Eerste hulp op school: Kan de juf ook pleisters plakken?

Eerste hulp op school: Kan de juf ook pleisters plakken?

Als ouder ga je er van uit dat een kind bij een ongeluk op school adequate hulp zal krijgen. De praktijk blijkt anders. Veel leerkrachten hebben schokkend weinig EHBO-kennis. Wordt het niet hoog tijd om dit vak op de Pabo’s verplicht te stellen?

Jaarlijks worden 18.000 kinderen van een basisschool naar de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis gebracht. Dat komt neer op 90 kinderen per dag. En dat zijn dan nog lang niet álle leerlingen die dusdanig ernstig letsel oplopen dat er een dokter aan te pas moet komen. Want dit soort ongelukken gebeurt altijd overdag en leerlingen worden dus meestal door de eigen huisarts behandeld. En die houden geen cijfers bij. Feit is wel dat op elk van de ruim 7000 Nederlandse basisscholen leerlingen soms zo ernstig gewond raken, een aai en een glaasje water niet meer helpt. Een leerkracht dient dan dus te weten wat hij moet doen. Maar wéét hij dat ook? Onvoldoende, is de conclusie van Annelies Nijntjes, die vorig jaar afstudeerde als leerkracht basisonderwijs aan de Saxion Hogeschool in Deventer.

Omdat zij naast haar deeltijdopleiding ook werkte als doktersassistente, kreeg zij tijdens haar stages dagelijks vragen van collega’s over hoe zij verwondingen het beste konden behandelen. ‘Zo kwam ik erachter dat er nogal wat schort aan de kennis van leerkrachten. En ook dat zij zich daar vaak onzeker over voelen.’ Voor haar afstudeerscriptie onderzocht Annelies Nijntjes vervolgens de EHBO-kennis van leerkrachten. Het merendeel van de ondervraagden had nooit een EHBO-cursus gevolgd, enkelen waren via hun werk opgeleid tot ‘Bedrijfshulpverlener’. Volgens de Arbowet moet namelijk op elke school per vijftig leerlingen een speciaal opgeleide bedrijfshulpverlener aanwezig zijn. Maar EHBO-vaardigheden zijn maar een beperkt deel van die opleiding; bedrijfshulpverleners leren hierbij bijvoorbeeld ook wat ze moeten doen bij brandalarm en andere calamiteiten.

Annelies Nijntjes legde in totaal tien casussen voor aan 113 leerkrachten, allemaal werkzaam in het basisonderwijs. Stuk voor stuk situaties die in het dagelijkse schoolleven kunnen voorkomen. De vragen varieerden van: ‘Hoe herken je een schedelbasisfractuur?’ (buiten bewustzijn en bloed uit de neus) tot ‘Wanneer moet je een snijwond laten hechten?’ (meer dan 3 mm diep en 13 mm lang). Zo testte ze wat ze wisten over eerstehulpverlening, het inschattingsvermogen voor wat betreft de ernst van het letsel maar ook de kennis van besmettelijke kinderziekten.

‘Leerkrachten kunnen over het algemeen niet volgens de geldende richtlijnen handelen bij ongevallen of incidenten,’ luidt haar conclusie. Van de ondervraagden konden er bijvoorbeeld maar zes de symptomen opnoemen die duiden op een hersenschudding. En maar vijf leerkrachten zonder EHBO-diploma wisten dat moeilijk ademen na een wespensteek duidt op een shock. Leerkrachten die wel in het verleden een EHBO-cursus hadden gevolgd, waren beter in staat de gevolgen van een ongeluk in te schatten en de leerling correct te behandelen. Maar er was geen verschil tussen leerkrachten die een cursus bedrijfshulpverlening hadden gevolgd, en leerkrachten die dat niet hadden gedaan. Sterker nog, de docenten die geen cursus bedrijfshulpverlening hadden gevolgd, beantwoordden de vragen beter.

Geen of verkeerde hulp

Ko van der Maas, centralist bij de meldkamer Rotterdam-Rijnmond en voormalig ambulanceverpleegkundige, deelt de ervaringen van Annelies Nijntjes. Hij maakte mee dat een leerling uit groep 4, die stikte in een appel, uiteindelijk overleed omdat ze te lang zonder zuurstof was geweest. De leerkracht die het alarmnummer belde, wachtte de instructie van de centralist niet af. Had hij dat wel gedaan, dan had hij de leerling met een klap op haar rug van het stukje appel kunnen verlossen. Precies zoals de ambulanceverpleegkundige dat deed. Maar dan te laat. Volgens hem staat dit geval niet op zichzelf. Alleen al tijdens zijn werk op de meldkamer komt het regelmatig voor dat een noodoproep vanuit een school op z’n zachtst gezegd chaotisch verloopt.

