Sanne Kloosterboer

redactie 22 jun 2018 Blogs

Moet je een middelbare school kiezen voor je kind; wat laat je dan de doorslag geven? De mening van je kind of de prestaties van school? En waar moet je verder op letten?

Toen Digna de Waard de overstap naar de brugklas moest maken, wist ze het heel zeker: ze moest en zou naar die leuke Dalton-school waar haar oudere vriendjes en vriendinnetjes op zaten. Haar ouders hadden hun twijfels. Van de ouders van die vrienden hadden ze namelijk gehoord dat er nogal wat aan de schoolorganisatie schortte: veel lesuitval, nauwelijks toezicht op laatkomers en spijbelaars en een snel wisselend team van docenten. Daar wilde Digna natuurlijk niets van weten. De eindmusical was altijd spetterend en de schoolfeesten waren veruit de beste van de hele stad.

Digna en haar ouders bezochten de open dag. Na een wervend verhaal door de rector was Digna helemaal om. Vooral zijn opmerking dat scholieren wel van zingen moesten houden, ‘want dat doen we hier elke dag’, sprak haar erg aan. Na afloop vroegen Digna’s ouders aan een van haar vriendinnetjes, die hier inmiddels een half jaar op school zat, of ze dat dagelijkse zingen niet hartstikke leuk vond? ‘Zingen?’ vroeg Babs verbaasd. ‘Ik heb hier nog nooit een noot gezongen!’ Digna koos uiteindelijk voor een middelbare school die de goedkeuring van haar ouders wél kon wegdragen.

Digna’s ouders hebben de juiste weg gevolgd in het schoolkeuzeproces, vindt psycholoog Ernst van der Oord van Bureau Ergoselect voor school-, studie- en beroepskeuze in Amsterdam. ‘Tot ze een jaar of 14 zijn, moet je kinderen niet zelf laten beslissen. Zij vinden vooral het sociale klimaat belangrijk. En ze laten zich ook al snel leiden door hun klasgenootjes. Het is natuurlijk veiliger om met bekenden in het diepe te te springen. Ouders willen vooral een “goede” school. Zij kijken meer naar kwaliteitsaspecten. Zij zoeken een school waar hun kind binnen de gestelde tijd zijn diploma kan halen. Vragen die zij zich stellen zijn: hoe is het slagingspercentage?, wat is het gemiddelde eindexamencijfer?, zijn er veel uitvallers of doublures? En ze zijn ook erg gevoelig voor het imago van de school.’

Onderzoek van het Gronings Instituut voor Onderzoek en Onderwijs (GION) onder ruim zestienduizend ouders van brugklassers bevestigt dit. De resultaten van de school staan op de tweede plaats als belangrijkste aspect bij de ouderlijke keuze van de school. ‘Voor vaders is goed presteren doorgaans nog iets belangrijker dan voor moeders,’ licht senior-onderzoeker Hans Kuyper toe. Overigens heeft ‘maar’ 31,5 procent de moeite genomen om de Kwaliteitskaart van de betreffende school te bekijken, waarop per school de resultaten van de Onderwijsinspectie zijn te vinden (www.onderwijsinspectie.nl). Bijna een vijfde van de ouders kende deze mogelijkheid niet.

Samen beslissen

De wens van het kind staat in het keuzeproces met stip op één. Voor meer dan een derde van de ouders geeft dit uiteindelijk de doorslag. En ruim 60 procent noemt het in de top 3 van belangrijkste factoren bij de keuze van een middelbare school. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat ouders in het algemeen in overleg met hun zoon of dochter de eindbeslissing nemen voor een bepaalde school. Soms smokkelen ze door eerst een voorselectie te maken waaruit hun zoon of dochter vervolgens ‘zelf’ mag kiezen.

Kinderen lijken ook door te hebben hoe belangrijk hun stem is. In een poll op de brugklassite van Kennisnet zegt bijna de helft van de 1051 stemmers (48 procent) dat zij zich niet laat beïnvloeden: ‘Ik kies de school die het beste voor me is.’ Ruim een derde maakt de keuze samen met school en ouders. En een op de acht kiest – naar eigen zeggen – gewoon voor de school ‘waar mijn vrienden ook heen gaan’.

