De 10 meest gestelde vragen over faalangst

De 10 meest gestelde vragen over faalangst

Soms is een kind zo bang om fouten te maken, dat hij niet eens antwoord dúrft te geven op een vraag. Hij ligt nachten wakker omdat er een spreekbeurt dreigt of is zo zenuwachtig voor een toets dat hij niets meer weet als hij het maakt. Hoe kun je een kind helpen dat last heeft van faalangst?

Wat is faalangst?

Faalangst is bang zijn om bij een taak te mislukken. Het ontstaat alleen in situaties waarin iemand beoordeeld wordt of denkt te worden: in andere omstandigheden functioneert het kind prima. Faalangst wordt ingegeven door het (onterechte) gevoel het toch niet te kunnen. Iedereen is wel eens bang om af te gaan. Maar bij faalangstige kinderen gaat de angst verder dan een normale spanning, die vaak ook positief kan werken.

Welke soorten faalangst zijn er?

Faalangst kan overal optreden waar prestaties worden gevraagd. Bij motorische faalangst zien kinderen er vreselijk tegenop iets met hun lichaam te moeten doen (bang voor het gymtoestel). Sociaal faalangstige kinderen zijn geremd in hun contacten met anderen en hebben moeite zich op sociaal gebied te handhaven. Op school uit faalangst zich (ook) bij leeropdrachten (cognitieve faalangst): toetsen, spreekbeurten, examens of bij nieuwe leerstof.

Hoe uit het zich?

Faalangstige kinderen blokkeren, haken af of gaan juist extra hard werken en zijn zelden echt ontspannen. Anderen wisselen hard werken en niks doen af. Onder invloed van hun angst presteren ze onder hun niveau.

Hoe vaak komt het voor?

In het basisonderwijs lijdt ongeveer één op de tien kinderen aan faalangst. In het voortgezet onderwijs is dat, in de eindexamenperiode, opgelopen tot één op de vijf. Vooral kinderen met weinig zelfvertrouwen zijn het slachtoffer, zowel jongens als meisjes.

Waar komt het vandaan?

Faalangst is niemands schuld. Niet van de leerkracht en niet van de ouders. Wel spelen gezinsinvloeden mee. Zo kunnen niet-uitvoerbare opdrachten die mensen uit hun jeugd meenemen faalangst in de hand werken. Het gaat dan om aansporingen die niet gekoppeld zijn aan een concrete taak, maar (vaak met de beste bedoelingen) als een soort levensopdracht worden meegegeven. De vijf meest bekende zijn: doe me altijd een plezier!, doe je uiterste best!, wees vooral sterk!, schiet op! en wees perfect!

Hoe herken ik faalangst bij mijn kind?

Mogelijke signalen zijn: hoofdpijn, maag- of darmklachten (diarree/braken), hartkloppingen, zweten, hyperventilatie, nagelbijten, verlegen, gesloten of juist heel druk gedrag (clownsgedrag), liegen, smoezen verzinnen, veel piekeren, opmerkingen als ‘Ik kan toch nooit wat’ en ‘Dat gaat vast fout’.

Wat kunnen ouders eraan doen?

Ouders doen er goed aan niet alleen de prestaties van het kind te waarderen, maar ook zijn inspanningen. Een kind moet weten dat het fouten mag maken. Verwacht niet meer van hem dan hij aankan en wijs hem op wat hij goed kan. Ouders kunnen het probleem beter aanvaarden dan het negeren. Door structuur in zijn werk aan te brengen, worden problemen overzichtelijker. Ga liever niet in op vluchtgedrag en neem hem geen werk uit handen. Op die manier krijgen kinderen niet de kans om te gaan met stress en mislukking. Van ouders leren ze het beste hoe ze daaraan het hoofd kunnen bieden.

Wat kan school eraan doen?

Ook op school moeten kinderen weten dat ze gewaardeerd worden om wie ze zijn en niet om wat ze presteren. Kinderen met faalangst zijn het beste af bij een schoolomgeving waar iedereen zijn eigen inbreng kan hebben, waar rekening wordt gehouden met verschillen tussen kinderen en leerlingen de kans krijgen zichzelf geleidelijk meer te kunnen ontplooien. Leerkrachten doen er goed aan faalangstige kinderen niet voor de klas een taak te laten uitvoeren, maar ze op hun plaats te laten zitten. Ook complimenten van de juf of meester doen wonderen

Hoe kom ik aan hulp?

Ouders met faalangstige kinderen kunnen contact opnemen met de groepsleerkracht of eventuele zorgverleners op school. De meeste scholen beschikken over vragenlijsten om de diagnose te kunnen stellen. Vaak beschikken zij ook over een trainingsprogramma om leerlingen met hun faalangst te leren omgaan. Ook de huisarts, de onderwijs-begeleidingsdienst, particuliere faalangsttrainers of de Jeugdgezondheidszorg van de GG&GD kunnen adviezen geven.

Waaruit bestaat de hulp?

Door inzicht te krijgen in de negatieve gedachten en gevoelens die aan faalangst ten grondslag liggen, kan een kind het leren beheersen. Daarnaast leren deelnemers aan faalangsttrainingen ontspanningstechnieken.

Meer lezen? Kijk dan eens op: www.ggd.nl, www.orthoconsult.nlwww.klasse.be & www.faalangst.nl.


Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie