Te kort lontje: wat doe je eraan?

redactie 19 jun 2018 Agressief

Een grote mond, ruzie maken op het schoolplein of thuis venijnig reageren op alles wat gezegd wordt. Kinderen kunnen soms behoorlijk agressief zijn. Waar komt die agressie vandaan? Ligt het aan de opvoeding? Aan de invloed van tv- en computergeweld? Of spelen biologische factoren een rol?

'Kinderen zijn agressiever, grover gebekt en veel brutaler dan wij vroeger', wordt er nogal eens geroepen over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Is dat echt waar? Sommige ouders herkennen wel wat in die stelling. Anderen vinden het onzin. Het is gewoon de generatiekloof, menen ze.

Agressie is uiting van emoties

“En tegenwoordig wordt iedere vorm van agressie ook wel snel als een probleem gezien”, vindt Roos Kroes, moeder van Lotte (6). “Lotte kan heel kattig zijn. Soms maken zij en twee vriendinnetjes zoveel ruzie dat ze op school niet meer met elkaar mogen spelen. Ze gebruiken geen fysiek geweld, maar doen elkaar pijn met woorden. 'Nee, jij mag hier niet mee spelen!', sneren ze dan tegen elkaar. Het is subtiel geweld, maar minstens zo vervelend. Ook thuis heeft Lotte periodes dat ze heel venijnig kan reageren. Ik heb gemerkt dat dat vaak gepaard gaat met veranderingen in haar leven. Zo gaat ze nu naar de middenbouw en weet ze dat er meer eisen aan haar gesteld worden. Ook drukte en een volle agenda speelt een rol. Ik heb zelf vaak zin om leuke dingen te doen in het weekend en erop uit te trekken. Maar ik heb gemerkt dat de kinderen daar niet altijd blij mee zijn. Een weekendje thuis blijven en simpele dingen doen, zoals samen de was opvouwen of boodschappen doen, geeft ze rust. Over die agressieve periodes van Lotte maak ik me niet zo’n zorgen. Ik denk dat het bij haar ontwikkeling hoort. Agressie is ook een uiting van emoties, net als lief en aardig zijn. Ouders willen vaak alleen de leuke dingen van kinderen. Ik kan ook niet zeggen dat ik kinderen zo agressief vind, tegenwoordig.”

Agressiever dan vroeger

Rijna Akkerhuis, al 29 jaar leerkracht op de basisschool, denkt er anders over. Ze vindt wel dat je kunt stellen dat kinderen nu agressiever zijn dan pakweg twintig jaar geleden. “Pesten en ruzie maken is natuurlijk van alle tijden”, vertelt ze. “Vroeger stonden ze elkaar ook op te wachten op de hoek van de straat. Maar ik vind dat ze nu veel harder en venijniger tegen elkaar zijn. Vroeger scholden ze elkaar uit voor 'dikke' of 'pukkelkop'. Waar ze elkaar nu voor uitmaken, dat durf ik niet eens te zeggen. En dat gebeurt niet alleen mondeling, maar ook via de telefoon en social media. Ook in de klas merk je dat kinderen minder gehoorzaam zijn.”

Akkerhuis heeft verschillende verklaringen voor de toenemende agressie onder de basisschooljeugd. Tv-geweld is er in elk geval debet aan, zo vermoedt ze. “Zelfs in tekenfilms worden conflicten vaak opgelost met een hoop herrie en geschreeuw. En sommige zesjarigen kijken al naar programma’s als Goede Tijden Slechte Tijden. Dat lijkt mij niet bevorderlijk voor hun ontwikkeling. Volwassenen zijn heel gemeen tegen elkaar in die series. Die programma’s zitten vol met intriges en spanningen.”

Tv en computerspelletjes

Een sluitende verklaring voor de oorzaken van agressie is er (nog) niet. Maar deskundigen zijn het er wel over eens dat het gaat om een complex samenspel van psychologische, sociale en biologische factoren. Zo blijkt uit onderzoeken dat er inderdaad een relatie is tussen tv-geweld en agressief gedrag. En het gewelddadige video- en computerspelletje komt er nog slechter vanaf. Daarbij wordt immers niet alleen gekeken naar geweld. Kinderen identificeren zich met de gewelddadige hoofdpersoon en krijgen zelf de mogelijkheid om schade aan te richten en mensen te vermoorden. “Dat is toch heel wat anders dan de Starsky en Hutch waar wij mee zijn opgegroeid”, zegt Wim Slot, hoogleraar orthopedagogiek. “Spelers van agressieve video- en computerspelletjes blijken minder empathische vermogens te hebben en zich agressiever te gedragen.” Slot pleit dan ook voor een sturende rol van ouders. “Ouders zouden moeten trachten het kijken naar tv-geweld in te perken. En als er toch gekeken wordt, dan doen ze er goed aan met hun kind te praten over de beelden en zich daarbij relativerend en corrigerend op te stellen. Het lastige met computerspelletjes is dat ouders er vaak minder interesse, en daardoor ook minder zicht op hebben. Slechts 13 procent van de ouders blijkt enige limiet te stellen aan het spelen van agressieve computerspelletjes.”

