Digitaal opvoeden

Digitaal opvoeden

Ouders zijn betrekkelijk laconiek als het om het internetgebruik van kinderen gaat. Ze hebben veel vertrouwen in hun kroost, bleek uit onderzoek van Qrius, een onderzoeksbureau gericht op kinderen en jongeren. Misschien wel te veel. Want veel dingen die we op internet doen, ontgaan onze ouders, zeggen de kinderen. Langzaam dringt het besef door: gewoon opvoeden volstaat niet meer. Digitale begeleiding is onontbeerlijk. J/M zet tien gebieden op een rij die vragen om digitale begeleiding?

1. Games

Van computerspelletjes word je slim, zeggen steeds meer deskundigen. Het jonge brein leert complexe situaties te overzien en kan nieuwe werelden verkennen. Bovendien word je van computerspelletjes niet per se a-sociaal. Veel online games speel je namelijk met andere internetters, zoals bijvoorbeeld World of Warcraft, een online game met wereldwijd zo’n miljoenen spelers.?Wel komt er veel geweld in games voor. Bij 57 procent van de spelletjes voor alle leeftijden komt geweld voor, ontdekte de Universiteit van Amsterdam. Het lijkt veel ouders niet te storen. Ze maken zich drukker om geweld in films dan in games. Of dat terecht is, is de vraag. Er is geen hard wetenschappelijk bewijs dat geweld in games slecht is voor kinderen. Wel zegt keuringsorganisatie Kijkwijzer dat de kans op schadelijke effecten groter is bij veel actie, beeldwisselingen, harde geluiden en opwindende beelden.

Enige bezorgdheid is dus terecht. Vooral kinderen onder de 12 moeten oppassen. Zij kunnen nog niet goed onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Ouders die games kopen voor hun kinderen kunnen afgaan op de leeftijdstickers die op de voorkant van het hoesje zijn geplakt. Er zijn spelletjes in de leeftijdscategorieën 3+, 7+, 12+, 16+ en 18+. Op internet is op www.pegi.info informatie te vinden.

2. Mobiele telefoon

Misschien kunnen ouders het nog even uitstellen tot de middelbare school, maar steeds meer kinderen hebben al een mobieltje in groep 7 of 8. Die betalen ze meestal niet zelf. Ze krijgen hem bijvoorbeeld voor Sinterklaas, kerst of voor hun verjaardag. Soms moeten ze de helft van hun zakgeld betalen. Jonge kinderen hebben bijna allemaal een prepaidtelefoon - voor de ouders een zekerheid dat er niet eindeloos gebeld kan worden. Ook leren kinderen zo dat bellen niet gratis is. Dat wordt nog duidelijker als ze zelf voor de belkosten moeten opdraaien, wat aan te raden is. In praktijk leggen de meeste ouders de verantwoordelijkheid geleidelijk bij hun kinderen. Want naarmate ze ouder worden betalen ze een steeds groter deel van de belkosten van hun eigen zakgeld, blijkt uit onderzoek van IPM KidWise in opdracht van Orange.

Kiezen voor een prepaidtelefoon is dus het beste. Hoewel sommige kinderen eerst de oude mobiel van vader of moeder krijgen. Ook dat is slim bekeken, want zo kunnen ouders zien of hun kinderen al toe zijn aan een eigen mobieltje. Natuurlijk willen de meeste kinderen liever een nieuw model met een kleurenscherm, mooie frontjes en spelletjes, in plaats van zo’n oude ‘koelkast’. Iedereen heeft er een, denken ze. Dus willen zij er ook een, ‘voor de heb’.

Uit onderzoek bleek overigens dat de jongste bellers vooral bellen met hun moeder.

3. Zoeken op internet

Vanaf een jaar of 8 à 9 kunnen kinderen in principe zelf aan de slag op internet. Maar zelfstandig laten googlen (zoeken op de zoekmachine van Google) is niet altijd een goed idee. Zoeken op internet is kijken in een enorme berg informatie, plaatjes en filmpjes. Er zitten ook veel ongeschikte pagina’s tussen. Kennisnet, dé onderwijswebsite van Nederland, heeft een alternatief zoeksysteem opgezet: Davindi. Deze site verwijst naar door Kennisnet goedgekeurde websites. Ook zoekmachines als watikzoek.nl, kidsbrowser.nl, en meestersipke.nl (ook te vinden op kennisnet.nl) zijn voor basisschoolkinderen te prefereren boven Google.

Ouders die hun kinderen liever laten googlen, kunnen ook filtersystemen gebruiken, waarmee de meest grove sites buiten de deur kunnen worden gehouden - zogeheten parental control. Cyberpatrol is een voorbeeld van een filterprogamma dat websites eruit filtert die bijvoorbeeld met seks te maken hebben. Ook kunnen dit soort tools de surftijd aan banden leggen. Ook enkele providers bieden parental control, zoals Wanadoo (2,95 euro per maand). Toch moeten ouders er rekening mee houden dat de filters wel veel tegenhouden, maar niet perfect werken. Een goedkoper ‘filtersysteem’ is de computer in de huiskamer zetten in plaats van op de slaapkamer van het kind.

Jongere kinderen die nog niet aan zoekmachines toe zijn - omdat ze bijvoorbeeld nog niet kunnen lezen en schrijven - kunnen ook surfen met een kinderbrowser. Dat is een speciale, beschermde internetomgeving die met een wachtwoord beveiligd is. De makers hebben al een selectie gemaakt van geschikte websites voor kinderen. Deze browser kan ingesteld worden op leeftijd, zodat kinderen van bijvoorbeeld 6 jaar alleen spelletjes en websites te zien krijgen die bij hun leeftijd passen. Door een ‘kinderslot’ kunnen ze niet plotseling ergens anders op internet belanden. Voorbeelden van kinderbrowsers zijn: Krowser (zie www.krowser.nl) en Tiscali Kids (kids.tiscali.nl).

4. Whatsapp

In de bovenbouw begint het whatsapp’en. Dé virtuele wereld voor kinderen vanaf een jaar of 10. Urenlang zijn ze er dagelijks mee zoet. Na schooltijd wordt bijgekletst met klasgenoten, vrienden en vriendinnen. Een sociale activiteit. Meestal whatsapp’en kinderen met bekenden. Door te whatsapp’en maken ze onderdeel uit van een groep, en maken ze nieuwe vrienden. Maar net als in het echte leven zullen sommige kinderen ook willen chatten met onbekenden. Dat zijn vrienden van vrienden, of mensen die ze ergens anders op internet ontmoet hebben, bijvoorbeeld op een profielenwebsite (website waarop kinderen en jongeren een openbaar profiel - met foto - van zichzelf kunnen maken). Maar dat online besnuffelen is een vaardigheid die niet iedereen een-twee-drie onder de knie heeft. Wat willen mensen? Wat zijn hun intenties? Het zijn vaardigheden die je meestal eerst opdoet in het echte leven.Ouders kunnen niet tegenhouden dat hun kinderen nieuwe vrienden maken op internet. Wel moeten kinderen weten dat zoiets met de nodige voorzorg moet gebeuren. Blijf bijvoorbeeld anoniem. Niemand hoeft te weten waar je woont, hoe je heet, waar je op school zit en dergelijke. Whatsapp liever niet met mensen die je nog niet goed kent. Maak al helemaal geen stiekeme afspraakjes met mensen die je alleen kent via msn. Houd er rekening mee dat er gajes op het net zit. Die kwam je vroeger ook tegen op straat, maar door internet zijn ze onzichtbaar geworden. Geef ook nooit een wachtwoord weg. Anderen kunnen er mee aan de haal gaan, en zich als jou voordoen, met alle vervelende gevolgen van dien - pesten bijvoorbeeld.

Moeten ouders alle whatsapp-contacten van hun kind persoonlijk kennen? Misschien wel. Bij kinderen tot 12 jaar zijn de lijstjes met contactpersonen nog niet zo omvangrijk. Ouders doen er goed aan om - samen met het kind - door zo’n lijstje te neuzen. Sommige ouders zijn zelf virtueel aanwezig in het lijstje. Als ze op hun werk zijn kunnen ze met hun kind whatsapp’en?

5. Webcam

Schitterend speelgoed, zo’n webcam. Het is prachtig om elkaar op een beeld te kunnen zien terwijl er gebeld (Skype) of gechat (msn) wordt. Logisch dat de webcam in menig tienerkamer is doorgedrongen. Maar een enkele keer gaat het ook fout. Begin dit jaar bijvoorbeeld. Een twintigjarige man filmde jarenlang seksuele handelingen van minderjarige meisjes met een webcam. Hij won het vertrouwen van zijn slachtoffers via de chatbox van Sugababes.nl. Daarna liet hij de meisjes voor de camera steeds verder uit de kleren gaan. Ook doen sommigen zich voor als vertegenwoordiger van een modellenbureau, en willen dan buik, billen en borsten zien. Zeker voor kinderen geldt op internet: ga uit van het slechte, tot het tegendeel blijkt.

Ouders moeten in de gaten houden wat hun kind met de webcam doet, vindt het Openbaar Ministerie. Over de webcamsex zegt het Ministerie: ‘Het gaat om minderjarigen die in deze zone ontsnapt lijken aan het toezicht van hun opvoeders’. Als ouders en kinderen weten dat webcambeelden opgeslagen kunnen worden, en kunnen worden verspreid over internet, zullen ze waarschijnlijk voorzichtiger zijn.

Webcammen met mensen die je nog nooit in het echte leven hebt ontmoet, is dan ook af te raden. Ook kinderen zonder webcam moeten overigens oppassen. Kijken naar webcambeelden van mensen die je alleen van internet kent, levert niet altijd de meeste frisse beelden op, leert de ervaring.

6. Netiquette

Net als op straat, gelden op internet ook omgangsvormen. Netiquette, noemen we dat. Een aantal gangbare internetregels:

  • Geef nooit naam, adres, telefoonnummer of foto, bankrekeningnummer of pincode door aan iemand die je leert kennen via internet. Ook niet wanneer die persoon erom vraagt.
  • Houd wachtwoorden geheim. Vergelijk het met huissleutels, die geef je ook niet zomaar weg. Met een gestolen wachtwoord kunnen (andere) kinderen een valse virtuele gedaante aannemen, waarmee ze bijvoorbeeld kunnen pesten. Erg laf van de pestkop, maar ook niet erg slim van degene die zijn wachtwoord verklapt.
  • Gedraag je netjes. Scheld niet, pest niet en behandel mensen zoals je zelf ook behandeld wilt worden.
  • Een virtuele vriend voor het eerst in het echt ontmoeten? Ouders kunnen maar beter op de hoogte zijn.
  • Denk na voordat je iets e-mailt. Is het wel een leuke opmerking voor degene die de e-mail krijgt?
  • Reageer niet op vervelende opmerkingen in e-mail of tijdens de chat. Maak geen mensen belachelijk via e-mail, chat of forums.
  • Zet geen foto’s, filmpjes of verhalen over andere mensen op internet, zonder dat ze dat goedvinden. Kijk ook uit met beelden van jezelf.
  • Trap er niet in als onbekenden beweren dat je een prijs gewonnen hebt.

Sommige mensen hebben lak aan de omgangsvormen. Ouders en kinderen kunnen misstanden melden op bijvoorbeeld: www.meldpunt.nl (discriminatie) en www.meldpunt.org (kinderporno) of www.pestweb.nl (pesten).

7. Verslaving

Kinderen die verslaafd zijn aan computeren (26 of meer uren per week) zijn vaker depressief dan hun leeftijdgenoten en presteren slechter op school. Vooral games kunnen verslavend zijn. Ouders kunnen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van internetverslaving. Dat blijkt uit een onderzoek van het IVO, een instituut dat zich specialiseert in onderzoek naar verbanden tussen leefwijzen en verslaving. Het instituut vroeg vijfhonderd kinderen in de leeftijd van 13 tot en met 15 jaar naar hun internetgebruik. Cijfers over computerverslaafde basisschoolkinderen zijn er niet. Wel is uit ander onderzoek bekend dat een op de vier kinderen (van 7 tot 12) meer dan zes uur per week aan internet besteedt.

Ouders moeten duidelijke regels opstellen, zegt het instituut. Hoe lang mogen ze dagelijks internetten en welke websites mogen ze bezoeken? Te streng zijn en internetten helemaal verbieden, werkt averechts, omdat kinderen zich dan gaan afzetten. Ouders moeten op de achtergrond aanwezig zijn en een vertrouwensbasis opbouwen.

8. Downloaden

Moet ouders hun kind nu wel of niet verbieden om illegaal muziek te downloaden? Ja en nee. Ja, omdat het feitelijk diefstal is. Muziekbestanden zijn auteursrechtelijk beschermd. Muzikanten verdienen er de kost mee. Door massaal mp3’s uit te wisselen, kunnen vooral Nederlandse artiesten hun hoofd amper boven water houden. Maar totaal verbieden van illegaal downloaden lijkt ook wat overdreven. Vroeger namen kinderen ook lp’s op cassettebandjes op. De muziekindustrie hield hier rekening mee: cassettebandjes waren belast met een toeslag, die verdeeld werd over muzikanten. Inmiddels is de cd ook belast. Een beetje kopiëren van elkaar is dan ook geen schande. Het massaal downloaden en beschikbaar stellen van muziekbestanden is echter een ander verhaal. De kans dat je opgepakt wordt is niet groot, maar echt netjes is het niet. Bovendien is er een alternatief: er bestaan talloze websites waarop tegen betaling muziek gedownload kan worden. Kinderen jonger dan 12 maken echter nauwelijks gebruik van digitale betaalmiddelen. Dus echt makkelijk wordt ze niet gemaakt.

Ouders die benieuwd zijn wat er zoal op de pc aan muziek verzameld is, kunnen gratis een softwareprogramma downloaden dat speurt naar muziekbestanden, films en downloadprogramma’s. Het programma heet Digital File Check (www.digitalfilecheck.nl) en wordt beschikbaar gesteld door Brein, de instantie die namens de muziek- en filmindustrie strijdt tegen illegaal downloaden. Het programma biedt de mogelijkheid bestanden te verwijderen. Wettelijk is downloaden overigens niet verboden. Wel het ter beschikking stellen (uploaden) van muziekbestanden waarop auteursrechten rusten.

9. Schrijven op internet

Schrijven op internet vergroot de taalvaardigheid, zeggen deskundigen. Kinderen letten bijvoorbeeld heel goed op hun spelling. Bovendien leren ze kritisch na te denken. Maar niet veel kinderen - en wellicht ook ouders - zullen zich realiseren dat teksten jarenlang bewaard worden op internet. Websites, weblogs, nieuwsgroepen, profielenwebsites, alles wat je schrijft wordt bewaard door zoekmachines. Ook als websites en teksten worden verwijderd, hebben zoekmachines ze nog wel in hun geheugen staan. Ook msn-chatteksten kunnen bewaard worden. Door jezelf, maar ook door degene met wie je msn’t. Schrijven en chatten op internet betekent dus nadenken of het leuk is om zelf geschreven teksten over vijf jaar terug te lezen?

10. Leuk en leerzaam

Internet biedt kinderen een geweldige omgeving om te onderzoeken, dingen te leren en vrienden te ontmoeten. Wat ouders kunnen doen? Ga eens samen met het kind achter het beeldscherm zitten. Laat ze vertellen wat ze allemaal doen, of zouden willen doen. En als ze al een e-mailadres hebben, stuur eens een leuk linkje op. Als ze gaan msn’en, doe dat eens met elkaar. Of maak samen een website of weblog. Kinderen krijgen hoe dan ook ooit een virtuele wereld. Het zou mooi zijn als ouders hun kinderen in het begin ook in die wereld aan de hand nemen, zodat ze niet verdwalen. l

Populair binnen Vrije Tijd

Tips van de redactie

Meer artikelen over Digitaal opvoeden