Tegenstanders

Fietsen en tegelijkertijd met je kinderen kwebbelen is een heerlijke bezigheid. Zo fietste ik laatst met man en kinderen door het Franse Zuid-Bretagne. Mijn zoontje en ik kwebbelden over van alles en nog wat,. Op den duur keken we niet meer naar de omgeving en letten we niet meer op de weg of op tegenliggers. ˜Tegenliggers vond mijn zoontje maar een vreemd woord. Waarom heette een tegenligger eigenlijk tegenligger?

˜Ik denk dat tegenligger ˜tegenligger heet, omdat hij van de andere kant komt, de kant die tegenover je ligt, verzon ik. ˜Net als bij voetbal. Daar noem je de partij waar je tegen speelt de tegenstander. Zij staan ook tegenover je, ze spelen aan de andere kant van het veld, en komen vanuit die andere richting naar je toe.

Ja, het woord tegenstander kende hij wel. Maar waarom noemde ik de fietsers dan niet ˜tegenstanders, als het toch hetzelfde was. Of waarom noemden we voetballers van de tegenpartij niet ˜tegenliggers?
Tja, daar zat wat in. Toch was er waarschijnlijk wel een verschil in betekenis. Tegenstanders bieden tegenstand. Dat doen tegenliggers niet. En waarschijnlijk kwam het woord tegenstand niet zo zeer van het feit dat de tegenpartij letterlijk aan de andere kant van het veld stond, maar van het woord tegenstaan, het tegenovergestelde van willen bereiken. Maar ja, hoe leg je dat uit aan een 6-jarige?

De dag ervoor dacht hij ook iets vreemds ontdekt te hebben. Het had weer met taal te maken, en was inderdaad niet zo logisch. ˜Hoe heet de dag voor vandaag?
˜Gisteren, antwoordde ik.
˜En de dag voor gisteren, vroeg hij.
˜Eergisteren, antwoordde ik.
˜Ja, eergisteren, ja, zei hij. ˜Maar ik noem dat meestal voorgisteren. En soms raak ik daar helemaal van in de war, dan weet ik even helemaal niet meer wat voor eigenlijk betekent.

Ik glimlachte, want ik dacht, daar heb je het weer. Hij is al 6 en is nog steeds in de war met˜voor en achter of voor en na. Grappig is dat toch. Die vaste paren van tegenstellingen zijn voor volwassenen overduidelijk: ˜voor is ˜voor en ˜na is ˜na, over de betekenis valt niet te twisten. Toch vinden kinderen dat in een bepaalde periode van de taalverwerving lastig. Eerst kennen ze alleen ˜voor, dan ontdekken ze dat er ook na bij hoort, en op dat moment gaan ze de woorden juist verkeerd gebruiken: ˜voor wordt ˜na, en ˜na wordt ˜voor. Net als ˜boven en ˜onder en ˜aan en ˜uit. (˜Boven wordt ˜onder en ˜aan wordt uit.)

Maar Sam bleek iets anders te bedoelen. ˜Kijk, mama: ˜voorgisteren of ˜eergisteren is eigenlijk de dag die achter gister ligt, toch? Nou, precies. Maar als je dus ook€˜achter gisteren kan zeggen dan betekenen voor en achter eigenlijk hetzelfde.
Hij zweeg, keek peinzend voor zich uit en vervolgde:˜Maar voor en achter betekenen soms niet hetzelfde, toch?

Ik liet deze constatering even op me inwerken. Wat een slim kind had ik toch, dacht ik glimlachend en tevreden. Op dat moment zag ik hoe Sam al slingerend recht op een groepje wildgebarende racefietsers af reed. De mannen stootten kreten van ontzetting uit en wisten hem op het nippertje te ontwijken.
˜Sam!!!’ riep ik kwaad. ˜Je knalde bijna tegen die tegenliggers op. Ik zei toch dat je goed op moest letten!
Sam keek verwilderd om zich heen en liet daarna teleurgesteld zijn hoofd hangen. ˜Nou hoor, jij zou mij waarschuwen, had je gezegd. Je zou iedere keer roepen als er tegenstanders kwamen.
˜Tegenliggers, zei ik geirriteerd.
Tegenstanders, mompelde hij.
Mijn man, die inmiddels een flink stuk verderop fietste, wierp een afkeurende blik over zijn schouder, en hij had gelijk. Zonder botbreuken thuiskomen was belangrijker dan over taal mijmeren.

Reageer op artikel:
Tegenstanders
Sluiten