Spelen = leren

redactie 19 jun 2018 Speelgoed

‘Urenlang spelen, kon ik dat nog maar’. Herkenbare gedachte? Bedenk dan: spelen is eigenlijk ongemerkt werken; hard oefenen voor de grotemensenwereld. Van buitenspelen leren kinderen hoe ze in de groep liggen, van bordspellen leren ze strategisch denken en een verkleedspel helpt ze angsten te lijf te gaan.

Rennen, springen, gooien? Bewegingsspel

4-6: Ruimtelijk inzicht

Tot de kleuterfase gaat het bij kinderen puur om het plezier van het bewegen. Door te rennen, te fietsen, te schoppen tegen een bal, verfijnen ze hun grove motoriek. Een zogenoemd speldoel (bijvoorbeeld wie het eerst aan de overkant is, heeft gewonnen) interesseert ze niet. Pas na het vierde levensjaar worden spelregels belangrijk. Die kunnen ze dan ook zelf, in overleg met elkaar, aanpassen. Kinderen beginnen nu ook ruimtelijk inzicht te ontwikkelen. Ze kunnen inschatten hoe groot het plein is, hoe ze een hoek af kunnen snijden om hun doel sneller te bereiken en of ze het redden om naar de overkant te rennen zonder getikt te worden; vaardigheden die ze steeds meer nodig hebben, bijvoorbeeld als ze gaan fietsen.

Speelgoed: fiets, step, bal, skippybal. Kleuters vermaken zich buiten eigenlijk al met takken, steentjes, zand, een schommel, klimboom

6-9: Zelfbeeld

Buitenspelen wordt nu steeds belangrijker voor de emotionele ontwikkeling. Rennen, klimmen, voetballen: het zijn allemaal krachtmetingen met leeftijdsgenootjes, waaraan kinderen toetsen hoe ze in de groep liggen. ‘Hoe snel, sterk, slim of grappig ben ik vergeleken met de anderen?’ ‘Vinden ze me aardig, stoer?’ Zo vormen ze hun zelfbeeld. Tegelijk doen ze van buitenspelen sociale vaardigheden op: overleggen, samenspelen, ruzietjes oplossen.

Speelgoed: springtouw, elastiek om te elastieken, crossfiets, knikkers, skates/skeelers, hoepel, stoepkrijt, gympen op wieltjes (clickers)

9-12: Zelfvertrouwen

Behalve dat kinderen door te bewegen conditie opbouwen, geeft het ze ook een kick om te merken dat ze iets moeilijks of engs kunnen. Daardoor durven ze ook op andere terreinen nieuwe dingen uit te proberen. Door allerlei balspellen te doen wordt bij negen- tot twaalfjarigen de oog-handcoördinatie verder verfijnd. Het vermogen om je bewegingen af te stemmen op wat je ziet, gebruiken we als volwassenen de hele dag door bij alledaagse bezigheden als autorijden en computeren.

Speelgoed: minitrampoline, skateboard, tennisrackets, Wii sportgames, Twister

12+: Sociale vaardigheden

Bewegen doen 12-plussers vooral graag in sportclubverband. Het meest populair zijn team- en wedstrijdsporten. Sport is voor pubers heel belangrijk voor de vorming van hun zelfbeeld. Hoe sportiever hoe populairder, is helaas toch vaak het devies onder middelbare scholieren.

Spel: bal, Wii sportgames

Voelen, zien, horen, ruiken en proeven? Zintuiglijk spel

4-6: Rubriceren

Kleuters zijn net als peuters gek op spelen met zand, water en klei, maar anders dan peuters is het hun niet zozeer te doen om het voelen van het materiaal. Door zelf iets te construeren, door te zien wat er gebeurt als je een bouwsel omvergooit, doorklieft, kapottrapt of uit balans bouwt, ontdekken ze de eigenschappen van materialen. Door allerlei materialen als hout, klei of papier te breken, buigen, scheuren, stapelen of te rollen, leren ze bovendien te rubriceren; welke handeling heeft welk gevolg, wat werkt, wat niet? Rubriceren is een onmisbare vaardigheid om goed te kunnen leren.

