Skelterrace

˜Het gaat goed he¨, met Sam in groep 3?’ De oude kleuterjuf van mijn zoontje spreekt mij enthousiast aan. ‘Zijn nieuwe juffen zeggen ook dat hij rekenen niet meer lastig vindt!’ Ze zwijgt even, kijkt mij vanuit haar ooghoeken aan en zegt met een glimlach: ˜…maar je moet geen tafels meer met hem oefenen hoor, daar is hij echt te jong voor.

Ik kijk haar verbaasd aan. ˜Ja, vervolgt ze, ˜dat vertelde je ons vorig jaar, dat van die tafels; dat vond ik heel zielig om te horen. Want dat soort dingen zijn echt voor groep 4, hoor. Dan moet hij zich zo inspannen, dat is gewoon niet leuk meer.

Normaliter zou zo'n opmerking mij in het verkeerde keelgat schieten, maar voor deze juf heb ik een zwak. Ze meent dit vanuit haar hart, niet om de betweter uit te hangen. Maar haar mening dat je geen stof uit hogere groepen aan je kind moet aanbieden, deel ik niet. Als dat zo zou zijn, zouden alle Montessorischolen per direct gesloten mogen worden. Dat Sam op het gebied van rekenen een inhaalslag aan het maken is en er vorig jaar nog moeite mee zou hebben, geloof ik ook niet. Ik heb eerder het idee dat Sam zich niet goed concentreerde tijdens instructiemomenten. Met als gevolg dat hij de opdrachten niet goed maakte. De juffen hebben dit destijds beaamd, maar nu zijn ze dat kennelijk weer vergeten. Mijn gesprekspartner kijkt me meewarig aan. ˜O ja, jij dacht dat het aan zijn concentratie lag, he¨. Dat is ook zo. Maar toch: geen tafels meer aanbieden hoor. Hij moet ook nog wel een beetje kunnen spelen, toch?
Ik bedank haar voor het feit dat ze zich om Sam bekommert. Ze haalt haar schouders op en zegt dat ze bang is dat de druk van ouders kinderen soms te veel kan worden.

Ik neem afscheid, stap met de kinderen in de auto en staar voor me uit. Vraag ik echt te veel van Sam? Zou het beter zijn om hem thuis alleen maar te laten spelen, in plaats van hem stof aan te bieden die hij op school niet aangereikt krijgt? Zou ik – net als veel andere ouders – te hoge en niet realistische verwachtingen van mijn kind hebben?

Bij de skelterrace waar Sam laatst aan meedeed, had ik de druk misschien wel te hoog opgevoerd. Toen stond ik als een viswijf te schreeuwen aan de zijlijn. Om hem aan te moedigen natuurlijk, maar toch. Ik draafde zo door in mijn enthousiasme dat mijn man me een harde por in mijn zij moest geven om me te stoppen. Maar ik was zo wild van enthousiasme, van het idee dat hij misschien de race wel zou winnen. Later zei Sam dat hij het vreselijk had gevonden om ons gejuich en geklap aan te horen. Hij was er helemaal duizelig en misselijk van geworden. Het was ook de reden waarom zijn skelter niet wilde vertrekken.

Dat hij zich zo ongemakkelijk had gevoeld bij mijn aanmoedigingen, vond ik naar om te horen, want ik wist precies wat hij bedoelde. Ik kon me nog maar al te goed herinneren wat er vroeger door mij heen ging als ik moest presteren. Verlammend voelde dat.

En bij de voorleeswedstrijd op school? Had ik daar ook te veel druk op mijn zoon uitgeoefend? Toen Sam vertelde dat hij meedeed aan de voorleeswedstrijd, was ik als een dolle in onze boekenkast gedoken. We stonden al op het punt om naar school te gaan, maar nu moest er iets anders gebeuren. Hijgend trok ik het ene na het andere kinderboek uit de kast. Naast mij stond Sam wat verdwaasd met wat boeken die hij zelf uitgekozen had, in zijn hand. Ik wierp er een vluchtige blik op, graaide ze toen uit zijn hand, en gilde met overslaande stem: ˜Nee, niet die!  Helemaal niet pedagogisch verantwoord natuurlijk, maar ik schoof hem een boek onder zijn neus waarvan ik dacht dat het geschikt was. ‘Deze? Die vind je toch ook leuk?’ Hij knikte. We spoedden ons naar school, schoven aan zijn bureautje, en benutten de laatste minuten om, beiden met rode wangen,  nog even te oefenen. ˜Rustig lezen, met een mooie voorleesstem. En vergeet de punten niet, heb ik hem nog nageroepen.

's Middags was hij stralend de school uit gekomen. ˜Ik heb de wedstrijd gewonnen mama! riep hij. De kinderen hadden hem opgetild en door het klaslokaal gedragen. ˜Het leek wel alsof ik zweefde, zei hij.

˜En was dat omdat je zo goed geoefend had met mama? vroeg ik pesterig.

˜Nee, antwoordde hij. ˜Omdat ik het zelf zo goed had gedaan.
Ik aaide hem over z'n hoofd en haalde opgelucht adem. Ik dacht: het is ook allemaal niet makkelijk, een moeder hebben die zulke hoge eisen aan je stelt. Of een veeleisende moeder zijn, maar geen hoge eisen aan je kinderen mogen stellen. En zie het maar eens voor je kind te verbergen, dat het in je aard ligt om hoge eisen te stellen aan jezelf en je omgeving. Ik kan me toch niet voorstellen dat ik de enige ben die hier weleens mee worstelt.

Reageer op artikel:
Skelterrace
Sluiten