Vol op het orgel, huilen, gillen, brullen

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Wat heb jij vanmorgen gedaan?’
Ik heb avonddienst en neem met de rest van de avondploeg het leven door. Als je ‘s avonds werkt, is je dag omgekeerd. Eerst ben je vrij en doe je alle dingen die daarbij horen, daarna ga je aan het werk.

‘Hardgelopen.’
‘Gatverrrr.’
‘Nee, leuk juist, het is zulk mooi weer. Ik voel de lente al. En jij dan?’
‘Toen Hanno en Yaël de deur uit waren ben ik als een sherrymoeder weer in bed gaan liggen. Daarna heb ik gekookt voor vanavond.’

Ik leg mijn collega uit dat het een kort nachtje was. Dat Yaël gisteren bijna de hele dag gehuild heeft. Om halftwaalf ‘s avonds viel ze huilend in slaap, en om halfzes werd ze weer huilend wakker. Meteen weer vol op het orgel, huilen, gillen, brullen. Ze ging gewoon weer verder waar ze gebleven was.

‘Yaël heeft gisteren een verdrietige dag gehad’, schreef Hanno, mijn man, in het schriftje van haar dagbesteding. ‘Vanmorgen was ze nog steeds verdrietig en boos. Nicolien, een van haar begeleidsters, is drie maanden op wereldreis. We denken dat ze moeilijk kan accepteren dat Nicolien zo lang wegblijft. We proberen haar te troosten, maar ze is ook erg boos. We hopen dat het vandaag goed gaat.’

We raden naar de oorzaak van Yaëls ongenoegen, we interpreteren en analyseren, maar we weten het niet zeker, want ze kan het ons niet vertellen. Wat we wel zeker weten, is dat Yaël zich niet goed voelt. Ze wil me bijten en krabben maar ze wil ook bij me wegkruipen, ze wil in bed liggen, maar ze wil ook uit bed. Ze wil eten, maar ze wil ook haar bord op de grond gooien. Ze is met zichzelf aan.

Als ik om halftwaalf ‘s avonds thuiskom, lees ik in het schriftje dat ze opnieuw een slechte dag had.
‘Ze heeft me gebeten,’ schrijft een van de juffen. ‘We probeerden haar te troosten, maar dat vond ze moeilijk te ontvangen. Ze heeft ons een paar keer flink gekrabd.’
‘We benoemen dat Yaël verdrietig mag zijn,’ beschrijft de juf dan, ‘maar dat ze wel lief moet zijn voor ons. En dat we haar altijd willen troosten.’

Op de oorzaak gaat ze verder niet in. Waarom zou ze ook? Ze kent Yaël langer dan vandaag en weet dat dit soms gebeurt. En trouwens, zou troost bieden niet altijd belangrijker zijn dan analyseren? Voor Yaël geldt dat misschien nog wel meer, want in haar geval is er nog iets anders aan de hand: als ze eenmaal boos is,of verdrietig, is er geen houden meer aan. Ze wil eruit, ze wil zich anders voelen, maar ze kan het niet. Ze kan de emotie bijna niet stoppen. Zoals ze soms ook uit elkaar barst van blijdschap, zo blij is dat ze niet meer blij is, maar gewoon door het dolle heen.

Het uitblazen na een onbedaarlijke lachkick, de vanzelfsprekende opluchting die wij, normale mensen, voelen, na een huilbui of ruzie, die kent ze niet. Tegen gezonde kinderen kun je zeggen dat vervelende gevoelens ook weer ophouden. En dat moeten ze dan maar geloven. Alsof dat al niet moeilijk genoeg is. Hoeveel jaar duurt het niet voor je zeker weet, als je je slecht voelt: dit is maar tijdelijk, dit gaat ook weer over? Voor je daar echt op kunt vertrouwen?

Bij Yaël is dit soort dagen een kwestie van de perfecte timing. Troosten, maar het verdriet niet aanwakkeren. Benoemen, maar ook tijdig over iets anders beginnen. Haar opzoeken, maar haar ook weer met rust laten.

Zo meteen wordt Yaël thuisgebracht met de bus. Ik ben nu al een beetje nerveus. En stiekem ben ik blij dat ik vanavond uit eten ga. Gelukkig weet ik iets wat zij niet weet: dit gaat ook weer over.

Reageer op artikel:
Vol op het orgel, huilen, gillen, brullen
Sluiten