Vertellen we het Koekie of doen we dat niet?

redactie 21 jun 2018 Blogs

Een van de grote dilemma’s in ons leven als pleegouders is wat we Koekie wel of niet vertellen. We weten intussen waar onze 11-jarige pleegzoon door van streek kan raken en een verwarde en paniekerige Koekie is bepaald geen pretje. Niet voor ons en zeker niet voor hemzelf.

Een bezoek van Pleegzorg zorgt voor buikpijn, een bezoek van Jeugdzorg brengt hem in staat van paniek. Maar wegmoffelen is ook geen optie. Dan ziet hij ze uit het niks verschijnen en vraagt hij zich af waarom we hem dit niet verteld hebben. En hij voelt als geen ander dat er iets is, dat wij ergens mee worstelen.
Het is kiezen uit twee kwaden. We hebben nu voor de lijn gekozen dat we het hem vertellen, maar pas korte tijd voor het moment daar is. Dus de dag ervoor, of soms zelfs pas dezelfde ochtend. Het vereist een grote mate van zorgvuldigheid. Wie komt er langs, waarom, wat is het belang, wordt er in dat gesprek een beslissing genomen die invloed op zijn leven heeft.

Nou zijn dat op zich tamelijk eenvoudige zaken.
Moeilijker lag het met de affaire die we een paar maanden eerder hadden. Door wat bureaucratische rompslomp was er niet tijdig een verzoek bij de rechter ingediend voor de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van Koekie. Theoretisch gaf dat moeder de mogelijkheid om Koekie gewoon bij ons te komen ophalen. Omdat we ervan uitgingen dat ze dat niet zou doen, hebben we dit Koekie niet meegedeeld. Maar de consequenties hiervan, daar moesten we wel wat mee.

De Kinderbescherming diende, vanwege deze administratieve fout, een rapport te maken voor de rechtbank. Daartoe werden een aantal partijen gehoord en een van die partijen was Koekie. Hij zou telefonisch geïnterviewd worden. En zo geschiedde. Dat kondigden we aan, maar we konden niet voorkomen dat hij het vreemd en verontrustend vond, hoezeer wij ook ons best deden om duidelijk te maken dat het geen verstrekkende gevolgen had.

Enige tijd later stond er een rechtszaak gepland over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Daar was ik voor uitgenodigd, Koekie niet. Kinderen hoeven namelijk pas bij een rechter te verschijnen als ze 12 zijn. Vooraf hadden we hem daar niets over verteld. Achteraf moest ik dat wel doen. Ik deelde hem mee dat het de een-na-laatste rechtszaak was geweest. De rechter had nog een keer de ondertoezichtstelling met een jaar en de uithuisplaatsing met een halfjaar verlengd. Ik mocht tegen de rechter zeggen dat je het een kind niet kon aandoen om hem zo lang in onzekerheid te houden over zijn toekomst. Steeds maar weer zo’n korte tijd, dat had iets misdadigs. Al je niet weet waar je toekomst ligt, dan kun je daar ook niet aan werken. Nou, dat leek de rechter ook te vinden. Koekie woont al meer dan vier jaar niet meer thuis. Tijd voor iets definitiefs. Dit gedeelte hadden mijn vrouw en ik nog kunnen verzwijgen.

Wat wel gemeld moest worden, was dat ik in deze rechtszaak zijn oudste broer, die al wat langer dan Koekie niet meer thuis woont, trof. En hoewel het contact tussen die twee niet
frequent is, spreken ze elkaar zo nu en dan telefonisch. Als Koekie dan op die manier zou horen dat er een rechtszaak was geweest, waarop ik zijn broer getroffen had, dan had dat
mij gedegradeerd tot een onbetrouwbare hond en had hij mij op één hoop geveegd met al die andere mensen waar hij in zijn leven niet van op aankon.

Op diezelfde rechtszaak trof ik ook Koekie’s moeder en jongste broertje. Ook dat heb ik hem, om dezelfde redenen, verteld.

En dan waren er nog de gevolgen van die zitting.
De Kinderbescherming dient met een uitgebreid en gefundeerd rapport te komen, waarop de rechter een definitieve beslissing kan nemen over Koekie’s verdere leven. En jawel, daarvoor zal nu zeer uitgebreid met Koekie gesproken worden.
‘Nou,’ zei hij afkeurend, toen we hem dit vertelden. Daar zit hij helemaal niet op te wachten. ‘Maar dat moet nu eenmaal. En het is de laatste keer,’ hielden wij hem voor. ‘Gewoon zeggen wat je echt vindt. Het gaat om jou. Je hoeft niet bang te zijn dat ook maar iemand boos wordt over de dingen die jij zegt.’ Hij was er niet gerust op.

En dan was er de aanloop naar zijn verjaardag. Veertien uur voor de grote dag kregen wij het verzoek of moeder op zijn verjaardag kon komen of hem kon zien, omdat ze toevallig toch in Nederland was. Mijn vrouw en ik besloten dit verzoek niet te honoreren. Het zou een zorgvuldig geplande feestelijke dag helemaal op zijn kop zetten. Ook dit, zo vonden we, moesten we vertellen.

Hadden we dus in het begin van het pleegouderschap het dilemma of we hem wel of niet bepaalde zaken vertelden, tegenwoordig is dat dilemma verschoven. Nu piekeren en overleggen mijn vrouw en ik wanneer we het hem vertellen om de onrust en verwarring zoveel mogelijk te beperken. Het is een ander, maar niet minder groot dilemma. Het zijn iedere keer verdomd moeilijke beslissingen.

Reageer op artikel:
Vertellen we het Koekie of doen we dat niet?
Sluiten