Speelgoed: klei, vingerverf, scheerschuim, water, watten, deeg, muziekinstrumenten, zand

6-9: Grenzen verkennen

Sensopatisch materiaal – materiaal dat bijzonder voelt, klinkt, smaakt of oogt, zoals klei, scheerschuim, zand en glittertjes – kan kinderen leren dicht bij zichzelf te blijven. Klei, verf of zand roept bij kinderen met ongeremd, ongeconcentreerd gedrag zoals adhd, vaak ongecontroleerd (smijt-, scheur- of breek)gedrag op. Begeleid oefenen met zulke materialen leert ze hun eigen en andermans grenzen niet te overschrijden. Andersom kunnen voorzichtige, snel geprikkelde kinderen die gruwen van verf, watten of deeg aan hun vingers, door het werken met zintuiglijk materiaal leren over grenzen te gaan die ze anders zorgvuldig bewaken.

Speelgoed: kralen (om te rijgen), muziek, sieraden, lekkere geurtjes (voor in het bad)

9-12: Ontspannen

Werken met de handen ontspant. Losgaan op speksteen – een zacht soort steen, waar je makkelijk in kunt hakken, te koop in hobbyshops – kan een kind bijvoorbeeld leren voor zichzelf te kiezen, te ontspannen en te focussen. Behalve het fijne gevoel van het materiaal, en de flow van de concentratie, is een geslaagd eindresultaat natuurlijk ook een boost voor het zelfvertrouwen.

Het ene kind is meer zintuiglijk ingesteld dan het andere, dat valt niet te veranderen. Als een kind niet van stilzitten aan tafel houdt, betekent dat niet dat het zich niet kan concentreren. Ieder kind kan zich concentreren met het spel waar hij het meest van houdt.

Speelgoed: alles wat de zintuigen prikkelt, is goed. Een spelletje met bijvoorbeeld een blinddoek waarbij iemand iets moet proeven en dan moet raden wat het is

12+: Verkenning

De meeste pubers zijn erg zintuiglijk ingesteld. Hun lichaam verandert en zintuiglijke activiteiten als stoeien, dansen, bewegen, knuffelen, massage, make-up opsmeren, parfum gebruiken of zwemmen met leeftijdsgenoten helpen om dat nieuwe lijf, de identiteit en grenzen te verkennen.

Spel: hier zijn geen specifieke materialen voor

Imiteren, verzinnen, net doen alsof? Fantasiespel

4-6: Angsten verwerken

Op deze leeftijd spelen veel kinderen graag met verkleedkleren, schmink of poppenkastpoppen. Kleuters bootsen er de echte wereld mee na. Ze proberen ruzies, dialogen en rollenspellen uit en verwerken gebeurtenissen. Een bangerik leeft zich uit in de Supermanrol, een kind met twee kleine broertjes speelt weer even een baby die de onverdeelde aandacht van zijn moeder krijgt. Fantasieën over monsters onder het bed staan vaak voor onbestemde angsten. Als je zelf niet weet waar je precies bang voor bent, is een monster misschien wel de enige (onbewuste) manier om je ouders duidelijk te maken dat je behoefte hebt aan veiligheid en geruststelling. In het begin hebben de fantasieën vooral nog betrekking op de realiteit, vanaf ongeveer het vijfde jaar gaan kinderen ook fantaseren over zaken die niet bestaan, zoals reuzen en heksen.

Speelgoed: verkleedkleren, poppenkast, schmink, poppenhuis, wereldspelmateriaal zoals diertjes, huisjes, autootjes, boompjes, winkeltje, dokterskoffer, ridders

6-9: Emoties herkennen

In het echte leven kunnen kinderen zelden bepalen wat er gebeurt, daar zijn altijd de ouders of leerkrachten de baas. Daarom is het prettig om in het spel de baas te kunnen zijn. Ze kunnen zelf bepalen wie ze zijn en wat ze laten gebeuren, de invloed vanuit de omgeving is minimaal. Het echte fantaseren met verkleedkleren of poppen neemt op deze leeftijd wel wat af. Daarvoor in de plaats zijn kinderen vaak gek op zingen, dansen, toneelspelen. Behalve zelfexpressie – het herkennen en uiten van emoties – heeft dat ook weer als doel het toetsen van het effect op anderen; ‘hoe kom ik over?’ en het uitproberen van de rol in de groep (charmeur, grappenmaker, conflictbestrijder). Ook tekenen of verhaaltjes schrijven is een vorm van fantasiespel.

Met name kinderen in groep 1 en 2 spelen vaak schooltje, omdat het een nieuwe wereld is waarin ze veel ‘moeten’. Via spel kunnen ze deze nieuwe wereld een plekje geven. Boomhutten zijn in deze periode favoriet, omdat ze er zonder toezicht allerlei verhalen kunnen spelen.

