‘Kleine mensen met krachtige ideeën’

‘Kleine mensen met krachtige ideeën’

In J/M Pubers praten we maandelijks met ouders met een of meerdere pubers in huis. Dit keer Maarten en Marleen de Groot: ‘Soms wordt vergeten dat ook zo’n kind gevoelens heeft’
Maarten (42) en Marleen (43) de Groot hebben het allang afgeleerd om ‘de strijd’ aan te gaan met hun kinderen. Een potje schaken verliezen ze steevast van Inge (12) en Ronald (11), en ook voor de zetten van Dirk (9) moeten ze beducht zijn. Nog dagelijks staan ze paf over de dwarsverbanden die hun kinderen leggen tussen allerlei verschijnselen, de snelheid waarmee ze stof in zich opnemen, hun kijk op de wereld en ook: hoe snel ze zich ontwikkelen op het sociaal-emotionele vlak. Kom bij het drietal niet aan met een pragmatische, niet-helemaal-eerlijke oplossing om een ruzietje te slechten; ze hebben een enorm rechtvaardigheidsgevoel, dus zo’n schijnoplossing belandt meteen in de prullenbak.

Inge, Ronald en Dirk zijn hoogbegaafd, al gebruiken hun ouders dat woord zo min mogelijk. In Nederland rust nog vaak een taboe op dit fenomeen. En dus zijn Maarten en Marleen op hun hoede, ook tijdens dit interview. Ze willen graag over hun kinderen vertellen, bekendheid geven aan het fenomeen hoogbegaafdheid en daarvan vooral de leuke kanten uitdragen, maar een zekere aarzeling en behoedzaamheid is voelbaar tijdens het gesprek. Bij de vraag waar de hoogbegaafdheid bij hun kinderen vandaan komt, heeft Marleen haar wedervraag paraat: ‘Uit de lucht misschien?’ Toch beantwoordt ze de vraag. Ja, ook Maarten en zij zijn in hun jeugd getest en inderdaad, ook zij…

Andere dimensies

Volgens Marleen is het hebben van ‘zulke’ kinderen ‘het mooiste wat er is.’ ‘We genieten ervan dat die kleine mensen zulke grote persoonlijkheden zijn en krachtige ideeën hebben. Ken je het gezegde: je herontdekt de wereld door de ogen van je kinderen? Kun je nagaan hoe dat is als kinderen in volledig andere dimensies denken, zoals de onze.’

Laatst ging het hele gezin naar Parijs. ‘Toch niet Disneyland Parijs?’ had Dirk, die verzot is op kunst, theater en alle soorten muziek, angstig gevraagd. Hij is gerustgesteld: ze zouden gewoon het Louvre, de Opéra en dergelijke bezoeken. Een geweldige trip werd het, voor alle vijf.

Nu ze een puber is, besteedt Inge wat meer aandacht aan haar uiterlijk. Van aandacht voor jongens lijkt nog geen sprake. ‘Die vindt ze vaak onbeholpen,’ zegt Marleen. ‘Vooral het feit dat ze een jongen doorheeft en die jongen dat niet in de gaten heeft, stoort haar enorm.’

Gevangenis

Bij alle drie de kinderen was al jong duidelijk dat ze anders waren dan andere kinderen. Dat beseften zij zelf trouwens ook. Als peuter wilde Inge stewardess worden, zo vertelt Marleen, maar als kleuter besloot ze later orthopedagoog worden. ‘Ik zei: ‘Dat is een moeilijk woord. Waarom wil je dat?’ Ze antwoordde: “Dan kan ik kinderen zoals wij helpen en is er tenminste iemand die ons begrijpt.” Sindsdien is ze niet van gedachten veranderd.’

Voor de toekomst hebben Maarten en Marleen alle vertrouwen in hun kinderen, vooral omdat het zulke ‘stevige persoonlijkheidjes’ zijn. Maar leuk is het niet om altijd de uitzondering te zijn. Vooral de basisschool was een hard gelag, vertelt Maarten. ‘Ronald vroeg me een keer: “Hoe lang krijgt een crimineel straf?” Ik gaf antwoord en daarna zei hij: “Maar waarom moeten wij dan zoveel jaar op de basisschool zitten?” Hij ervoer school als een gevangenis.’

