hun kont, het vriendje of vriendinnetje is binnen. Maar een échte leider, een écht alfamannetje of alfavrouwtje? Die zal niet snel een grijze muis worden.’

 

Eddy de Bruyn (52) is ontwikkelingspsycholoog en doet veel onderzoek naar populariteit onder kinderen en pubers. In 1996 promoveerde hij op een studie naar de ecologie van cognitie. Hij is als universitair docent verbonden aan het Amsterdam University College en aan de afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast geeft hij al meer dan tien jaar lessen ‘Denk als een wetenschapper’ op een Amsterdams gymnasium. De Bruyn woont samen en heeft twee zoons: Jimmy van 8 en Valentijn van 4.

Reageer op artikel:
Pesten en populariteit
Sluiten