Of jonge kinderen nu agressiever zijn dan twee decennia geleden, is moeilijk te zeggen, vindt Slot. “Ik denk wel dat ze drukker zijn geworden. Maar dat is niet hetzelfde als agressie, waarbij het doel is anderen te schaden. Alhoewel het in onze drukke maatschappij met veel prikkels wel moeilijker is geworden om kinderen te corrigeren. En het aantal agressieve delicten bij jongeren neemt ook toe. Weten waar je kind mee bezig is en toezicht houden op wat het doet, is in elk geval een belangrijke factor om agressie tegen te gaan. Tv- en computergeweld zijn ernstige risicofactoren, maar ze zijn nooit de enige oorzaak van agressief gedrag. Het is altijd een én-én verhaal.”

Opvoeding

Externe factoren hoeven niet de (enige) oorzaken te zijn van agressief gedrag. Volwassenen hebben zichzelf soms ook wel wat te verwijten, vindt leerkracht Akkerhuis. Kinderen kopiëren het gedrag van hun ouders en ook dat is niet altijd even correct. “Als je alleen al die staccatotaal hoort: 'Geef hier' of 'Jas ophangen'. Geen wonder dat kinderen ook op die manier gaan praten! En ik heb al een paar keer meegemaakt dat ouders hier op school open en bloot met elkaar gingen ruziën. Daar staan dan kinderen bij, daar groeien ze mee op, denk ik dan. Zo kreeg een collega van mij een keer een reprimande van een boze vader. Terwijl zij les gaf, stormde hij de klas binnen. Zijn zoontje was boos en had hem gesms’t omdat ze hem terecht had gewezen. Zoiets kwam twintig jaar geleden echt niet voor!”

Elèni Thomaïdis is kinderpsychologe heeft regelmatig te maken met kinderen die schelden, schoppen en slaan. Ook zij vindt dat ouders in veel gevallen zelf aan de slag kunnen met hun agressieve kind. Ze denkt dat de oorzaken van agressief gedrag meestal liggen in opvoedings- en omgevingsfactoren. “Laten we eerlijk zijn, het is voor ouders het makkelijkst om onaangenaam gedrag van het kind te wijten aan een aangeboren stoornis. Ik krijg ouders in de praktijk die hun kind graag willen laten onderzoeken, terwijl ik denk dat dat niet nodig is.” Volgens Elèni is agressie vragen om de grenzen en de structuur die kinderen zichzelf niet kunnen geven. Als ouders onvoorspelbaar zijn, wordt het kind geen veiligheid en houvast geboden. “Als je je kind de ene keer wel troost als het verdriet heeft en de andere keer niet, gaat het zich onzeker voelen. Hetzelfde geldt voor regels die niet in acht worden genomen. Als je stelt dat je kind maar één uur per dag achter de computer mag zitten, dan moet je je daar ook aan houden. Het kind weet dan precies wat wel en niet mag en wanneer zijn ouders boos worden. Als je als kind die innerlijke structuur nog niet hebt en onvoldoende van buitenaf krijgt, dan kan de wereld je overspoelen. Agressief gedrag is een manier om die gevoelens te hanteren.” Verder kan agressie een schreeuw om aandacht zijn, volgens Elèni. “Het zijn vaak kinderen die onvoldoende gezien worden en die zich achtergesteld voelen. En helaas, alle emancipatie ten spijt, dat wordt nogal eens veroorzaakt doordat ouders het te druk hebben met zichzelf. Het maakt niet uit wie er zit, maar wat een kind nodig heeft als het uit school komt, is rust, een kopje thee en iemand die naar zijn verhaal luistert. Als je kinderen laat merken dat je het fijn vindt dat ze er zijn en dat je ze wilt leren kennen, kun je heel veel bereiken.”

