Straffen, hoe moet dat ook al weer?

redactie 19 jun 2018 Ouders

In alle opvoedboeken staat het geschreven: het belonen van positief gedrag is de beste remedie tegen negatief gedrag. Maar soms is dat niet voldoende. En wat dan? Er is hoop. Want straffen valt te leren.

Grenzen stellen

‘Een boek over straffen schrijven? Daar moet je wel een achterlijke Belg voor zijn,’ hoorde Ludo Driesen, psycholoog en gedragstherapeut – en inderdaad Belgisch van nationaliteit – ooit over zichzelf beweren. Die opmerking is typerend voor de wijze waarop er tegen het onderwerp wordt aangekeken, vindt de psycholoog. Dat het een van de laatst bestaande taboes is, noemt hij overdreven. Wel zegt hij: ‘Of je nu speelgoed afpakt, de bedtijd vervroegt of je kind op een bewonderende blik trakteert, elke handeling van een opvoeder is een straf of een beloning op zich. Het probleem is dat wij ons daarvan niet bewust zijn. We praten er niet over en we denken er niet over na. Daarom gaat het nogal eens mis.’

Toen Driesen twintig jaar geleden pedagogiek studeerde, leerde hij op de universiteit niets over manieren om kinderen te straffen. Met een rijkelijke beloning van goed gedrag, zou het ongewenste gedrag wel verdwijnen, zo luidde het pleidooi.

‘De invloed van de anti-autoritaire opvoeding hè,’ zegt Driesen. ‘Ik heb wel eens aan zo’n professor gevraagd wat je moet doen als een kind ongewenst gedrag vertoont. Negeren, was het antwoord.

De huidige aandacht voor herstel van normen en waarden maakt dat ook straf geven als opvoedingshandeling bespreekbaar is. En Ludo Driesen is daar blij mee. Want hoewel hij erkent dat straffen altijd samen moet gaan met het belonen van positief gedrag, melden zich steeds vaker ouders in zijn spreekkamer die vertwijfeld toegeven dat de negatieve houding van hun kind niet meer om te buigen is.

Geen grenzen

Anneke Bijl, teamleider bij de afdeling jeugdhulpverlening van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, ziet drie groepen opvoeders die het moeilijk hebben met het stellen van grenzen aan hun kinderen. ‘Gescheiden partners vinden het vaak lastig omdat ze kampen met een schuldgevoel en dat compenseren door veel toe te laten. Verder zijn er de opvoeders die in hun eigen jeugd streng zijn benaderd en die het nu helemaal anders willen doen. Zij geven hun kinderen het liefst zoveel mogelijk vrijheid. En tot slot zijn er de ouders die zelf juist heel vrij zijn opgevoed. Zij weten vaak gewoon niet hoe dat moet, grenzen stellen.’

‘Ik zie ze om me heen, opvoeders die niet meer weten welke regels ze hun kinderen moeten opleggen,’ zegt Ingrid Lambregts, moeder van twee dochters (6 en 7). ‘Sterker, er worden helemaal geen regels meergesteld. Laatst hoorde ik iemand glashard beweren dat haar kind van 4 zelf wel aangaf wanneer het moest gaan slapen.’

Lambregts zoekt de oorzaak van dit type opvoedleed in de anti-autoritaire beweging van de jaren zeventig. Volgens haar hebben deze ouders nooit grenzen gekend en behoren ze tot de derde groep van Bijl.

Belonen volgens Pavlov

Halverwege de vorige eeuw kwam een kind bij overtreding van de regels nogal eens langdurig in het kolenhok te staan. Toen duidelijk werd dat een opvoeding waarin vaders wil wet was niet al te voordelig uitpakte voor de psychische gesteldheid van het kroost, kwam de vrije opvoeding in zwang. Kinderen moesten zich vooral kunnen ontplooien. En grenzen remden die vrije ontwikkeling. Intussen zijn alle deskundigen het erover eens dat ieder kind beperking nodig heeft. Van de peuter die voor de vierde keer een tulp uit de bloemenvaas trekt, tot de puber die een pakje sigaretten achteroverdrukt.

