Slaap kindje slááp

redactie 19 jun 2018 Gezondheid

Wat gebeurt er precies tijdens de slaap? Welke fases zijn er tijdens het slapen en waarom vallen kinderen die vlak voor bedtijd gamen of op sociale media zitten, moeilijker in slaap. En wat zijn de gevolgen van slecht slapen?

20.00 uur: nog even gamen

Voor het slapen mag Max (9) nog even gamen. Hij gaat helemaal op in het spel Minecraft, dat al zijn concentratie, strategisch vernuft en ruimtelijk inzicht vergt. Zijn standaard reactie als zijn ­ouders hem om half negen manen te stoppen: ‘Nog heel even dit afmaken.’

Neuroloog Hans Hamburger (slaapdeskundige, voorzitter van de Nederlandse vereniging voor Slaap en Waak Onderzoek, Hoofd van het Amsterdam WaakSlaapCentrum in het Slotervaartziekenhuis en Boerhaave Medisch Centrum): ‘Computeren voor het slapengaan lijkt de normaalste zaak van de wereld. Zelfs 2-jarigen weten al hoe een iPad werkt. Ouders zijn daar zelfs trots op. Pubers liggen tot laat in bed te whatsappen, Facebooken, gamen en sms’en ­tegelijk. Het vervelende is dat kinderen er hierdoor langer over doen om in slaap te komen, meer moeite hebben met opstaan en overdag slaperiger zijn. Tv blijkt géén invloed te hebben op de slaap, mogelijk omdat een tv verder van je af staat dan een computerscherm. De tv heeft minder lichtimpact; de meeste ouders laten hun kinderen ook geen al te opwindende programma’s kijken ’s avonds. Tijdens het tv-kijken is de hersenactiviteit sowieso vrij passief.’

20.30 uur: in bed, doezelen

Nadat zijn vader hem heeft voorgelezen, ligt Max nog een tijd in het donker te turen. Na een ­minuut of twintig worden zijn gedachten vager. Tegen negenen doezelt hij weg.

‘De doezel-fase is de eerste korte fase van de slaap,’ vertelt Hans Hamburger. ‘Kinderen tussen 6 en 12 doen er gemiddeld 17 minuten over om in slaap te vallen. Ons lichaam heeft een biologische klok die reageert op afnemend en toenemend licht (de ondergaande en opkomende zon) en regelmaat. Zodra het begint te schemeren, maakt je ­lichaam het hormoon melatonine aan, dat slaperig maakt. Kunstmatig licht, met name het blauwe en groenige licht van computerschermen, verstoort dit proces. Als je kort voor het slapen computert, raakt je interne klok in de war. Het beeldschermlicht stelt de aanmaak van melatonine uit waardoor je lichaam in de waak-stand blijft en het langer duurt voor je in slaap valt. Wij hebben in ons lab geregeld pubers met wanhopige ouders op consult omdat hun kind niet voor twee, drie of zelfs pas vijf uur ’s nachts in slaap komt. Als de wekker om half acht gaat worden ze gewoon niet wakker. Sommigen missen daardoor al een half jaar school. Nu verandert het slaappatroon tussen 16 en 25 jaar sowieso. Pubers veranderen in avondmensen, het verschuiven van de bedtijd hoort daarbij. Maar dergelijke korte nachten zijn niet gewoon. Overdag kunnen deze jongeren zich niet concentreren. Als we vragen hoe ze hun avond afsluiten, blijken ze meestal lang door te gaan met sociale media en gamen. Bovendien zorgen games en opwindende (negatieve of positieve) Facebook-, Hyves-, of sms-berichten ervoor dat de adrenalineaanmaak stijgt. Minder melatonine, meer adrenaline: een succesduo voor slapeloosheid.’

Bij kleine kinderen is het signaleren van een slaaptekort moeilijker. In tegenstelling tot ­pubers en volwassenen worden kleintjes niet suf van oververmoeidheid, maar juist hyper. ­‘Ouders denken dan vaak dat hun kind nu eenmaal druk is, of zelfs weinig slaap nodig heeft. In werkelijkheid raakt de hersenactiviteit van kinderen door vermoeidheid ontremd. Een groot deel van onze hersencellen zorgt ervoor dat we de dagelijks input kunnen selecteren en structureren. Ze helpen ons alle bewegingen, beelden en geluiden buiten de deur te houden die onze concentratie kunnen verstoren. Bij kinderen werkt die rem niet meer als ze vermoeid en overprikkeld zijn. Dan krijg je de bekende avondhyperactiviteit waar je als ouder gek van kunt worden. Maar ook ’s ochtends komen deze kinderen, na een te korte nacht, druk hun bed uit. ‘ADHD is dan al snel het oordeel,’ zegt Hamburger. ‘Ritalin erin en opgelost, is de ­gedachte. Maar daarmee is de oorzaak niet ­aangepakt. We creëren een soort robotmaatschappij waarin kinderen ’s ochtends “aangezet” en ’s avonds “uitgezet” worden met een pil. Ritalin voor de morgen, melatoninetabletten voor de avond. Die vaak ook nog in een verkeerde dosis en op een te laat tijdstip worden gegeven.’

