Psychose. Leven in een waan

redactie 19 jun 2018 Opvoeden

Iemand met een psychose heeft wanen of hallucinaties. Degene die in een waan leeft, heeft overtuigingen die niet op de werkelijkheid zijn gebaseerd. Meestal neemt de persoon zelf een belangrijke plaats in bij deze waandenkbeelden. Zo kunnen mensen ervan overtuigd zijn dat ze een belangrijke taak moeten vervullen of dat anderen hen kwaad willen doen. Bij hallucinaties zien mensen dingen die er niet zijn of horen bijvoorbeeld stemmen die overal commentaar op geven of hen zeggen wat ze moeten doen. Mensen in een psychose zijn vaak verward, kunnen zich bijna niet concentreren en hebben niet het besef dat ze ziek zijn. Dit kan uren, dagen en zelfs maanden duren.

Wie krijgt het?

Ruim een op de honderd Nederlanders heeft een psychose gehad. In principe kan iedereen psychotisch worden, de aanleg daarvoor zit ergens in de genen. De kwetsbaarheid is dus erfelijk bepaald. Stress veroorzaakt grotere problemen bij mensen met een aanleg voor psychose dan bij mensen die die aanleg niet hebben. Door hun grotere gevoeligheid voor prikkels van buitenaf kunnen dagelijkse spanningen er extra hard inhakken. In periode van grote veranderingen zoals gaan studeren of zelfstandig gaan wonen, kan de kwetsbaarheid voor psychose worden aangesproken. Daarom krijgen de meeste mensen hun eerste psychose tussen hun zestiende en dertigste levensjaar. Lang werd gedacht dat een verkeerde opvoeding of gezinsproblemen een psychose konden veroorzaken en vooral moeders kregen daarom nog wel eens de schuld als hun kind ziek werd. Tegenwoordig is deze theorie volledig achterhaald en worden psychotische verschijnselen gezien als een gevolg van processen in de hersenen.

Wat is er aan te doen?

Een arts, meestal een psychiater, stelt vast of iemand een psychose heeft. Er zijn wel behandelingen, maar die leiden nog niet tot genezing en het is niet mogelijk de kwetsbaarheid voor psychosen weg te nemen.

Wie er gevoelig voor is, loopt altijd de kans opnieuw een psychose te ontwikkelen. De behandelingen die er nu zijn, richten zich er in eerste plaats op om de psychotische symptomen te verminderen. Medicijnen spelen daarbij een grote rol en de patiënt moet zo regelmatig mogelijk leven. Na de acute fase van psychose kan cognitieve gedragstherapie hulp bieden, blijkt uit verschillende onderzoeken. Dat is een vorm van psychotherapie die zich richt op het veranderen van ongewenste gedachten en het gedrag dat daaruit voortkomt.

Wat kunnen ouders doen?

Het is belangrijk om te beseffen dat iemand in een psychose gedachten, gevoelens en gedrag niet onder controle heeft. Ook heeft de persoon in kwestie bijna nooit door dat er iets aan de hand is. De wanen ontkennen heeft dan ook weinig zin, maar anderen kunnen wel aangeven dat zij er anders tegenaan kijken. Familie en vrienden zijn belangrijk voor het herstel en het voorkomen van een (volgende) psychose. Zij kunnen tijdig aan de bel trekken als er iets mis gaat, en meehelpen bij het creëren van een omgeving met weinig stress. Het helpt om informatie te verzamelen over de signalen van een psychose en mee te zoeken naar professionele hulp. Stichting Ypsilon en Anoiksis hebben lotgenotengroepen voor mensen met een psychische ziekten en hun familie. Ook organiseren zij cursussen over het omgaan met psychotisch gedrag.

Hoe herken je het?

Signalen die kunnen wijzen op een naderende psychose

  • zich terugtrekken
  • moeite hebben met concentreren
  • vergeetachtig of verward zijn
  • gemakkelijk geïrriteerd of kwaad zijn
  • somber zijn, zich zorgen maken, piekeren
  • 's nachts wakker zijn, overdag slapen
  • meer of minder zin hebben in eten
  • zichzelf verwaarlozen
  • moe en futloos zijn
  • achterdochtig zijn
  • meer interesse in geloof, filosofie en paranormale onderwerpen hebben
  • anders zien, horen en ruiken
Reageer op artikel:
Psychose. Leven in een waan
Sluiten