Tienminutengesprek duurt vaak te kort

Twee of drie keer per jaar worden ouders van leerlingen in het basisonderwijs uitgenodigd voor een tien-minutengesprek. Onderwerp: de voortgang van het kind op school. Kunnen ouders zich in die luttele tien minuten daarvan wel een beeld vormen? Veel ouders voelen zich na zo’n gesprek gefrustreerd, vooral bij slecht nieuws. ‘Toen we buiten stonden dachten we allebei: nou, dat was snel. Ik hield daar een onbevredigend gevoel aan over.’

De opkomst van ouders bij tien-minutengesprekken op school is altijd zeer hoog, zegt Linda Verloop, ouderconsulente en leerkracht aan een basisschool in Voorburg. ‘Ouders zijn meestal heel nieuwsgierig naar het rapport, dat vinden ze erg leuk. Toch merk ik vaak dat ze weinig vragen stellen, ze lijken overrompeld door alle informatie. Meestal komen de vragen pas na het tien-minutengesprek, als ze het rapport nog eens rustig doorkijken. Daarom zou ik het beter vinden als ouders het rapport eerst mee naar huis kunnen nemen. Dan kunnen ze zich beter voorbereiden en gerichter vragen stellen.’

Op de meeste scholen worden de ouders twee à drie keer per jaar uitgenodigd voor een tien-minutengesprek om het rapport van hun kind te bespreken. Verloop merkt dat vooral de schriftelijke toelichtingen op het rapport vragen oproepen. ‘Vaak schrijf ik kort iets persoonlijks naast een rapportcijfer. Dat zegt soms meer dan een ingekleurd balletje of een cijfer. Ouders zijn snel bang dat iets negatief wordt bedoeld. Bijvoorbeeld als er staat dat het kind heel vrij is, denken zij dat het brutaal is. Daarom vind ik dat een rapport vanuit een positieve invalshoek moet worden geschreven. Ook als een kind niet goed functioneert, kun je dat op een positieve manier weergeven, zoals: het gaat beter de laatste tijd. Als je dingen wilt bespreken die wat moeilijker gaan, kun je die beter bewaren voor het oudergesprek.’

In de meeste gevallen is tien minuten voldoende, vindt Verloop. ‘Om de voortgang te bespreken van kinderen die geen extra aandacht nodig hebben, is een tien-minutengesprek lang genoeg. Je moet ook niet al te hoge eisen stellen aan zo’n gesprek. Het eerste gesprek in het jaar is vooral aftastend. Wie is die juf of meester eigenlijk en hoe praat hij of zij over mijn kind? Ook de leerkracht kijkt wat voor ouders er aan de andere kant van de tafel zitten.’ Aan die eerste kennismaking kun je eigenlijk geen conclusies verbinden, zegt Verloop. ‘Soms zijn er wat problemen met een kind. Door zo’n eerste gesprek kun je de situatie wat beter inschatten. Maar daar moet je heel voorzichtig mee zijn.’

Problemen apart bespreken

Volgens Verloop is het tien-minutengesprek niet geschikt om te bespreken dat een kind niet goed functioneert of misschien dyslectisch is. ‘Dat soort problemen kun je niet bespreken met een wekkertje ernaast. Bovendien moet je dan als leerkracht meteen aan de bel trekken en niet wachten op de oudergesprekken. Daar moet je echt tijd voor uittrekken. Het nare van een tien-minutengesprek is dat je meestal het gesprek moet onderbreken omdat de tijd om is. En je mag ouders nooit met een naar gevoel laten vertrekken.’