21.00 uur: lichte slaap

Max valt al snel in een lichte slaap. Deze oppervlakkige slaapfase is het begin van een cyclus die gevolgd wordt door de diepe slaap en de droomslaap, ook wel de REM-slaap genoemd.

De cyclus duurt in totaal zo’n anderhalf uur en herhaalt zich vier tot vijf keer. Gelukkig heeft Max geen inslaapproblemen. Kinderen die pas na een uur inslapen of een uur te laat naar bed gaan, krijgen ook een uur minder diepe slaap en dat is juist de fase waarin het lichaam echt uitrust. Het groeihormoon wordt nu bijvoorbeeld aangemaakt. Een chronisch slaaptekort kan er daarom ook voor zorgen dat een kind niet goed groeit. Een probleem dat niet altijd erkend wordt, zegt Hamburger. Voordat ze groeihormoonbehandelingen voorschrijven, zouden artsen moeten vragen of een kind goed slaapt. Zodra een kind voldoende nachtrust krijgt, haalt hij die groeiachterstand vanzelf weer in.

Uit onderzoek blijkt dat als je een week lang minder dan vijfeneenhalf uur per nacht slaapt, er in het lichaam 700 processen in de soep ­lopen! Een van de bekendste gevolgen is een verstoorde suikerstofwisseling met als consequentie: langzaam dikker worden. ‘Mensen die er prat op gaan dat ze weinig slaap nodig hebben, blijken vaak meer te slapen dan ze zeggen. Ze doen dutjes overdag, of slapen gewoon langer dan ze denken. De meeste kortslapers slapen in ons slaaplab ineens een paar nachten achter elkaar achtenhalf à negen uur. Daar zijn ze dan zelf heel verbaasd over. In de rust van het ziekenhuis halen ze de slaap in die ze al heel lang tekortkomen.’ Slaap is voor zoveel processen van belang, ­benadrukt Hamburger. ‘Het is nodig om ­psychisch goed te functioneren – in de slaap verwerk je indrukken – maar ook om fysiek uit te rusten en om goed te kunnen leren.’

22.00 uur: diepe slaap

Max zit rechtop in zijn bed. Hij kijkt panisch om zich heen en schreeuwt onsamenhangende zinnen tegen onzichtbare dingen. Zijn moeder aait hem over zijn haar en fluistert dat het goed is, net zo lang tot hij bedaart en ze hem weer kan onderstoppen. De volgende ochtend weet Max niets meer van zijn nachtelijke angst.

‘Wat Max beleeft, heet een night ­terror, sleep terror, pavor nocturnus of nachtangst,’ verklaart Hamburger. Dit verschijnsel, dat in de diepe slaap optreedt, komt bij 20 procent van alle kinderen tot 12 jaar voor. Na het twaalfde jaar heeft nog 4 tot 5 procent er last van. Sommige volwassenen kampen er hun hele leven mee. Stress, medicijnen, alcohol en drugs triggeren nachtangst. Het is een onschuldige erfelijke aandoening, maar omdat het gepaard gaat met gillen, uit bed willen en soms zelfs slaan, schoppen of wegrennen, kan het er voor ouders beangstigend uitzien. Daar komt bij dat een kind tijdens een aanval onbereikbaar en ontroostbaar is. Nachtangst heeft niets met dromen te maken, alhoewel spookachtige ­verschijningen of donkere schimmen worden gezien. Wat een kind zegt of schreeuwt heeft geen betekenis. ‘Het kind slaapt, maar een deel van zijn hersenen wordt door zintuigprikkels ­gewekt – een dichtslaande deur, een geluid van buiten – met een bepaald automatisch gedrag als gevolg, zoals lachen, praten, mompelen of ­lopen, zonder dat hij hierover bewust controle heeft. Dit kan een reactie uitlokken in de nucleus amygdala, een kern in de hersenen waar de oerangsten van de mens huizen. Blijf kalm, ­probeer je kind niet te wekken want dat maakt hem alleen maar panischer, en voorkom dat hij gevaar loopt door een steile trap of open raam. Verder hoef je je over nachtangst geen zorgen te maken. Het gaat vrijwel altijd vanzelf over.’

Ook slaapwandelen treedt op in de diepe slaap, net als het zogenaamde headrolling. Kinderen bewegen dan eindeloos met hun hoofd heen en weer, wat er akelig uitziet, maar net zo onschuldig is als nachtangst. ‘Het is feitelijk een soort wiegen, een troostende beweging die kinderen zelf maken. Hoofdbonken is ook zoiets. Het gaat vanzelf over. Kinderen met autisme of een ­verstandelijke handicap kunnen het ook op ­latere leeftijd houden. Meer dan het hoofd ­beschermen met wat extra kussens kun je niet doen.’

