Slaaf

Kinderen kunnen genadeloos confronterend zijn. Zo vertelde mijn collega hoe haar dochter laatst tegen haar zei: ‘Jij zegt de hele tijd: “Hup, hup, hup, schiet eens op.” Waarom zeg je dat eigenlijk altijd?’

Ik lach, en denk aan mijn eigen kinderen en hun opmerkingen: ‘Jij zegt altijd: “Ja, ja, straks.” Maar wat bedoel je daar nou mee? “Dat doe ik straks?” Of: “Dat krijg je straks?” Wanneer is dan ‘straks’? Want wij wachten maar, en wachten maar…’

Of: ‘Ik word gek van jou. Eerst zeg je dat ik de tafel moet dekken, dan moet ik mijn pyjama aantrekken. Maar wat moet ik nou eerst doen? Ik kan toch niet alles tegelijk?’

Of: ‘Ik geloof jou niet meer. Altijd als ik vraag: “Kun je dit even vasthouden?” Dan zeg jij: “Ja, ja, geef maar hier. Ik bewaar het wel voor je.” En dan stop je het in je zak. Maar als ik dan vraag waar mijn speelgoed is, antwoord jij: “Speelgoed? Ik weet niet waar jouw speelgoed is! Je moet voor je eigen speelgoed zorgen.”

Kinderen zijn niet alleen genadeloos confronterend, ze weten de vinger ook precies op de zere plek te leggen. Als moeder laat ik me daar regelmatig door uit het veld slaan. Het enige wat ik dan kan bedenken is: ‘Nou, dat is niet waar, want…’. Maar daarmee laat ik me des te meer kennen; er is helaas geen ‘want’, ze hebben gewoon gelijk.

Wat ik in zo’n geval wel tegen mijn kinderen zou kunnen zeggen – en dat doe ik ook regelmatig – is dat ik nog altijd de moeder bent, en zij mijn kinderen. Zo’n brutale toon mogen ze niet aanslaan tegen een volwassene. Maar in deze poging om gezag terug te winnen, voel ik dat ik aan het kortste einde trek. Dat gevoel wordt bevestigd door de zelfvoldane blik in de ogen van mijn kinderen op zo’n moment, die blik van: ‘Jaaa, ja…’

De meest verbluffende opmerking tot nu toe, kreeg ik van een achterneefje dat bij ons op bezoek kwam. Hij is nog niet vaak bij ons thuis geweest en leert ons net een beetje kennen. Het ging ongeveer zo: neefje zit – in trance – samen met zoon op de bank. In hun handen een Nintendo. Moeder, ik dus, rent heen en weer met koffie en koekjes voor de volwassenen, en limonade voor de kinderen.

‘Hier, iets te drinken,’ zeg ik. Maar de jongens reageren niet en rammen onverstoorbaar door op het apparaatje. ‘Jongens, limonade!’ verhef ik mijn stem.

‘Ja, ja, zet maar neer,’ klinkt het hijgend.

‘Niks “zet maar neer”, opdrinken graag. Het is belangrijk om te drinken, anders droog je uit.’

Ik druk de bekers in hun handen. Ze slaan het in één keer achterover. Snel, snel, snel. Niet omdat ze eigenlijk toch dorst hebben, maar om snel van me af te zijn.

Eenmaal uitgecomputerd maken de kinderen zich klaar voor een bezoek aan het zwembad. Weer hol ik achter ze aan met pakjes drinken en bananen. Ze schudden hun hoofd en proberen weg te komen.

‘Geen honger?’ vraag ik teleurgesteld.

‘Nee, ik hoef niet,’ zegt het neefje, terwijl hij zich voorover buigt en zijn tas pakt. Dan kijkt hij plotseling op, en zegt verrast: ‘Jij lijkt wel een slaaf!’

‘Een slaaf?’, zeg ik bedremmeld.

‘Ja, een slaaf. Want je geeft ons de hele tijd eten en drinken.’

‘Oh, bedoel je dat,’ zeg ik lachend. ‘Je bedoelt “verzorgend?”.

Hij knikt, mompelt wat en verdwijnt dan met Sam.

Ik zwaai ze uit en blijf peinzend achter. Slaaf, slaaf… Hoe komt zo’n kind nou op slaaf? Ik ken een slaaf alleen als iemand die alles voor je doet, wat je hem ook vraagt. De slaaf bedient zijn meester, en die meester leunt lui achterover en doet niets. Tja, enige gelijkenis kan ik wel bespeuren. Maar een opsteker is het niet.

Aan de andere kant is het wel een interessante waarneming. Er zijn veel moeders en vast ook vaders die op deze manier achter hun kinderen aandrentelen, ervan overtuigd dat hun dierbaren bij de minste of geringste ontbering het loodje leggen. Noem het slaafs, verzorgend of behaagziek; je creëert hiermee – als je het consequent doet – weinig zelfstandigheid of discipline.

Dat is ook wat je hoort van veel opvoeders en mensen in het onderwijs: laat kinderen zelf aangeven of ze honger of dorst hebben, of naar de toilet moeten. Leer ze het aanvoelen, dat ze het tijdig aangeven, en zorg dat ze zelf in staat zijn om een glas water bij de kraan te vullen of dat ze weten waar ze een appel kunnen pakken. Zorg dat ze hun eten niet lopend of rennend opeten, maar zet ze aan tafel. Het vergt wat inspanning en consequent optreden, maar dan kun je wel spreken van zelfredzame en gedisciplineerde kinderen.

En vind je dat minder belangrijk, dan kun je je verheugen op nog heel wat confronterende opmerkingen van je kinderen.

Reageer op artikel:
Slaaf
Sluiten