Puberteit

redactie 19 jun 2018 Opvoeden

Op de meeste basisscholen krijgen kinderen 2 of 3 keer per jaar een rapport mee naar huis. Op welke manier komt een juf of meester tot een beoordeling van een kind? En hoe moet je de resultaten op een rapport interpreteren?

Elke school gebruikt ander soort rapporten of verslagen, maar er staan in basis altijd dezelfde dingen op. Elk kind wordt beoordeeld op de resultaten van cognitieve zaken als rekenen, taal, lezen en orienterende vakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde. Dit wordt bijgehouden in een leerlingvolgsysteem. Daarnaast word je kind ook beoordeeld op andere zaken zoals gedrag, inzet en motivatie. De reden dat scholen dit van oudsher in een verslag zetten, is dat ouders zo op de hoogte blijven van de ontwikkeling van een kind en er indien nodig in overleg bijgestuurd kan worden.

Het leerlingvolgsysteem

Sinds schooljaar 2014-2015 zijn alle basisscholen verplicht te werken met een leerlingvolgsysteem (LVS). Het leerlingvolgsysteem wordt ook wel het leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) genoemd. Hierin houdt een school de vorderingen en resultaten van elke leerling bij en ook die van de groep van je kind en van de school.

Cito volgsysteem

Er bestaan verschillende leerlingvolgsystemen. Het meest gebruikte systeem is het Cito Volgsysteem primair en speciaal onderwijs. Scholen kiezen zelf welke toetsen ze hiervan gebruiken. Krijgt jouw kind Cito-toetsen op school, dan zie je de resultaten terug in het rapport. Dit kan in letters (A t/m E) of met de nieuwere verdeling I t/m V.

Nieuwe wijze                                                   Oude wijze         

I      20% hoogst scorende leerlingen             A   25% hoogst scorende leerlingen

II     20% boven het landelijk gemiddelde       B   25% ruim boven tot net boven het  gemiddelde

III    20% landelijk gemiddelde                        C  25% net tot ruim onder het gemiddelde

IV    20% onder het landelijk gemiddelde       D  15% ruim onder het landelijk gemiddelde

V     20% laagst scorende leerlingen              E   10% laagst scorende leerlingen

Voordeel van het afnemen van Cito-toetsen is dat de leerkracht een methode-onafhankelijk meetinstrument heeft. Ook geeft het systeem een juf of meester mogelijkheden om te analyseren wat er goed of fout is gegaan, zodat deze het onderwijs waar nodig gericht bij kan sturen.

Helaas is Cito een beladen term geworden voor veel ouders. Dit komt omdat sommige ouders en  soms ook leerkrachten de cito gebruiken als een soort eindafrekening die alles zegt over een kind. Jammer, want Cito is juist bedoeld om op tijd problemen op te sporen en daar gericht aan te kunnen werken; individueel en op groepsniveau.

Methode gebonden toetsen

Naast de citoscores worden in het rapport ook de dagelijkse leerprestaties van je kind beoordeeld. Dit gebeurt aan de hand van methode-gebonden toetsen die je kind gedurende het schooljaar krijgt. Hiermee wordt een gedeelte van de stof die in de voorafgaande periode intensief geoefend is getoetst. Kennis die dus nog vers in het geheugen ligt als het goed is. De resultaten vallen dan ook vaak hoger uit dan die van de Cito-toetsen. Dit komt omdat deze een deel van de stof toetst die de afgelopen maanden aan bod is geweest.

Het afnemen van methode gebonden toetsen zijn heel nuttig; op deze manier kan een leerkracht in detail volgen hoe een kind de stof heeft verwerkt en indien nodig direct herhaling of verrijking aanbieden.

Observaties

Naast schriftelijke toetsen observeert de leerkracht jouw kind ook in de klas. Motivatie, nieuwsgierigheid, concentratie, werkhouding, inzet, doorzettingsvermogen ,zelfstandigheid, nauwkeurigheid, humor, daadkracht zijn voorbeelden van zaken die een leerkracht goed kan beoordelen als ze een kind elke dag aan het werk zien in de klas.

De observaties van een leerkracht zijn zeker een belangrijk onderdeel van de beoordeling van leerlingen. Succes is tenslotte niet alleen afhankelijk van goede leerprestaties. Persoonlijkheidskenmerken zijn minstens zo belangrijk en ook hierin kunnen kinderen enorm groeien.