Uit ervaring weet Van der Oord dat ouders en kinderen er meestal samen best uitkomen. ‘Als je relatie goed is, zijn kinderen wel vatbaar voor de argumenten van hun vader en moeder. Geef duidelijk de voors en tegens aan en neem ook hun mening serieus. Op die leeftijd laten ze zich nog wel leiden door hun ouders.’

Naast voorlichtingsmateriaal van de verschillende scholen, zijn vooral de open dagen waarop scholen zich presenteren belangrijke bronnen van informatie. Driekwart van de ouders en kinderen bezoekt er één of meer. ‘Heel verstandig,’ oordeelt Van der Oord. ‘Op dat soort dagen kun je kennisnemen van zaken die je niet uit papieren informatie haalt. Hoe is de sfeer op school? Hoe gaan leerkrachten en leerlingen met elkaar om? Voelt het gebouw goed?’ Van der Oord raadt aan op zo’n dag in gesprek te gaan met leerlingen. ‘Schoolleiding en team schetsen meestal een heel rooskleurig beeld. Maar van de scholieren hoor je het ware verhaal.’

Dramatisch verkeerd

Van der Oord hoort in zijn praktijk soms dramatische verhalen van volstrekt verkeerde keuzes. Vaak gaat het dan om – wat hij noemt – kinderen met een stippeltje. ‘Scholieren met een leerprobleem als dyslexie, adhd of dyscalculie lopen vaak in het zogenoemde vernieuwingsonderwijs vast. Je ziet wel eens dat (hoogopgeleide) ouders juist een voorkeur hebben voor zo’n Montessori-, Jenaplan-, Dalton- of Vrije School. Daar wordt een groot beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. En de kinderen kunnen zo lekker vooruit werken. Ze houden dan onvoldoende rekening met de behoeften van hun eigen kind, dat meer gebaat is bij discipline, structuur en duidelijkheid. In een klassikaal systeem loopt het al snel in de gaten als iemand niet mee kan komen. Die wordt bijgespijkerd, want hij moet mee met de rest van de klas. In het vernieuwingsonderwijs kunnen dit soort kinderen ongemerkt steeds verder achterop komen. En dan kan het gebeuren dat de school na twee jaar tobben aangeeft dat het zo echt niet verder kan en dat het kind elders zijn heil moet zoeken.’

Gelukkig komt het maar zelden voor dat kind en ouders moeten constateren toch de verkeerde beslissing te hebben genomen. De meeste van de ruim zestienduizend ondervraagde brugklasouders uit het GION-onderzoek blijken achteraf (zeer) tevreden te zijn over de school van hun brugpieper. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer tevreden de ouders. De kersverse wuppies zelf zijn meestal ook in hun nopjes met hun nieuwe school, al vinden ze de lessen moeilijker en wegen prestaties hier zwaarder dan op hun basisschool. Maar: de klasgenoten en de lessen zijn leuker en de leraren aardig. Ook over de sfeer in de klas zijn ze goed te spreken. Er wordt weinig gescholden en gepest; leerlingen helpen en vertrouwen elkaar en zelfs de docenten zijn “eerlijk”. Overigens zijn meisjes in het algemeen iets positiever dan jongens.

Stelling

Op het forum van wwwjmpubers.nl stond de stelling: Kinderen moeten niet zelf hun school voor voortgezet onderwijs kiezen. Hieronder enkele reacties:

‘Scholen tonen zich op een open dag op hun best’
‘Als ervaren lerares op een middelbare school voor havo en vwo weet ik dat een school op de open dag alles uit de kast trekt. Basisschoolkinderen vinden het veelal fantastisch en zijn voor de ene school nog enthousiaster dan voor de andere. Als je je kinderen honderd procent inspraak laat hebben bij de schoolkeuze, dan kan dat wellicht leiden tot een keuze die later tegenvalt. Ik zou zeggen: ga als ouder te rade bij vrienden, buren en kennissen die hun kind al een poosje op een bepaalde school hebben zitten en kijk wat die ervan vinden. Combineer hun bevindingen met het verhaal van een van de schoolleiders op de open dag (let ook goed op de uitstraling van deze persoon, want die zal uiteraard zijn weerslag hebben op het schoolklimaat) en je eigen eerste indruk. Verder is het volgens mij essentieel dat de leerkrachten die lesgeven op de betreffende school, enig plezier in hun werk hebben: een goed team garandeert immers goede onderlinge samenwerking wat het onderwijs ten goede zal komen.’
Henriëtte