Speelgoed: karaokeset (met microfoon), Playmobil met veel figuurtjes en dieren om zelf verhalen mee te verzinnen, schooltje spelen

9-12: Sociaal bewustzijn

In deze fase worden kinderen zich steeds meer bewust van de blikken van anderen en laten ze liever niet al te veel meer zien van zichzelf. Ze leven zich in hun fantasiespel hooguit nog in hun eentje thuis uit, want stel je voor dat anderen je stom vinden. Hoeveel een tienjarige fantaseert, ligt ook aan het karakter en een beetje aan de ‘fantasiecultuur’ thuis. Een kind dat als kleuter zijn auto door de lucht laat vliegen en van zijn ouders te horen krijgt dat een auto natuurlijk niet kan vliegen, krijgt de boodschap mee dat fantaseren onzin is en zal het daarom ook snel laten.

Speelgoed: schmink en make-up, verkleedkleren, schrijf- en knutselmateriaal, speurtochten

12+: Sociale vaardigheden

Veel pubers zijn gek op computerspellen waarin ze een andere identiteit aan kunnen nemen en kunnen oefenen in sociale vaardigheden. Fantaseren stimuleert ook het creatief, oplossingsgericht denken.

Spellen: Pictionary, Party & Co, Hints en tekenspelletjes

Bouwen, creëren, strategisch denken?  Ruimtelijk inzicht
Constructie- en regelspel

4-6: Verbindingen maken

Het leren om van losse delen een geheel te maken is goed voor de fijne motoriek en voor het technisch en ruimtelijk inzicht. Het maken van bouwwerken van Duplo, Lego of K’nex leert kinderen hoe verbindingen in elkaar zitten, hoe iets in balans blijft. Van spelletjes zoals Memory, geluidenmemo, eenvoudige kwartetspellen en spellen met een kleurendobbelsteen en later (vanaf 5 jaar) met stippen of cijfers, leren kinderen van deze leeftijd vooral ordenen (op kleur en vorm), tellen en rekenen en natuurlijk ook omgaan met verlies, wachten op je beurt en anticiperen op wat komen gaat.

Speelgoed: Duplo, blokken, bordspellen, puzzels

6-9: Oplossingen bedenken

Constructiespel vereist dat je creatief oplossingen verzint, dat je bij iedere stap bedenkt of dat de slimste is; een vaardigheid die je als volwassene gebruikt bij handelingen waarbij je moet bedenken welke volgorde het meest efficiënt is.

Vanaf 6 jaar kunnen kinderen strategische spellen spelen, zoals dobbelsteenspellen, kaartspelletjes en goochelen. Bij deze spellen moeten ze tactisch denken om te kunnen winnen: welke stap zal de tegenspeler zetten en hoe kun je die voor zijn? Er bestaan ook leuke coöperatieve spellen die samenwerking van de spelers vereisen en geen winnaar opleveren. Zo leren kinderen dat winnen en de sterkste zijn niet het belangrijkste is.

Speelgoed: Lego, Kapla, K’nex met bewegende onderdelen, Rummicub, Mastermind, Max de Kat, The Dragon, bouwpakketten, teken- en knutselmaterialen, elektrische treinen, scheikundeproefjes

9-12: Strategisch denken

Hier geldt hetzelfde als voor bovenstaande leeftijdscategorie, maar dan met oplopende moeilijkheidsgraad. Kinderen kunnen nu bijvoorbeeld dammen en schaken.

Speelgoed: Kolonisten van Catan, speelkaarten, Zoom-in!, Cluedo, Wildlife

12+: Bluffen

Pubers knutselen vaak graag aan motoren of vinden het leuk zich te verdiepen in de techniek van de computer. Ook zijn ze gek op spellen als poker. Hun sociale vaardigheden verbeteren er door, ze leren elkaar beter kennen (wie durft er te bluffen), verkennen elkaars grenzen en krijgen inzicht in regels.

Spel: pc-games, Kolonisten van Catan, pokerspellen, kaarspellen, Triviant, Pictionary, Risk

Met dank aan: Wilna van den Heuvel, docent Spel aan de Hogeschool van Utrecht

Meer leren over spelen?

Speelgoedsites www.speelgoedadvies.nl
www.jako-o.nl
www.speelgoedinfo.nl
www.spelendwijzer.nl

Met dank aan Intertoys en Keet in Huis

Tekst: Manja Gruson

Reageer op artikel:
Spelen = leren
Sluiten