De confrontatie zoeken

Lydia kan zich enigszins vinden in het verhaal van Thomaïdis. Haar zoontje Luca (6) is altijd al moeilijk geweest. “Hij lijkt altijd de confrontatie te zoeken”, vertelt ze. “Hij bedenkt spelletjes die niet leuk zijn. Hij plaagt zijn broertje. Als een vriendje zegt 'Ik kan goed fietsen', dan antwoordt hij: 'Maar ik kan het nog veel beter'. Kinderen worden met een bepaald karakter geboren maar ik denk wel dat je het als ouder positief of negatief kunt beïnvloeden. Als ik Luca geen structuur aanbiedt, dan kunnen die negatieve karaktertrekken heel agressief naar buiten komen. Zo was ik zelf erg in de war na mijn scheiding en dat had zijn directe weerslag op Luca. Als ik hem van school ging halen, schopte hij een scène en wilde hij niet mee naar huis. Hij stond keihard in de gang te schreeuwen. Je schaamt je rot op zo’n moment. Andere ouders moesten wel denken dat mijn kind thuis mishandeld werd. Terwijl ik met mijn andere zoontje geen problemen heb. Die is heel lief en sociaal.”

Lydia stapte een tijdje geleden met Luca naar de hulpverlening. Hij werd onderzocht, maar afwijkingen werden niet gevonden. Ze kreeg het advies om vooral aandacht te besteden aan de goede dingen die hij doet. Als hij vervelend is, moet ze zijn gedrag, voor zover mogelijk, negeren of hem proberen af te leiden. “We hopen hem zo te leren dat hij aandacht krijgt als hij zich op een positieve manier gedraagt. Makkelijk is dat niet altijd. Een uitspraak als 'Zul je wel lief zijn als je gaat logeren?', is al verkeerd. Je gaat er dan vanuit dat hij stout zal zijn. Maar je schiet zelf ook wel eens uit je slof als een kind zich langdurig vervelend gedraagt. Maar ik probeer het wel. Dan weet ik later in elk geval dat ik alles heb gedaan wat mogelijk is.”

Woedeaanvallen

Een ander traject volgde Babs met haar zoontje Willem (10), die zich al vanaf heel jonge leeftijd erg opstandig gedroeg. “Op het consultatiebureau zeiden ze al dat er veel pit in zit”, vertelt Babs. “Toen hij een peuter was, kon hij vreselijk boos worden om kleine dingen. Als ik bijvoorbeeld zei dat hij niet op de trap mocht spelen of aan het fornuis mocht zitten, begon hij te schreeuwen en te huilen. Ook stampvoeten kan hij goed. En niet zomaar een beetje, als Willem begint te stampvoeten is het net of er een kudde olifanten voorbij komt. Soms hield hij uit woede zijn adem in totdat hij blauw werd. Dan pakte ik hem op en zette hem onder de koude douche.”

Toen Willem naar school ging, verergerde zijn gedrag. Hij maakte zich niet populair in de klas. Hij kreeg woedeaanvallen tegenover andere kinderen. Als hij iets wilde hebben dat van een ander was, vroeg hij er niet om maar eigende het zich toe door te duwen of te slaan. Toen hij wat ouder was, gooide hij een keer in razernij een tafel door de klas. Twee jaar geleden besloot Babs in samenspraak met de school hulp te zoeken. “Zowel de school als ik waren ervan overtuigd dat er iets met Willem aan de hand was”, vertelt Babs. “We wisten alleen niet wat. Ik ben bij twee kinderartsen geweest. Beiden stuurden me naar huis met de mededeling dat het allemaal wel meeviel.” Pas in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht werd Babs serieus genomen. Willem werd uitvoerig onderzocht. De artsen constateerden dat Willem agressief is, hij lijdt aan een oppositionele gedragsstoornis. Ook bleek hij ADHD te hebben.”

Gedragsstoornis

Dat er weinig medische aandacht is voor agressie als gedragsstoornis, is bekend bij Walter Matthys, psychiater en hoogleraar agressie bij kinderen op het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. “Agressie is geen aantrekkelijk onderwerp. Toch heeft 5 procent van de kinderen een oppositionele, of erger, een agressieve/antisociale gedragsstoornis. Dat percentage is hoger dan kinderen met adhd. Het gaat zowel om kwetsbaarheid bij het jonge kind dat prikkelbaar, snel boos en onrustig is, als om ouders die moeite hebben om op een adequate manier met dat gedrag om te gaan. In iets meer dan 50 procent van de gevallen gaat de gedragsstoornis agressie bij kinderen samen met adhd. Dan heb je sowieso al een kind dat meer zorg en aandacht nodig heeft. Als ouders dan ook nog kampen met persoonlijke of financiële problemen, of als ze weinig steun van hun partner krijgen, loop je als gezin een extra groot risico. Maar ook zonder deze problemen is het voor ouders uiterst moeilijk om rustig en consequent te blijven bij het dwarse gedrag van hun kinderen.”