Maar hoe moet dat, straf uitdelen? Wat is te streng en wanneer ben je te soepel? Wat is een geschikte straf voor een kleuter van 4? En wat te doen met een puber van 12 die de huisregels aan zijn laars lapt? ‘De beste straf is de straf die je niet hoeft te geven,’ zegt Ludo Driesen. ‘Maar voor het zover is, moeten ouders eerst begrijpen hoe het psychologische mechanisme van straffen en belonen werkt.’

Een voorbeeld is het experiment van de Russische fysioloog Ivan Pavlov. Hij liet een zoemer klinken op het moment dat hij zijn honden eten gaf. Daardoor gingen de dieren kwijlen. Na verloop van tijd bleek dat de honden ook gingen kwijlen als de zoemer klonk maar ze geen voedsel kregen. Klassieke conditionering noemde Pavlov dat. Straf geven werkt als omgekeerde conditionering. De kans is groot dat een kind ongewenst gedrag niet meer herhaalt als het gevolgd wordt door een nare ervaring. Met andere woorden: een kind krijgt onprettige prikkels toegediend als reactie op fout gedrag, in de hoop dat het in de toekomst niet meer voorkomt.

Een boodschap overbrengen

Natuurlijk is een kind geen hond en zijn er factoren die het effect van zo’n negatieve prikkel beïnvloeden. ‘Ten eerste moet je je realiseren dat elke reactie van een opvoeder een straf of een beloning voor het kind is,’ legt Driesen uit. ‘Je bent dus vaak bezig met belonen of straffen zonder dat je dat beseft. Bovendien denken kinderen eerder aan het plezier op korte termijn dan aan de consequentie op lange termijn. Ook al weet je zoon dat hij zijn favoriete programma moet missen als hij te laat thuis is voor het eten; toch is de kans groot dat hij te lang bij dat vriendje met die mooie spelcomputer blijft hangen.’

‘Om zo min en zo mild mogelijk te straffen, moet je kritisch nadenken over de eisen die je aan je kind stelt,’ zegt Driesen. ‘Opvoeden begint met een wens. Vanaf het moment dat je weet dat je een kind krijgt, heb je dromen en verwachtingen die je omzet in eisen. Wanneer je een balans in die strikte en soepele eisen vindt, is het makkelijker om concreet gedrag te beoordelen en daarop te reageren.

Als het belonen van goed gedrag de motor van de opvoeding is, is straffen de handrem. ‘We denken te veel in het hier en nu,’ zegt Ludo Driesen. ‘Er doet zich een situatie voor en die willen we direct oplossen. Maar zo moet je niet naar straffen kijken. Het kind moet er voor de toekomst iets van leren. Als je te streng straft, vindt een kind dat onrechtvaardig en komt de boodschap niet over.’

Ook de teamleider van Bureau Jeugdzorg, Anneke Bijl, is geen voorstander van streng en vaak straffen. ‘Maar het is ook waar dat je het met alleen belonen niet altijd redt.’

Volgens Bijl zijn er drie gouden regels bij het geven van straf. ‘De straf moet snel volgen op het ongewenste gedrag, de straf moet in verhouding zijn met de overtreding en moet verband houden met het foute gedrag.’ Voorbeeld: een kind laat vuile gymkleding gerust een week schimmelen in de tas. Een goede sanctie is het die spullen zelf te laten opruimen. Na de derde keer mag het kind ook de kledingkast aan een inspectie onderwerpen. Zou het kind een week geen

televisie mogen kijken, dan weet na drie dagen niemand meer waarvoor het die straf ook alweer verdiend had. Of de boodschap overkomt, is dan maar de vraag.

