Voor autisten is dat flexgedoe een ramp

redactie 22 jun 2018 Blogs

Op mijn werk heb ik een flexplek. Of eigenlijk heb ik een stuk of vier werkplekken, afhankelijk van de dienst die ik draai. Soms zit ik op de tussendienstplek, soms op de avonddienst tweede katern-plek en vorige week zat ik zomaar twee dagen op de dagdienst eerste katern-plek. Mijn dienst dicteert waar ik zit.

Als normale sterveling kan ik die flexplekkenconstructie prima aan. Natuurlijk heb ik mijn lievelingsplek in de kantoortuin, maar ik hoef niet allerlei innerlijke weerstanden te overwinnen als ik op een andere plek moet zitten. Mijn flexplek du jour maak ik gezellig met een mobiele foto van Yaël.

Flexibiliteit is in. De moderne mens, maar vooral de moderne werknemer, is flexibel: hij past makkelijk zijn werktijd en -plaats aan als dat nodig is, ziet er geen been in ook buiten kantoortijden bereikbaar te zijn en 'kan snel schakelen', zoals dat in managementjargon heet.

Een beetje bedrijf heeft tegenwoordig ook een 'flexibele schil' of een 'flexwerkerspool': goedkoop en op afroep beschikbaar, bereid om ook voor een paar uurtjes op te draven en makkelijk te lozen als het economisch tegenzit. Flex is in sommige opzichten vooral leuk voor de werkgever.

Tot mijn verontrusting is het flexibiliteitsideaal ook in de gehandicaptenzorg doorgedrongen. Op Yaëls kinderdagcentrum worden de jaarcontracten van de medewerkers tegenwoordig slechts 'bij hoge uitzondering' omgezet in vaste contracten – de kans is namelijk groot dat er gesneden zal worden in de AWBZ, de zorg voor onder meer gehandicapten, en de organisatie 'sorteert daar vast op voor'. (Waarom komt al dat organisatiejargon toch uit het autoverkeer: schakelen, terugkoppelen, gas geven.) De zorggroep waarvan haar dagcentrum deel uitmaakt, bouwt aan een 'flexibele schil' en in de nieuwe huisvesting zal gekeken worden of de groepen met 'flexibel indeelbare ruimtes' kunnen werken.

Vast allemaal bedacht door managers. Die zijn er tenslotte om op de kosten te letten. Als ze dat goed doen, kan de zorginstelling blijven voortbestaan en goede zorg blijven leveren. Dat is belangrijk, maar het is alleen zo jammer dat managers vaak geen enkel idee hebben wat ze nu eigenlijk lopen te managen.Wat bijvoorbeeld de zorg die ze managen inhoudt.

Voor autisten is dat hele flexgedoe namelijk een ramp. Autisten kúnnen nu eenmaal niet 'snel schakelen'. Zo zijn hun hersenen niet geprogrammeerd. Als je bedenkt dat een verstandelijke beperking bijna altijd samengaat met autistische trekken, zou je op het idee kunnen komen dat dat om een aangepast personeelsbeleid vraagt, met veel vaste medewerkers, die de organisatie bij voorkeur voor langere tijd aan zich bindt. Ja, ik geef het toe, dat is heel ouderwets.

Op Yaëls kinderdagcentrum is zeker de helft van de kinderen officieel autistisch. Nu is het de afgelopen maand al verschillende keren voorgekomen dat er geen enkele bekende juf op haar groep stond. Van een van de juffen is namelijk het jaarcontract niet omgezet in een vast dienstverband en een andere juf was toevallig een paar weken met vakantie. Yaël raakt daar zichtbaar van van slag: ze gaat op haar kleren bijten, met haar tandjes knarsen en slecht slapen. Het is niet goed voor haar.

Wat doe je eraan? Ik hoop maar dat de bezuinigingen meevallen en ik ben lid geworden van de cliëntenraad van Yaëls dagbesteding. Tijdens de volgende vergadering wil ik het nog eens hebben over deze nieuwe flexwind en wat die voor autisten betekent. Misschien dringt het door tot het management.

Reageer op artikel:
Voor autisten is dat flexgedoe een ramp
Sluiten