Vakfreak of ontaarde moeder

Het is moeilijk om iets over je kind te horen dat je liever niet wilt horen. Om te horen dat een ander jouw kind terechtwijst. Juist als je zelf pedagogisch goed onderlegd bent.' Dit schrijft Marianne in haar reactie op mijn blog, ˜lieve juf van Sam', waarin ik me verontwaardigd uitlaat over de manier waarop mijn zoon op school wordt aangepakt.

Marianne is verder ook van mening dat lastige gedragingen bij allerlei soorten ouders voorkomen, ook bij kinderen van ouders die zich beroepsmatig met opvoeden bezig houden. ˜Zoals psychologen soms zelf wat geestelijke problemen kennen en de gemiddelde huisschilder zijn huis nog steeds moet afschilderen, zo heeft de opvoeddeskundige ook niet alles juist, zo schrijft ze.

Marianne heeft gelijk. Wie in zijn werk uitblinkt in deskundigheid, kan in zijn priveleven een grote nul zijn. Hoewel ik mezelf niet beschouw als een mislukkeling in het opvoeden van mijn eigen kinderen, noch als een blunderaar als het gaat om de stimulering van de taalontwikkeling, zou het me toch niet verbazen als mensen in mijn omgeving soms denken: daar zit echt een steekje los, die is zo doorgedraafd in haar werk, wat een vakfreak. Haar kinderen beschouwt ze als interessante onderzoeksobjecten, alles wat ze in haar werk tegenkomt, probeert ze uit op haar zoon en dochter. Echt niet normaal.

Als mensen dat inderdaad denken, hebben zij ook gelijk. Sinds mijn kinderen anderhalf zijn, praat ik ˜s avonds Engels tegen ze. Gewoon om te kijken wat een kind nodig heeft om een taal onder de knie te krijgen. Iedere avond een uur: tandenpoetsen in het Engels, de boekjes in het Engels, slaapliedje in het Engels. En het is gelukt! Ze verstaan vrijwel alles, ook wanneer anderen Engels tegen ze praten. Het geheim is dat je precies moet weten welk niveau je moet insteken, je moet alles uitleggen aan de hand van plaatjes of voorwerpen en vooral veel herhalen. Verder moet je in het begin ook alleen praten over die onderwerpen waar je in het Nederlands ook met je kind over praat. Ook heb ik mijn zoontje in een maand leren schrijven, lezen en rekenen op het niveau van groep 3. En hij vindt het leuk!

De laatste ontwikkeling is dat ik beide kinderen het verschil tussen homoniemen en synoniemen probeer te leren (eenzelfde woord voor met verschillende betekenissen of juist verschillende woorden voor eenzelfde ding). Het succes dat ik met dit experiment geboekt heb, is minder dan bij het Engels en het leren schrijven en lezen. Mijn zoon weet inmiddels wel wat homoniemen zijn en kan ook zelf leuke voorbeelden aandragen, maar synoniemen, wat in feite eenvoudiger is om uit te leggen, gaat er nu niet meer bij hem in. En mijn dochter denkt nu dat homoniemen rijmwoorden zijn. Ook zij verzint ze zelf en komt dan enthousiast aangerend met: Ik weet een homoniem mama, een hele goeie: ˜mannetje en pannetje, goed he? En nog een: ˜een ei hoort erbij!! Goed toch mama, knap he? En laatst: Ik kan er niks van he, mama. Ik ben heel slecht in homoniemen'.

Reageer op artikel:
Vakfreak of ontaarde moeder
Sluiten