Door elkaar geschud

‘Wat heel goed helpt als ze echt iets doen wat niet mag, is ze even mijn positieve aandacht ontnemen,’ vertelt Ingrid Lambregts. ‘Dan zeg ik dat mama nu een boekje gaat lezen en dat ik ze even niet wil horen of zien.’ Ook gaat de televisie regelmatig uit als haar dochters over de schreef gaan. ‘Mijn oudste dochter duimt nog steeds. En dat gebeurt vaak voor de televisie. Ik probeer haar daarvan af te helpen. Laatst zag ik beide dames met de duim in de mond naar Sesamstraat kijken. Ik geef toe, het was even verleidelijk om net te doen alsof ik niets zag. Zeker op het tijdstip dat ik ging koken. Maar ik dacht toch: als ik me nu niet consequent opstel, dan kan ik het vergeten. Dus heb ik de televisie uitgezet en ze naar boven gestuurd om alvast te gaan douchen. Uiteindelijk kon ik rustig koken en had ik later twee brandschone dames beneden. Het werkte dus positief.’

Lambregts vindt dat haar partner en zij het principe van belonen en straffen aardig onder de knie hebben. Ze leidt dat af uit het feit dat er niet vaak wordt gestraft in huize Lambregts. Toch gaat het niet altijd even soepel. ‘Hoe vaak en op welke manier je straft, ligt aan het karakter van je kind. Mijn jongste dochter kan soms echt alle grenzen missen. Haar heb ik wel eens bij kop en kont gepakt om haar op haar kamer te laten uitrazen. En ook heb ik haar ooit flink door elkaar geschud. Daar ben ik niet trots op en het moet zeker geen norm worden, maar het kan een keer gebeuren.’

Tik als redmiddel

Lambregts heeft geen principiële bezwaren tegen de pedagogische tik. Maar toen zij die stelling in het televisieprogramma Het Lagerhuis verdedigde, kwam haar dat op harde woorden van collega-debaters te staan. ‘Dat verbaasde me echt. Ook ik ben natuurlijk tegen huiselijk geweld. Maar ik heb het idee dat een tik voor de billen regelmatig gegeven wordt. Vaker dan iedereen toegeeft. Die discussie destijds ging om het verbieden van de pedagogische tik. Te gek voor woorden. Wat moet ik doen als ik zie dat een moeder haar kind in de supermarkt hardhandig beetpakt? De politie bellen?’

Het moet niet structureel gebeuren, maar af en toe een tik is geen slecht idee. Wanneer een jong kind bijvoorbeeld altijd overal aanzit en ouders proberen het op te lossen met een boze blik – wat niet helpt – dan kan een tik het middel zijn om de boodschap wel over te brengen.

‘Als niets meer werkt, dan moet je creatief worden,’ zegt Ludo Driesen. ‘Probeer te kijken waar je kind gevoelig voor is. Misschien helpt het niet hem naar zijn kamer te sturen, maar is het voor hem vervelender om continu dicht bij zijn moeder te moeten blijven.’ Ook Driesen vindt dat er niet te flauw gedaan moet worden over een tik op ‘het geklede achterwerk’. En daarmee schaart hij zich bij een kleine trits vooraanstaande kinderpsychologen die de afgelopen jaren uit de kast zijn gekomen als voorstander van licht fysieke straffen. Tegelijkertijd waarschuwen vertrouwensartsen voor het gevaar van de pedagogische tik en zien ze hierin zelfs de kiem voor kindermishandeling. Driesen: ‘Zolang het bewust gebeurt, als een soort laatste redmiddel om een kind te stoppen, heb ik niet zoveel problemen met een tik. Het wordt gevaarlijker als de fysieke straf een uiting van de frustratie van de opvoeder wordt. Maar ouders zijn ook mensen. Straf is ook een vorm van afreageren van de ouder. Dat moet niet te ver gaan.’

Straf in samenspraak

Anneke Bijl, zelf moeder van twee pubers, vindt de pedagogische tik niet geschikt als opvoedkundig middel. Al heeft ze hem ooit zelf eens uitgedeeld. ‘Iedere ouder kan een keer uitschieten. Het is goed dat je daarna toegeeft dat je niet had moeten slaan. Mijn ervaring is dat slaan gewoon niet werkt. Het brengt een kind niets bij. Als slaan vaker voorkomt, kan het zelfs averechts gaan werken. Dan is het een soort loutering. Net als de biecht vroeger was. Je moet even door de pijn van zo’n tik heen en dan is alles weer bij het oude.’

Welke straffen wel geschikt zijn, hangt samen met de leeftijd van het kind, zegt Anneke Bijl: ‘Een peuter ziet nog geen verband tussen de overtreding en de straf. Daarom is het bij jonge kinderen zaak om meteen te reageren. Een standje, heel duidelijk nee-zeggen en eventueel even apart zetten, kunnen helpen. Als kinderen een jaar of 5 zijn begint het geweten zich te ontwikkelen. Dan kun je beginnen met een onthoudingsstraf of het geven van een taak. Voor kinderen aan het eind van de basisschool en pubers kan het goed werken om ze zelf te laten meedenken over de straf die ze verdienen. Je hoeft dan niet altijd meteen met een straf te komen. Je kunt ook zeggen dat je er eerst over na wilt denken. Op die manier geef je tieners de gelegenheid om zich zelf ook te verdiepen in wat ze fout hebben gedaan.’

‘Veel hangt af van het kind en van de situatie waarin het zich bevindt, denk ik. Mijn oudste dochter vindt het al snel vreselijk wanneer de televisie uitgaat terwijl mijn jongste dat niets kan schelen,’ zegt Ingrid Lambregts. ‘En in zo’n hectische periode voor het Sinterklaasfeest, laat ik ook meer toe dan anders. Eén ding weet ik zeker: straf geven is maatwerk.’

Consequent straffen

  • Beloon positief gedrag. Het is de beste manier om zo weinig mogelijk straf te hoeven geven. Een beloning hoeft niet materieel te zijn. Een vriendelijk woord of een aai over de bol zijn voldoende.
  • Spreek gedrags- of huisregels af. Maak duidelijk wat er gebeurt als kinderen zich daar niet aan houden.
  • Wees consequent. Voer de aangekondigde straf daadwerkelijk uit bij ongewenst gedrag.
  • Leg geen straffen op die sowieso niet te handhaven zijn. ‘Als je nu niet ophoudt dan mag je niet mee boodschappen doen.’ Is dat reëel? Of moet de kleuter dan alleen thuis blijven?
  • Laat de straf zo snel mogelijk op de overtreding volgen.
  • Probeer de straf verband te laten houden met de overtreding. Pakje sigaretten gestolen? Dat pakje moet terug naar de winkelier met een deel van het zakgeld.
  • Bij oudere kinderen helpt het ze zelf te laten nadenken over de aard en de ernst van de straf. Wat vinden ze ervan? Welke straf hebben ze verdiend?

Ouders gestraft

Ouders die hun kind slaan, moeten wettelijk harder worden aangepakt, volgens Minister Donner van Justitie. Hij presenteert dit jaar nog een voorstel dat het recht op een geweldloze opvoeding voor kinderen vastlegt. ‘De ouderlijke macht is geen dekmantel voor geweld,’ aldus Donner. Onderzoekers schatten dat een op de vijf jongeren herhaaldelijk geslagen wordt.

De minster wil het Burgerlijk Wetboek zodanig aanpassen dat geweld door ouders tegen hun kinderen als ongepast wordt betiteld. Het gaat Donner in eerste instantie om het herhaaldelijk slaan van kinderen. ‘Maar als het juridisch niet anders kan, ben ik ook bereid de pedagogische tik ter discussie te stellen.’ Duitsland, Zweden, Denemarken en Noorwegen kennen al een wettelijk vastgelegde norm over het recht op een geweldloze opvoeding.

Bron: De Volkskrant

Reageer op artikel:
Straffen, hoe moet dat ook al weer?
Sluiten