Straffen

redactie 19 jun 2018 Ouders

antwoord

Ik geloof niet zo in straffen door middel van time-outs of allerlei andere strafmaatregelen. Met straffen proberen we kinderen te laten ophouden met vervelend doen en te voorkomen dat iets een volgende keer weer gebeurt. Dat werkt voor de korte termijn soms wel en wellicht doen ze iets daarna ook niet meer. Alleen is dat dan niet omdat ze het ‘vervelend doen’ niet meer nodig hebben of omdat ze ons een plezier willen doen, maar omdat ze bang zijn voor weer straf en zo straf willen vermijden.

Ik hoor heel vaak mensen tegen kinderen zeggen: ‘Nu is het klaar, ga maar even nadenken op de gang.’ Denk je nou echt dat een kind – van welke leeftijd dan ook – op dat krukje of op de gang gaat bedenken wat hij verkeerd heeft gedaan, wat daarvan de impact was en hoe hij zich beter kan gedragen? Nee, natuurlijk niet, hij zit zijn tijd uit (al dan niet gepaard met een hoop gehuil of aandachttrekken ) zegt dan het codewoord ‘sorry’ of ‘ik zal het niet meer doen’ en gaat weer vrolijk verder. 

Je leert een kind met time-outs, huisarrest of inhouden van zakgeld in mijn ogen niet wat de reden is dat wij bepaald gedrag niet accepteren, hoe je je kunt verbeteren en wat dat oplevert. En dat is nou net wel wat we willen, dat een kind er iets van leert!

Bovendien is te veel en te heftig straffen niet verstandig:

  1. Straffen doet namelijk iets met je zelfbeeld. Straffen geeft een naar gevoel over jezelf, dat je niet deugt. Als dat gevoel er te vaak is – of zo gezegd wordt – blijven ze hangen in het idee dat ze nare kinderen zijn. 
  2. Veel straffen zorgt er ook voor dat kinderen minder makkelijk een geweten opbouwen. Ze stoppen niet met bepaald gedrag omdat ze snappen waarom iets niet mag of kan, maar om straf te ontlopen.
  3. Bovendien ervaren kinderen negatieve aandacht evengoed als aandacht. Kinderen krijgen natuurlijk net als wij het liefst positieve aandacht, maar daarna komt liever negatieve aandacht dan geen aandacht! Dus is negeren vaak beter dan straffen! Negatieve aandacht kan een beloning zijn!
  4. Je hebt er steeds meer van nodig om hetzelfde resultaat te bereiken: hoe meer je straft, hoe minder het aankomt. Dus moet er een schepje bij om indruk te maken. Sfeer in huis kan zo snel verpest worden.

Natuurlijk moeten kinderen gecorrigeerd worden. Niet alles kan of mag en kinderen moeten van ons leren waar de grens is. Dit kun je echter heel goed doen door waar nodig duidelijk en effectief te corrigeren en zo nodig een logische consequentie te laten er ervaren van het gedrag. 

Effectief en positief corrigeren:

  1. Vraag eerst voordat je ingrijpt of corrigeert! Er zit vaak een goede/plausibele reden of idee achter het gedrag van een kind. Door te beginnen met een vraag (‘Je bent te laat thuis, hoe komt dat?’ of ‘Je gilt heel hard door de kamer, wat is er aan de hand?’) en te luisteren naar het antwoord, kom je hierachter en kun je eerst even meeveren met wat je kind wil of bedacht heeft en vervolgens corrigeren of ingrijpen.
  2. Vermijd zoveel mogelijk de woorden ‘nee’ en ‘niet’. Dit roept weerstand op en het geeft bovendien niet aan wat je nou wél wil van je kind. Geef steeds aan wat het gewenste gedrag is dat je van je kind wil zien vanuit een ik-boodschap. Bijvoorbeeld: ‘Ik wil dat je stopt met gillen en zachter praat, want je zusje slaapt.’ 
  3. Leg uit waarom het gedrag niet handig is of ander gedrag handiger/fijner. Bijvoorbeeld:
    ‘Als je samen overlegt over het spelletje dan lukt het ‘t beste om leuk te spelen en is het spelletje leuker!’
  4. Geef een alternatief of een keuze uit twee dingen die wel mogen/kunnen. Bijvoorbeeld:
    ‘Stoppen met rennen en stoeien. Als je hier binnen rent en stoeit, dan kunnen er spullen kapot en wij kunnen niet meer met elkaar praten. Jullie kunnen buiten rennen of boven op je kamer samen gaan stoeien. Wat kiezen jullie?’

Indien nodig kun je een kind een logische consequentie op zijn gedrag laten ervaren, waar het van kan leren. Zorg dat deze in verhouding staat tot wat er gebeurd is. Voorbeelden:

  • Als het iets kapot gemaakt heeft, zelf laten lijmen. 
  • Als er iets is omgevallen, zelf laten opruimen.
  • Als het iets ergens heeft meegenomen, zelf laten terug brengen.
  • Als het iemand pijn heeft gedaan, zelf een doekje met koud water halen.
  • 'Als je steeds te laat thuis komt – waardoor ik me zorgen maak – dan vanavond maar even niet uit.’
  • ‘Als je niet voorzichtig bent met een stuk speelgoed, dan zet ik het weg.’
  • Als je ruzie hebt, bespreken wat er aan de hand is en samen een oplossing bedenken.
  • ‘Als je zo boos bent dat je je niet meer kunt aankleden, ga dan maar even ergens rustig worden. Dan gaan we verder als het over is.’

Kortom, ik geloof erin dat opvoeden zonder time-outs mogelijk is. Soms even afkoelen, heel duidelijk en rustig corrigeren en aangeven wat je wel verwacht en kinderen betrekken bij oplossingen plus de logische consequenties laten ervaren is echt afdoende. En daarmee geef je kinderen de kans zelf te leren nadenken over welk gedrag leuk en aardig is en welk niet. 

Reageer op artikel:
Straffen
Sluiten