Snel geëmotioneerd

redactie 21 jun 2018 Emoties

antwoord

Wat fijn en wat goed dat hij dit met jullie durft en kan bespreken. Dat geeft ook een mooie ingang om samen uit te zoeken hoe hij ermee kan omgaan. Voordat hij iets gaat zeggen, is hij waarschijnlijk al zo bezig met de gedachten dat hij geen tranen in zijn ogen wil krijgen dat hij er juist op gefocust raakt en het waarschijnlijk toch gebeurt. Het is voor hem belangrijk dat hij zijn gedachten onder controle weet te krijgen. 
Een paar manieren om hem hierbij te helpen: 

  • Vraag hem of hij samen met jullie een plannetje wil bedenken waarmee het hem lukt om antwoorden te geven en dingen te vertellen zonder tranen in zijn ogen. 
  • Begin met hem te vragen of het hem de afgelopen weken gelukt is iets te vertellen zonder tranen en wanneer dat was. Zo leer je hem focussen op dat wat hij wel kan (dat geeft vertrouwen) en je kunt samen onderzoeken hoe het hem op die momenten wel gelukt is. Wat kan hij daarvan meenemen voor momenten dat het weer lastig wordt? Wat deed hij – en eventueel anderen – op die momenten dat het lukte waardoor hij gewoon met droge ogen kon vertellen?
  • Maak samen met hem een plan om zijn gedachten om te zetten in iets positiefs. Waar kan hij – voordat hij een beurt krijgt – aan denken om zich zekerder en sterker te voelen? Bedenk samen waar hij blij van wordt. Hij zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een groot en stoer dier of een held waar hij op dat moment graag op zou willen lijken. Soms helpt het om op school of in zijn zak een plaatje van dat dier of die held neer te leggen of mee te nemen. 
  • Welke gedachten zijn storend – omdat ze zorgen voor tranen of onzekerheid – en welke zijn juist helpend? Welke gedachten werken om zich zeker te voelen (bijvoorbeeld: ‘Ik kan het’, ‘Ik ben sterk’)? Of wat kan hij fysiek doen om zich sterk te voelen? Bijvoorbeeld: rechtop zitten als een trotse pauw, staan als een stevige boom, et cetera. 
  • Bespreek met hem dat hij het kan oefenen en bedenk samen in welke situaties hij dat kan doen. Waar heeft hij het meeste vertrouwen in, begin daar mee. Vraag regelmatig wanneer het al (een beetje) gelukt is. Geef complimenten voor deze pogingen of succesjes.

Op deze manier maak je het niet te groot en benader je het als iets wat hij gewoon nog even moet leren. Net als dat een ander moet leren om bijvoorbeeld beleefd te zijn of op te ruimen. Geef hem vertrouwen dat het lukt. Benoem wat hij al allemaal geleerd heeft en zeg dat je weet dat hij dus ook kan leren. Een positieve, vertrouwenwekkende en steunende benadering als ouder kan al heel goed werken.

Reageer op artikel:
Snel geëmotioneerd
Sluiten