Inge had de pech een meisje te zijn, want excellerende meisjes worden nog minder geaccepteerd dan jongens, is de ervaring van Maarten en Marleen. Pas in groep 8 bloeide ze op, toen ze een leerkracht trof die lol had in haar. Zij sloeg één klas over op de basisschool; Ronald twee. ‘Hadden we dat niet gedaan, dan was hij knettergek geworden,’ zegt Marleen. Andere ouders begrepen niets van hun beslissing. Het echtpaar vermoedt dat afgunst een rol speelde. ‘We moesten ons steeds verantwoorden. Ze zeiden: “Je bent een slechte moeder. Als je zoon naar de middelbare school gaat, is hij pas 9!”

Doelwit van pesterijen

Dat laatste was een feit. Nog net geen 10 jaar was Ronald en bovendien erg klein voor zijn leeftijd, toen hij samen met zijn zus zijn entree maakte op het gymnasium. Afgezien van elkaar - ze zaten in dezelfde klas - vonden ze zelfs in dit geselecteerde gezelschap geen intellectuele evenknie. Wel hadden ze voor het eerst een hecht clubje vrienden. Inge scheelde qua leeftijd maar een jaar met haar klasgenoten en was bovendien in lichamelijk opzicht al een echte puber. Ronald echter leek een kind uit groep 5 van de basisschool dat verdwaald was. Het eerste jaar was hij vaak doelwit van pesterijen. Hij werd geregeld achtervolgd, meermalen op de wc opgesloten en spullen werden kapotgemaak. Nu, in 2 gym, gaat het beter. Aanvankelijk werd Ronald met zijn geringe gestalte letterlijk platgewalst, als hij zich in de schoolkantine waagde. Tegenwoordig heeft de vriendenclub daar wat op gevonden: als een strak georganiseerde Romeinse militaire colonne ‘marcheert’ de groep de drukte in, met Ronald in het midden. En de massa wijkt uiteen.

Inge is klassenvertegenwoordiger en fungeert als klankbord voor de mentor. Vol lof is Marleen over deze vrouw. ‘Ze wint soms advies in bij Inge, waardeert haar mening en doet er iets mee.’ Maar niet alle docenten stellen zich zo positief op naar het duo. ‘Sommige vatten hun capaciteiten op als een aanval op hun eigen competentie. Dergelijke docenten gaan de strijd aan, die ze per definitie verliezen.’ Maarten: ‘Soms wordt vergeten dat ook zo’n kind gevoelens heeft. Terwijl hoogbegaafdheid maar één facet is van de totale persoonlijkheid.’

De eenzaamheid die de kinderen soms, ondanks de vriendenclub, nog ondervinden, wordt verdreven met lotgenotencontacten. Via de oudervereniging Pharos leren de kinderen andere hoogbegaafde pubers kennen. Zo zijn er weekenden voor ouders en hun kinderen. ‘Er is veel eenzaamheid onder dergelijke pubers,’ heeft Marleen ervaren. ‘Na zo’n weekendje gaan ze vrolijk weg en kunnen ze er weer een tijdje tegen. Heel mooi om te zien.’

Afgerekend op vorm

Bij hoogbegaafden kunnen de fysiek en motoriek het hoofd niet altijd bijbenen. Een voorbeeld. Kinderen in 2 gym worden geacht verfijnde grafieken te kunnen tekenen, maar met de motoriek van een elfjarige is dat niet te doen. Dat steekt. ‘Ronald wordt niet afgerekend op de inhoud,’ zegt Maarten, ‘maar op de vorm; hij maakt “te dikke” potloodlijntjes.’ Om dezelfde reden kreeg hij een onvoldoende voor tekenen.

Dan een greep uit de praktische consequenties. Als Ronald straks als vijftienjarige zijn introductieweek beleeft op de universiteit, moet hij sober blijven; de wet schrijft voor dat iemand pas op zijn zestiende een biertje mag bestellen. Financieel: pas als je kind 12 is, gaat de kinderbijslag omhoog, maar voor Ronald en Inge moesten al die dure schoolboeken al veel eerder worden aangeschaft. ‘Nederland is gericht op de onderkant,’ concludeert Marleen. ‘Voor dit soort kinderen is geen extra geld beschikbaar op school. Maar ook zij moeten de kans krijgen te laten zien wat ze kunnen. Zij zijn de toekomst van Nederland.’
 

Door: | 22-11-2010

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie