Vriendje pddnos

redactie 19 jun 2018 Autisme

antwoord

Dit jongetje heeft pddnos, een vorm van autisme. Deze kinderen hebben moeite met sociale contacten, kunnen zich niet altijd goed in een ander verplaatsen en kunnen bepaalde dwangmatigheden hebben (zoals steeds geluiden maken of angst voor bijvoorbeeld bacteriën) vooral wanneer ze gespannen zijn. 

Zijn gedrag heeft daar dus inderdaad mee te maken en het is heel goed dat je er niet verder op ingegaan bent. Er zijn veel verschillende vormen van autisme en ook is elk kind met pddnos anders. 
Het is het beste om eens aan zijn ouders te vragen waarin pddnos zich bij hem kenmerkt en hoe jij daar het beste op kunt reageren. Vertel hun wat je ziet als hij bij jullie is of blijft eten en vraag hun hoe je daarmee kunt omgaan. Zijn ouders kennen hem tenslotte het beste. 

Vrijwel alle ouders van een kind met bijvoorbeeld autisme vinden het heel fijn als mensen in de omgeving de moeite nemen om te informeren naar hun kind en diens gebruiksaanwijzing. Dat maakt het zowel voor hun kind namelijk makkelijker en prettiger om ergens te spelen als voor degene met wie hij speelt. Het is jammer als deze kinderen niet meer welkom zijn bij vriendjes omdat wij ervan schrikken of niet weten wat we moeten doen.

Ik kan je wel een paar algemene richtlijnen geven om met een kind met een vorm van autisme om te gaan.

  • Deze kinderen houden van duidelijkheid en structuur. Als je goed van te voren vertelt hoe het bij jullie thuis gaat en hoe het eten bijvoorbeeld verloopt, geeft hem dat rust. Waarschijnlijk heeft hij het dan minder nodig om bijvoorbeeld geluiden te maken. 
  • Het heeft niet veel zin om te vragen waarom hij geluiden maakt of iets vies vindt. Dat hoort bij hem en de geluiden zal hij waarschijnlijk meer maken als hij het overzicht niet helemaal heeft of als hij onrustig is en er dingen nieuw of spannend zijn. Dat is dan zijn houvast. Je kunt wel proberen om afspraken met hem te maken. Bijvoorbeeld: je wilt graag geluiden maken, dat mag, maar als we eten stoppen we daar even mee. Als we van tafel gaan mag je weer een poes spelen. Kijk maar of dat lukt. 
  • Het kan een kind helpen te benoemen dat het bij jou een beetje anders gaat dan thuis. “Dat hoort erbij als je ergens anders speelt of eet, en dat is goed.” Vervolgens vertel je hoe het bij jullie gaat. Deze zinnetjes helpen vaak.
  • Kinderen met een vorm van autisme houden meestal niet van onverwachte aanrakingen, harde onverwachte geluiden en prikkels.
  • Het helpt om deze kinderen duidelijkheid te geven door bij situaties de ‘wie, wat, waar, hoe en wanneer’ in te vullen. Dat vinden trouwens alle kinderen fijn!

Goed dat je graag wil weten hoe je met hem kunt omgaan, deze kinderen zijn namelijk niet eng of gek; doordat hun hersenen een beetje anders werken hebben ze alleen een iets andere aanpak en benadering nodig dan wij gewend zijn. Verder zijn het heel lieve kinderen en verdienen ze net als iedereen vriendjes om mee te spelen.

Reageer op artikel:
Vriendje pddnos
Sluiten