De diepe slaap is ook de fase waarin bijvoorbeeld leerprocessen opgeslagen worden. Het idee dat het helpt om je studieboek onder je kussen te leggen om tijdens je slaap wijzer te worden, komt hier vandaan. Als je kind op tijd en kort na het leren gaat slapen, zal hij in zijn diepe slaap het geleerde effectief opslaan en de volgende dag beter kunnen terughalen. Slaapt hij te laat en te kort, dan krijgt hij minder diepe slaap en slaat het geleerde minder goed op.

24.30 uur: droomslaap (rem-slaap)

Max is in de derde en laatste fase van de slaap-­cyclus beland: de droomslaap. Hij droomt dat hij door een uitgebreid gangenstelsel loopt dat hij die avond in het computerspel Minecraft gemaakt heeft. Het is geen paniekdroom, hij is trots op zijn bouwsel.

De droomslaap wordt ook wel REM-slaap genoemd, naar Rapid Eye Movement, de snelle oogbewegingen die onder het ooglid te zien zijn en die door het dromen ­veroorzaakt worden. Tijdens de droomslaap verwerken we psychische gebeurtenissen. ­Kinderen van een jaar of 4 die in de fase van de gewetensontwikkeling zitten en zich schuldig voelen over stout gedrag of slechte gedachten, verwerken dit bijvoorbeeld in hun slaap door van hun eigen ‘monsterlijke gedachten’ letterlijk monsters te maken, die hen aanvallen en ­verslagen moeten worden. Ook het vastleggen van ruimtelijke oriëntatie gebeurt hier. Als Max de dag ervoor ontdekt heeft hoe hij in een ­gangendoolhof van A naar B komt, slaat hij dat ’s nachts in de droomslaap op.

6.45 uur: wakker

De wekker is nog niet gegaan maar Max is klaarwakker. Vrolijk springt hij uit bed en zwiept de gordijnen open.

Omdat Max goed slaapt, ontwaakt zijn lichaam vanzelf bij het eerste ochtendlicht. Kinderen met een te kort, verstoord slaappatroon komen moeilijker hun bed uit. Op de slaappolikliniek van het Amsterdam WaakSlaapCentrum komen zulke kinderen met hun ouders voor onderzoek. Soms blijkt dan dat stress het probleem is; er is bijvoorbeeld veel ruzie thuis of een kind wordt vaak voor straf naar zijn slaapkamer gestuurd, waardoor die geen fijne, veilige plek meer is, maar een soort strafkamp waar hij ‘gedwongen’ wordt te slapen. Een slaappsycholoog praat met ouders en kind om de oorzaken bloot te leggen. Slaapmiddelen schrijven ze in het centrum nooit voor. Wel worden bij verschoven slaapritmes melatoninetabletten gegeven, die vier tot vijf uur voor het gewenste slaapmoment moeten worden ingenomen. ‘Om een kind terug in een gezond slaapritme te krijgen,’ vertelt Hamburger, ‘is het zaak zijn innerlijke klok weer goed te zetten. Dit doe je door te zorgen dat het ’s avonds vanaf acht uur helemaal donker is. Geen computerschermen meer, digitale wekkers omdraaien en zelfs ’s nachts geen licht in de wc aandoen. ’s Ochtends veel daglicht binnen laten komen, en verder een strak slaappatroon aanhouden. De meeste kinderen slapen op deze manier binnen een week, hooguit twee weken, weer goed.’

Slaaptekort bij ouders

Ruim een kwart van alle ouders slaapt elke nacht 1 uur of meer te weinig sinds ze kinderen hebben. Dit geldt voor eenderde van alle ouders met ­jonge kinderen tot en met 5 jaar. Vooral in de weekenden slapen ouders minder dan voordat ze kinderen hadden.

  • 34% van de ouders met kinderen tot 5 jaar slaapt 1-2 uur te kort
  • 15% van de ouders met kinderen tot 5 jaar slaapt 2 of meer uur te kort
  • 1 op de 8 (13%) ouders maakt zich zorgen over het slapen van hun ­kinderen
  • 1 op de 7 (15%) ouders functioneert onvoldoende omdat hun kinderen niet goed slapen
  • 1 op de 6 (18%) ouders heeft een kind dat ‘s nachts 2 keer of vaker ­wakker wordt door: nachtmerries (14%), huilen (12%), schreeuwen (7%), ­schoppen/slaan (5%) of slaapwandelen (3%)

Slaap weetjes

  • Ouders denken dat hun kinderen gemiddeld een half uur per nacht te weinig slapen.
  • 25% van de jonge kinderen (tot 5 jaar) slaapt bij de ouders op de slaapkamer.
  • 4% van de kinderen tot en met 12 jaar slaapt bij de ouders in bed.
  • Boven de 13 slaapt 1% van de kinderen bij ouders in bed.
  • Kinderen doen er gemiddeld een kwartier over om in slaap te vallen.
  • Kinderen die vlak voor het naar bed gaan nog gamen, internetten of ­sociale media gebruiken, hebben gemiddeld 5 minuten langer nodig om in slaap te vallen.
Reageer op artikel:
Slaap kindje slááp
Sluiten