Matthys doet al vijftien jaar onderzoek naar agressie bij kinderen. Hij gaat ook na of er mogelijke biologische oorzaken in het spel zijn. “Zeker is dat een agressie-gen niet bestaat”,  verklaart hij. “Maar er is wel aangetoond dat bepaalde hersenprocessen anders verlopen. Ook hebben agressieve kinderen gemiddeld een lagere hartslag, een geringere zweetproductie en een lagere stressreactie. Dat zou kunnen betekenen dat deze kinderen minder gevoelig zijn voor negatieve prikkels als gevaar en straf en eerder tot agressie overgaan.”

Boosheid hanteren

Uit onderzoek blijkt dat kinderen die zich voor hun tiende jaar agressief gedragen een grotere kans lopen om later te ontsporen in crimineel gedrag, verslaafd te raken of depressief te worden. Matthys vindt vroeg ingrijpen daarom noodzakelijk. Maar hij is terughoudender als het om hele jonge kinderen van 2 of 3 jaar oud gaat. “Peuters zijn van nature dwars en koppig”, zegt hij. “Als het goed is, neemt dit gedrag vanaf 3 jaar af. Als kinderen van 4 jaar nog regelmatig schoppen, slaan en razend worden om kleine dingen, is er reden tot bezorgdheid.”

De ouders van deze kinderen kunnen baat hebben bij een oudercursus die specifiek gericht is op jonge kinderen met gedragsproblemen. In Utrecht krijgen niet alleen de ouders begeleiding. Opstandige kinderen tussen de 8 en 12 jaar leren in groepjes onder andere om boosheid te hanteren door te ontspannen of een time-out te nemen. Verder leren ze om geen aandacht te besteden aan plagerijen en om zich te verplaatsen in een ander. Ook kunnen de kinderen ‘duimen’ verdienen met goed gedrag. Een aantal verzamelde duimen is goed voor een presentje. “Het is belangrijk om de positieve kanten van deze kinderen te benadrukken”, legt Matthys uit. “Ze hebben weinig zelfwaarderingsrespect. Veel ouders komen onvoldoende aan prijzen toe omdat het ongewenste gedrag van hun kind zoveel aandacht opeist. Als gevolg hiervan gaat het kind zich minderwaardig voelen en zich nog opstandiger gedragen.”

Moeder Babs is enthousiast over de therapie. “Willem heeft geleerd om nuances aan te brengen in zijn boosheid. Hij kan nu ook alleen maar geïrriteerd zijn. Sociaal gezien is het een ander kind geworden.” Naar aanleiding van de oudercursus doet Babs echter niet echt dingen anders. “Ik heb vooral veel steun aan de andere ouders. Als je zo’n kind hebt, word je zelf ook vaak met de nek aangekeken. Alsof je je kind niet goed zou opvoeden. Het leven wordt voor mij ook leuker als het beter met Willem gaat. Eerst was ik alleen maar daarmee bezig. Ook ik hoop dat mijn kind later een gelukkige volwassene wordt.”

Jongens slaan, meisjes roddelen

Jongens en meisjes verschillen in gedrag als het om agressie gaat. Jongens zijn drie keer zo vaak agressief als meisjes. Er zijn diverse verklaringen voor dit verschil. Psychiater Walter Matthys denkt dat het komt omdat jongens meer moeite hebben met zelfbeheersing. Bovendien uiten meisjes agressieve gevoelens in veel gevallen op een andere manier. Ze gaan minder snel over tot fysieke agressie maar manipuleren, roddelen en sluiten bondjes.

Omgaan met agressie

  • Keur het gedrag af, niet het kind. Zeg dus niet: ‘Jij bent ook altijd zo’n vervelend kind’ maar: ‘Ik wil niet dat je tegen de deur schopt.’
  • Zorg ervoor dat afkeuring en straf niet de boventoon gaan voeren. Blijf oog hebben voor wat het je kind wel goed doet en geef het daar ook complimentjes voor.
  • Stel duidelijke regels. Zeg bijvoorbeeld van tevoren: ‘Als je schreeuwt of je zusje slaat, ga je vijf minuten naar de gang of naar je kamer.’
  • Blijf vasthouden aan gestelde eisen. Als je kind bijvoorbeeld speelgoed moet opruimen voordat hij aan tafel gaat, zorg er dan voor dat dat gebeurt. Zwicht niet als je kind gaat schreeuwen en stampvoeten. Anders leert hij dat opstandig gedrag beloond wordt.
  • Voer geen gesprek of discussie als je kind agressief is. Doe dat wél als hij gekalmeerd is.
Reageer op artikel:
Te kort lontje: wat doe je eraan?
Sluiten