‘Niet buiten!’
‘Ik ben van mening dat het heel belangrijk is dat de keuze van een middelbare school in samenspraak gaat tussen ouders en kind. Het is belangrijk dat beide partijen achter de keuze staan en dat deze goed besproken wordt. Als je je kind verplicht naar een school te gaan waar het niet voor voelt, neem je hem niet serieus. Het kind zal je dan ook als het niet goed gaat op school verwijten: ‘Jij wilde toch dat ik naar deze stomme school ging!’ Doordat je als ouder bepaalt naar welke open dagen je gaat, kun je natuurlijk sturen in de keuze en je kunt je kind ook wijzen op voordelen van die ene school. Maar als je kind niet wil, dwing het dan niet!’
Anna

‘Ik ben blij dat mijn ouders hebben gekozen’
‘Soms is het goed als ouders hun stem zwaarder laten gelden. Dat weet ik uit ervaring. Mijn vader had jarenlang les gegeven op een school acht kilometer van mijn huis, waarop ook mijn zus inmiddels zat. Toen mijn brugperiode naderde, bleken mijn ouders die school ook voor mij in gedachten te hebben. Ik wilde niet: alleen al omdat ik blijkbaar geen keus had, maar ook omdat mijn vriendinnen van de basisschool op een school om de hoek zaten, een nieuwe, mooie school, waar populaire kinderen uit het dorp op zaten en bovendien de jongen waar ik verliefd op was. Slechts één ander meisje van mijn basisschool zou naar die andere school gaan. Ik vond haar niet zo aardig, dus nog een reden om daar niet heen te willen. Hoewel we voor de show nog wel naar de open dag van mijn favoriete school zijn gegaan, voelde ik wel dat het intussen al beklonken was: ik zou naar die andere school gaan. In het begin heb ik even gemokt, maar toch bleek het al snel een goede keus: ik kwam in een warm bad terecht, in een heel veilige en zorgzame school. En het niet zo aardige meisje van mijn basisschool is tot op heden mijn beste vriendin.’
Eva

‘Foute keuze, doffe ellende’
‘Pieter wilde vorig jaar zo graag naar dat zeer gerenommeerde categoriale gymnasium, dat hij geen oog meer had voor de drie andere scholen die wij voor hem hadden uitgezocht. Hij kende er al twee leerlingen en viel als een baksteen voor de gelikte presentatie op de open avond en het schitterende oude gebouw. Wij waren minder enthousiast. We vonden de school te elitair, maar ons belangrijkste bezwaar was dat hij naar een andere school zou moeten als het hem op het gym niet zou lukken. Pieter was echter doof voor onze waarschuwingen. Uiteindelijk stemden we in: de school stond tenslotte goed bekend en bovendien waren we bang dat hij op onze favoriete school zou worden uitgeloot; we gingen dus op safe. Dat hebben we geweten. Na een paar maanden was ons al duidelijk dat deze school niet geschikt was voor Pieter. Hij voelde zich er doodongelukkig en met Latijn wilde het niet zo vlotten. De school wilde niets horen van onze twijfels: we moesten het nog maar even aankijken; het zou allemaal wel goed komen. Pas tegen het eind van het schooljaar vertelden ze ons dat we inderdaad toch maar beter een andere school voor Pieter konden zoeken. Maar probeer dan je kind maar eens ergens in een tweede klas geplaatst te krijgen! Alle leuke scholen zaten vol. Ik heb echt met hem moeten leuren. Pas een week voor de grote vakantie vond hij een plaatsje; wel in 2 havo in plaats van 2 vwo, maar dat vonden we toen al niet eens erg meer. Wij zijn door deze affaire allemaal beschadigd. Je wordt eerst met alle égards binnengehaald, maar uiteindelijk krijg je een schop na.’
Romy

Top 5

Wat vinden ouders de belangrijkste aspecten bij het kiezen van een school?

  1. Wens van het kind (35,5 %)
  2. Resultaten van de school (15 %)
  3. Aantal opleidingsrichtingen (14 %)
  4. Aandacht voor leerlingbegeleiding (14 %)
  5. Beginsel van de school (13 %)

Bron: VOCL ’99, GION

Tips

Hulp nodig bij de schoolkeuze? Kijk dan eens op een van deze sites.

Reageer op artikel:
Sanne Kloosterboer
Sluiten