Vakantieblues

redactie 21 jun 2018 Blogs

Al wekenlang is het gaande. Bijna elke dag vraagt er wel iemand waar wij heen gaan met vakantie. En bijna elke dag steek ik hetzelfde verhaal af. ‘Wij gaan nergens heen. Ergens heen gaan is een beetje lastig voor ons, met Yaël. We willen in het najaar proberen twee nachtjes weg te gaan zonder Yaël en volgend voorjaar gaan we een weekje weg met mijn zusje en haar vriend, zodat die af en toe kunnen oppassen.’

In de uitgebreide versie, voor de doorvragers, vertel ik er nog bij dat we vorig najaar een weekje met Yaël naar Italië zijn geweest, naar een agriturismo. En dat Yaël dat best aankon, maar dat we zelf gevloerd terugkwamen, vermoeider dan we erheen gingen.

Intussen bespeur ik een gevoel in mezelf dat ik gelukkig niet vaak heb. Ik ben jaloers. Ik ben venijnig jaloers op al die mensen die zorgeloos vertrekken naar huisjes in Zuid-Frankrijk en Toscane. Of naar een agriturismo met een leuk appartement. En ik ben blij op Facebook te lezen dat het daar ook regent.

Gelukkig zijn er veel vakantievormen die me helemaal niet trekken en waar ik dus ook niet jaloers op ben. Kamperen met drie kinderen! Een bungalow in Flevoland met authentieke jarenzeventiginrichting! Tenthuisjes bij Arnhem! Quelle horreur! Ik ben, hoe zeg je dat leuk, geloof ik niet zo van dat spartaanse. Liever een weekje comfort dan drie weken gedoe, zal ik maar zeggen. Bovendien vind ik vakantie in het buitenland pas echt vakantie.

Maar goed, intussen verlang ik naar die vakantie die zo moeilijk te realiseren is met een kind dat zo gehandicapt is als Yaël. Naar een huisje ergens in Zuid-Europa. Naar buiten zitten met een glas wijn en een lekker bord eten. Een duik in het water, een kop koffie op een leuk terras. Het geijkte plaatje dus, zoals ik me een vakantie met een gezin voorstelde voor Yaël er was.

Volgend voorjaar moet het er weer eens van komen. Mijn zusje en haar vriend gaan mee en nemen dan af en toe de zorg over. Mijn zusje is verpleegkundige, dus dat komt vast goed.

Ons eisenpakket is niet gering. Twee appartementen vlak bij elkaar, ergens in Zuid-Europa, niet te ver van een vliegveld zodat de reistijd beperkt blijft voor Yaël, met een restaurant op loopafstand, liefst op het terrein, zoals bij de agriturismo vorig jaar, bij een meer of de zee (vindt mijn zusje leuk), met voldoende te zien in de buurt (vind ik leuk), gelijkvloers (Yaël kan niet traplopen en kent geen gevaar) en met een zwembad (voor Yaël). O, en dan is er ook nog een budget. En misschien moeten we dan nu de investering doen van het reuzencampingbed voor gehandicapte kinderen van 1350 euro. Maar dat is waarschijnlijk een enorm gevaarte, dat ook mee moet in het vliegtuig en waardoor we dan twee huurauto’s nodig zouden hebben, en dat wordt dan, met de aanschaf van dat bed erbij, te duur.

Sowieso moet je met een gehandicapt kind de raarste dingen meenemen. Een roerzeef omdat haar warm eten vermalen moet worden. Een vracht luiers in een incourante maat. Dat ene merk roosvicee, omdat ze alleen dat drinkt. Twee tupperware-bakken medicijnen, eentje voor in de koffer, eentje voor in de handbagage, voor je-weet-maar-nooit.

Buiten regent het en is het koud, binnen struin ik het internet af op zoek naar een geschikt vakantieoord. Ik ben al een paar uur aan het zoeken als de geliefde belt over iets praktisch. ‘Ik heb de vakantieblues,’ zeg ik en ik moet ervan huilen. Ik vertel hem van mijn zoektocht en dat bijna alles afvalt. Dat ik zo graag naar het buitenland wil, maar dat we misschien beter een weekje naar Bergen kunnen gaan, waar we allebei vandaan komen. Dan kopen we dat bed en vragen we mijn moeder af en toe een paar uurtjes op te passen, zodat wij iets leuks kunnen gaan doen. Ik zeg dat wat ik wil misschien wel te ambitieus is. ‘We kijken wel,’ zegt de geliefde rustig. ‘We moeten in ieder geval iets plannen. Dat we iets hebben om naar uit te zien.’

En dat is waar mijn vakantieblues over gaat. Dat er soms in ons leven te weinig is om naar uit te kijken. Dat alles zo ingewikkeld is en dat overal zoveel haken en ogen aan zitten.

Ik heb me nu verzoend met het huisje in Bergen. Het wordt vast heel leuk. Mijn moeder wil graag komen oppassen. Ze zei het niet zo direct, zo is ze niet, maar volgens mij vond ze het wel gezellig.

Intussen is de zon ook in Nederland gaan schijnen en is mijn stemming weer wat opgeklaard. Vanavond gaan we barbecueën in onze achtertuin. De fles chardonnay die ik voor bij het eten gekocht heb heet ‘Fat bastard’. Daarna gaan we Zomergasten kijken, dat we opgenomen hebben. Ik kijk ernaar uit.

Reageer op artikel:
Vakantieblues
Sluiten