Ruziemaken

redactie 19 jun 2018 Gedrag

antwoord

Ik vind het mooi om jullie insteek te lezen: hoe kunnen wij hem helpen in plaats van hoe kunnen wij dit stoppen. Die positieve insteek is voor kinderen heel goed. Hij is niet irritant omdat hij niet leuk kan spelen zonder ruzie, maar hij moet nog leren om onenigheden of afwijzingen op een goeie manier op te lossen. Om hem dit te leren kan het allereerst helpen om eens in kaart te brengen wat er precies gebeurt bij die ruzietjes. 

Wat gaat eraan vooraf, hoe ontstaat het, wat gebeurt er tijdens het conflict en hoe eindigt het? Kijk niet alleen naar je zoon, maar ook naar degenen met wie het gebeurt. Je kunt hier achterkomen door te observeren en door het er met hem over te hebben. Kijk ook naar wanneer het wél goed gaat, dat levert vaak goeie informatie op. Breng je bevindingen in een schemaatje in kaart en kijk na een aantal dagen of je kunt ontdekken waar het ‘m in zit. Wat moet hij leren? Zit het ‘m in zijn manier van benaderen? Kan hij niet goed aangeven wat hem dwars zit of lopen zijn emoties te hoog op? Voelt hij zich afgewezen of reageert hij te snel fysiek? Als je hier zicht op hebt, kun je samen een plannetje maken hoe hij dat beter kan doen en hoe jij hem er wellicht bij kunt helpen. Je bent er natuurlijk niet altijd bij, maar thuis wel. Dat is een mooi begin.

Wanneer er ruzie ontstaat tussen hem en zijn broer, laat je dan niet verleiden tot het ingaan op de wie-deed-wat-vraag. Daar willen de meeste kinderen je maar al te graag in betrekken. 
Kijk eerst of de kinderen er zelf uitkomen. Lukt het hem (of hen samen) niet om het op een goeie manier op te lossen, dan kun je ingrijpen. Let erop dat je de jongste niet gelijk als aanstichter ziet. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat hij begint!

  • Benoem wat er gebeurt (de feiten) plus de gevolgen: ‘Ik zie jou schreeuwen en jij duwt. Duwen doen we hier niet.’
  • Stel vast wat de behoefte van beide kinderen is. Meestal kun je het zien, soms helpt kort vragen. Zodra je de situatie snapt, kap je de verhalen af. ‘Stop maar, ik hoor het al, jullie willen allebei op de computer en dat gaat niet.’ 
  • Vraag de kinderen hoe het opgelost kan worden. Zelf laten verzinnen (‘Hoe kunnen we dit oplossen, wat kunnen we doen?’) en helpen als het nodig is.
  • Geef hem (en zijn broer) een compliment zodra het lukt om een meningsverschil goed tot een einde te brengen. Benoem daarbij wat hij goed heeft gedaan en waarom dat hielp: ‘Doordat je rustig bleef en jullie samen afspraken gemaakt hebben, gaat het nu goed!’ 

Blijft het een probleem dan zijn er sociale vaardigheidstrainingen of trainingen van bijvoorbeeld Kids Skills die hem kunnen helpen dit te leren!

Reageer op artikel:
Ruziemaken
Sluiten