Het nadeel van observaties is dat ze subjectief zijn. Echt goede meetinstrumenten zijn vaak niet beschikbaar en dus komt het neer op het persoonlijke oordeel van de leerkracht.

Het schoolrapport; cijfers of letters

De school bepaalt in overleg met de MR hoe de rapportage van de leerlingen eruit gaat zien. Soms wordt er gekozen voor de termen: zwak-matig-voldoende-(ruim voldoende)-goed. Nadeel van deze vier- of vijfpuntschaal is, dat een leerling wel een erg grote sprong moet maken, wil een kind op zijn rapport kunnen zien of hij vooruit is gegaan.

Het voordeel van een cijferrapport is dat de leerkracht met een half puntje erbij of eraf, duidelijker kan aangeven of er vooruitgang is of niet. Dit kan kinderen enorm stimuleren, vooral in de midden- en bovenbouw.

Op niveau

Kinderen krijgen tegenwoordig passend onderwijs, ook op ‘klassieke’ scholen. Dat houdt in dat elke leerling de mogelijkheid krijgt om op zijn eigen niveau te werken. Het komt bijvoorbeeld voor dat een leerling uit jaargroep 6 nog met de stof uit groep 5 bezig is, of juist al instructies en werk uit groep 7 volgt. In het rapport moet duidelijk zijn op welk niveau de punten zijn behaald. Ouders en leerkrachten moeten ervoor waken dat hier duidelijkheid over is zodat er geen verkeerde verwachtingen van een kind ontstaan. Voorbeeld: Een kind uit jaargroep 6 dat een ruim voldoende haalt voor de stof uit jaargroep 5, heeft nog steeds een achterstand.

Zon, maan of ster?

Een goed voorbeeld van het werken op niveau is het leesonderwijs in groep 3. De meeste basisscholen hanteren in groep 3 de methode Veilig Leren Lezen  van Uitgeverij Zwijsen. Deze  methode komt heel goed tegemoet aan de verschillen tussen leerlingen: Het ene kind leest immers al een boekje terwijl het andere kind start met het leren van de letters met hun klanken. Deze verschillen in leesniveau vragen een verschillende manier van werken en daarom gebruikt de methode vier verschillende aanpakken: Maan, ster, raket, zon.

De vier verschillende aanpakken kunnen als volgt worden omschreven:

  • Maan: De kinderen met deze aanpak volgen de methode volgens de gebruikelijke manier. (Deze groep is vaak het grootste!)
  • Ster: De kinderen met deze aanpak hebben iets extra’s nodig om tot voldoende prestaties te komen.
  • Raket: De kinderen met deze aanpak hebben naast de gebruikelijke materialen extra uitdaging nodig omdat ze op eigen kracht de leesontwikkeling kunnen versnellen.
  • Zon: De kinderen met deze aanpak kunnen al lezen. Ze hebben een zelfstandige werkhouding en een goede concentratie waardoor ze in staat zijn om op eigen kracht, zelfontdekkend te leren.

Dit zeg je tegen je kind

Vallen de resultaten op het rapport van je kind tegen? Word dan niet boos op hem. Probeer er liever achter te komen wat de oorzaak kan zijn van de tegenvallende resultaten. Dit kan je doen door met je kind te praten. Hoe vindt hij het op school? Wat vindt hij leuk? Wat vindt hij moeilijk? Laat hem hierbij duidelijk weten dat het geen ramp is dat zijn rapport tegenvalt en dat hij niet gefaald heeft. Hier zal je kind alleen maar onnodig onzeker van worden.

Tienminutengesprek

Praat daarnaast ook altijd met de leerkracht over het rapport van je kind. Het ideale moment hiervoor is het tienminutengesprek dat elke school na het uitdelen van de rapporten organiseert. Hier hebben ouders de kans om vragen te stellen over de beoordeling. Ook als een kind wel een prima rapport heeft, is het belangrijk om op het tienminutengesprek te komen. Niet alleen de resultaten worden besproken, maar het is ook een goed moment om van de juf of meester te horen hoe het verder met je kind gaat in de klas. Met deze tips benut je het tienminutengesprek optimaal.

Nathalie van Thiel is leerkracht in het basisonderwijs en moeder van vier kinderen (15, 12, 11 en 6 jaar). Ze beantwoordt voor JMOuders.nl vragen en schrijft artikelen over alles wat met onderwijs en school te maken heeft.

Reageer op artikel:
Puberteit
Sluiten