Veilig dorp, griezelige stad?

redactie 21 jun 2018 Ouders

Behorend bij het onderzoek: 
‘Waar groeit je kind het beste op? – De gezinsvriendelijkste gemeenten van Nederland’, gepubliceerd in J/M juni 2011

Nederlanders geven hun woonbuurt een ruime voldoende. Ze vinden het er veilig, mensen gaan er prettig met elkaar om en de rommel op straat valt mee. Kortom: ze voelen zich er thuis. Plattelandsbewoners kijken tevredener uit hun raam dan mensen in meer stedelijke gebieden. Ze komen veel minder vaak in aanraking met criminaliteit en klagen ook minder over overlast en verloederde buurten. Geen wonder dat ze zich veiliger voelen dan hun stadse medemens. 
‘Moeders beoordelen een buurt positief als ze het gevoel hebben dat ze in geval van nood op hun buren kunnen rekenen en dat die zullen ingrijpen als er iets mis is,’ zegt veiligheidsdeskundige Marnix Eysink Smeets. ‘Collectieve daadkracht’ heet dat in veiligheidsjargon. 

Dat gevoel is het krachtigst bij Ons Soort Mensen: gelijkgestemden met dezelfde normen en waarden als jij. Door die ‘publieke familiariteit’ snap je je buurt en je medebewoners. Dat versterkt de onderlinge relaties. En die zorgen er op hun beurt weer voor dat je je safer voelt. Dat fijne OSM-gevoel komt in gevaar als ‘buitenstaanders’ de wijk binnenstromen. Dat geldt net zo goed voor autochtonen in overwegend allochtone wijken als andersom. Alleen komt dat laatste veel vaker voor. En wat de boer niet kent…

Nieuwkomers hebben sowieso tijd nodig om zich deel van de grote buurtfamilie te gaan voelen. Pas als je na verloop van tijd bakker Hans van de hoek leert kennen en ziet dat de pleinjeugd niet uit drugsdealers bestaat, wordt de wijk je thuis. 

Ook op een andere manier maakt onbekend onbemind. Iemand die elk straatje, pleintje of parkje kent, weet precies wat de potentieel gevaarlijke plekken zijn en kan zijn kinderen daarvoor waarschuwen. Dat geeft ouders het gevoel dat ze er grip op hebben. Hoe groter de buurt, hoe meer vreemde plekken. Ook binnenstadbewoners beoordelen hun eigen woonomgeving vaak als veilig, maar soms is die omgeving beperkt tot de eigen straat, met alle mogelijke vrijheidsbeperkingen voor hun kinderen van dien. 

Ten slotte wijst Eysink Smeets erop dat het imago van een buurt bepalender is voor de mate waarin bewoners zich er senang voelen dan het daadwerkelijke misdaadcijfer. Domweg gelukkig tussen stiekeme criminelen in een Vinex-wijk of domweg ongelukkig in een voormalige – inmiddels superveilige – tippelzone: ’t is maar waar je voor kiest! 

Enkele feiten

  • Op het platteland voelt één op de zes bewoners zich wel eens onveilig, in matig stedelijke gebieden 23% en in zeer sterk stedelijke gebieden 36% 
  • Hondenpoep, rommel op straat en vernield straatmeubilair bezorgen zowel stads- als plattelandsbewoners de meeste overlast, maar de laatsten hebben er aanzienlijk minder vaak last van. 
  • Drugsoverlast of lastig gevallen worden op straat komen in landelijke gebieden nauwelijks voor. Daarentegen melden plattelandsbewoners relatief vaak dat ze last hebben van hangjeugd en dronkenlappen. 
  • In de VROM Leefbaarometer scoren Leeuwarderadeel en Lingewaard zeer positief en Zoetermeer en Utrecht positief (2008).

Marnix Eysink Smeets is lector Subjectieve Veiligheid aan de Hogeschool Inholland.

Reageer op artikel:
Veilig dorp, griezelige stad?
Sluiten