Inge Zomer uit Woerden en moeder van twee kinderen, kan hierover meepraten. ‘De laatste twee keer dat wij op het tien-minutengesprek kwamen, had ik het gevoel dat alles werd afgeraffeld.’ Bij haar dochtertje van 9 is enkele jaren geleden de gedragsstoornis ADHD vastgesteld en haar zoontje heeft waarschijnlijk pdd-nos, een aan autisme verwante stoornis. ‘Ik merk dat voor ons tien minuten te weinig zijn. Ik vind het belangrijk om een goed beeld te krijgen van hoe onze kinderen functioneren op school en daarnaast wil ik ook graag aan de leerkracht kwijt hoe wij thuis met de kinderen omgaan. Maar de laatste keren dat wij er waren had ik echt het gevoel van: hup, even het rapport er doorheen jassen. Met rekenen scoort onze dochter niet zo hoog en daarom zou ze extra taken mee naar huis krijgen. Ook zou ze volgend jaar een apart programma krijgen. Daar wil ik dan even wat langer op doorgaan, maar dat kan niet. Toen we buiten stonden dachten we allebei: nou, dat was snel. Ik hield daar een onbevredigend gevoel aan over.’

Verloop vindt dat leerkrachten zich ook goed moeten informeren over de thuissituatie. ‘Het kan zijn dat een kind zich op school heel anders gedraagt dan thuis. Door dat te bespreken, wordt je beeld van het kind completer en je aanpak op school kan erdoor verbeteren. Ook moeten ouders weten dat ze na afloop altijd kunnen terugkomen als ze vinden dat ze onvoldoende informatie hebben gekregen.’

Tijd opeisen

Zomer klampt regelmatig de juf van haar kinderen aan als ze nog met vragen zit. ‘Ik eis die tijd op. Ik ben inmiddels zo door de wol geverfd dat ik gewoon het lokaal binnenstap. Maar als je verlegen bent of niet zo welbespraakt, dan doe je dat misschien niet zo gemakkelijk.’ Zomer zou tijdens het tien-minutengesprek niet alleen willen praten over het rapport, maar ook over het feit dat haar dochter ADHD heeft en wat dat voor gevolgen heeft voor haar leerprestaties. ‘Ik wil dat niet los van elkaar bespreken. Het zou bijvoorbeeld fijn zijn als de intern begeleider ook bij zo’n gesprek aanwezig was.’ Ze vindt dat de leerkrachten niet zo strikt moeten vasthouden aan die tien minuten. ‘Elk kind is anders en iedere situatie ook. Dan kunnen ze toch best wat meer tijd nemen? Een gesprek van twintig minuten zou ik veel prettiger vinden. Ik vind dat bijvoorbeeld ook ruzies tussen kinderen op school tijdens zo’n oudergesprek aan de orde moeten komen.’ In het laatste oudergesprek werd met geen woord gerept over het problematische gedrag van haar zoontje in de groep. ‘Dus vraag ik daar zelf naar. Ik vind dat heel belangrijk. Dan moeten de volgende ouders maar even wachten.’ Alleen als het gedrag van haar zoontje echt de spuigaten uitloopt, wijst de juf haar daarop. ‘Maar meestal ga ik overal zelf achteraan.’ Toch is Zomer tevreden over de communicatie met de school. ‘Ik heb een keer gevraagd om een langer gesprek met de leerkracht en de intern begeleider, omdat wij met de school van mening verschilden over het wel of niet laten doorgaan van een therapie voor mijn dochtertje. Dat was geen gemakkelijke discussie, maar het was wel heel verhelderend. Er werd voldoende tijd genomen en dat was voor alle partijen heel prettig. Wij merkten toen ook dat de leerkracht een duidelijk beeld heeft van de goede en minder goede kanten van ons kind.’

Ook Verloop benadrukt dat het belangrijk is dat de leerkracht aan de ouders laat merken het kind te kennen. ‘Ouders vinden het prettig als ze de opmerkingen van de leerkracht kunnen plaatsen. Dat geeft hen vertrouwen. Je laat je kind toch zoveel uur per dag bij iemand achter en als dan blijkt dat de leerkracht je kind nauwelijks kent of geen leuke dingen aan hem heeft kunnen ontdekken, houd je daar geen lekker gevoel aan over.’

Om de privacy van haar kinderen te beschermen, is de naam van Inge Zomer gefingeerd.

Reageer op artikel:
Tienminutengesprek duurt vaak te kort
Sluiten