Twee Koekie-oorlogen in een week

redactie 21 jun 2018 Blogs

Als ik deze ochtend onze 9-jarige pleegzoon naar school breng, legt zijn juf me haar plan voor. Het werk dat hij op school niet afmaakt, krijgt hij mee naar huis. Ik vind het een goed idee, want ik begrijp helemaal hoe Koekie te werk gaat. Als ze oefeningen moeten doen, staart hij rustig een uur naar buiten of drijven zijn gedachten af naar andere tijden en andere plaatsen.

Die middag krijgt oppas Boris een papiertje met twintig sommen mee. Die moet Koekie maken voor het eten. Binnen de kortste keren is hij klaar. ˜Laat maar zien, zeg ik.

˜Nee, zegt hij, ˜dat moet de juf nakijken.

Ik ruik onraad: ˜Ik wil het nu zien.

Hij wijst met tegenzin op een opgevouwen papiertje. Ik maak het open. Twee sommen heeft hij goed, achttien sommen zijn fout en niet zo'n beetje: 67 + 34 = 22. Zo ongeveer. Ik word boos en zeg dat er niet gegeten wordt totdat hij serieus de uitkomsten heeft ingevuld. Ik ga bij hem in de kamer zitten. Ik kijk naar hem en zie dat hij het potlood in zijn mond stopt, dat hij het potlood in zijn oren stopt, dat hij speelt met dingen die op zijn tafel liggen en ik zie vooral dat hij geen enkele som maakt. Ik spring uit mijn vel, loop naar hem toe, pak de Hema-Bonkies uit zijn hand en gooi die tegen de muur. Hij begint te huilen, ik begin te schreeuwen, hij begint hysterisch te gillen, ik schreeuw door.

Ik weet niet wat ik nu moet doen. Wat zou een ervaren opvoeder nu doen?

Ik bied mijn excuses aan voor het gooien. Daarna kan ik echter niet laten nog een serieuze lezing te houden. ˜Kijk, Koekie, als die sommen te moeilijk zijn voor jou, dan hebben we pech gehad, dan ben je gewoon te dom voor deze school. Dan zeg ik morgen tegen juf Janneke dat je niet meer komt en dan bel ik een busje dat je naar een speciale school brengt. Als je de sommen wel kunt, dan ben je gewoon te lui en dan moet je beter je best gaan doen. Ik walg van mijn woorden, maar ze zijn uitgesproken. Ik geloof niet dat je zo een kind van 9 moet toespreken. Te veel dreigen, te ingewikkeld, te grote-mensenachtig.

Hij maakt nu serieus zijn sommen. De score: 19 van de 20 goed. Ik zeg: ˜Je bent dus niet dom, je bent lui.

Later die week hebben we het piano-akkefietje. Ook hier doet hij de opgegeven oefeningen niet. Hij improviseert wat, verzint variaties op thema's, maar zijn huiswerk doen; ho maar. En ik ga weer in de fout. Ik vertel op veel te strenge toon hoe duur pianoles is en dat hij er, als hij er met de pet naar gooit, maar mee moet ophouden. Is dat wat hij wil? Het is wederom geen gezellige avond.

Ik heb het hier al meerdere keren geschreven: het blijft een handicap dat je een kind pas op zijn 8ste onder je hoede krijgt. Je weet niet wat hij heeft meegekregen. Waarschijnlijk vonden eerdere pleeggezinnen andere dingen belangrijk dan wij. Maar wat ik nu vooral moet doen, is mezelf toespreken. Niet dreigen, niet steeds boos worden, maar geduldig dingen blijven herhalen. Mijn vrouw zei het goed: ˜Vergeet niet dat hij nog een kind is.

Dat was ik deze week inderdaad even vergeten. Als opvoeder krijg ik deze week een dikke onvoldoende. Ik heb me vele malen slechter gedragen dan Koekie.

Reageer op artikel:
Twee Koekie-oorlogen in een week
Sluiten