Als deeltijdstudent aan de Pabo deed Ko van der Maas eind jaren ’90 ook al onderzoek naar de kennis van eerstehulp-vaardigheden op basisscholen. Het viel hem toen al op dat leerkrachten vaak niet wisten hoe ze moesten reageren in geval van nood. ‘En nog steeds worden instructies van de centralist vaak niet afgewacht. Maar ook komt de ambulance regelmatig aan bij een dicht schoolhek of is er niemand om het personeel op te vangen en te begeleiden naar de plek des onheils. Daarnaast wordt er in meer dan de helft van de gevallen helemaal geen of verkeerde eerste hulp verleend.’

Cursus schiet tekort

Als het om gedegen EHBO-kennis gaat,?lijken leerkrachten het dus niet te moeten?hebben van de cursus Bedrijfshulp-?verlening. Ook Joost van Linge, directeur van de stichting Het Oranje Kruis, de overkoepelende organisatie die EHBO-opleidingen in Nederland coördineert, krabt zich nogal eens achter de oren wanneer hij weer eens hoort van een noodsituatie die door onkunde bijna verkeerd afliep. Temeer daar zijn organisatie al jaren aangeeft dat de BHV-opleiding tekortschiet op het gebied van eerste hulp. ‘De meest gegeven cursus Bedrijfshulpverlening, die onder het regime van de Arbowet tot stand is gekomen, omvat drie dagdelen “levensreddende handelingen.” Wij vinden dat onvoldoende. Zeker voor basisscholen, maar ook voor alle andere bedrijven.’

De vraag is natuurlijk of het sowieso niet logischer is om (jonge) leerkrachten, die al snel voor klassen van gemiddeld 25 potentiële brokkenmakers staan, adequaat op te leiden. Op de Pabo dus. Nee, vindt de overheid. Zij verplicht de Pabo’s niet om iets te doen aan eerste hulp bij ongelukken. En aangezien het lesprogramma overvol is, komt het er vaak op neer dat studenten EHBO als extraatje kunnen kiezen in de vorm van een instructiedag. Uit het onderzoek van Annelies Nijntjes onder tien van de veertig pedagogische academies in Nederland, blijkt dat vijf scholen helemaal geen EHBO op het programma hebben staan. Op slechts twee scholen is het een verplicht vak. En bij drie opleidingen kunnen studenten het wel kiezen, maar besteden ze in totaal minder dan tien uur aan het onder de knie krijgen van basisvaardigheden.

Frans Kingma is docent EHBO bij de Pabo-afdeling van de Hogeschool Leiden. ‘Bij ons hangt de opleiding van de vraag ernaar af. Het is niet eens als keuzevak opgenomen in het programma, studenten moeten er echt zelf om vragen en dan kan het in een intervalweek worden ingepast. Ik neem dan in een dag het hele EHBO-boek met ze door en laat ze ook oefenen in de praktijk.’ Kingma besteedt vooral aandacht aan de kleine ongevallen die zich tijdens een schooldag voor doen. ‘Door tijdgebrek richt ik me niet direct op de levensbedreigende situaties, hoewel die wel worden geoefend. Maar het behandelen van een snij- of schaafwond moet je echt kunnen. Dat komt regelmatig voor.’

Wat doet de politiek?

Als het aan Kingma lag, zou EHBO als verplichte kost worden opgenomen in het programma. ‘Maar het ministerie heeft het nu eenmaal niet als kerndoel gesteld voor de Pabo.’

En hoe reageert de politiek daarop? Agnes Kant, Tweede Kamerlid voor de Socialistische Partij, heeft naar aanleiding van de cijfers van de arbeidsinspectie en het gegeven dat Pabo’s niets aan EHBO hoeven doen, wel een aantal vragen voor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ‘Interesse wekken voor eerste hulpverlening moet eigenlijk al beginnen in het voortgezet onderwijs. Het vak verzorging is daarvoor goed geschikt. Maar Pabo-studenten moeten gewoon een volwaardig EHBO-diploma halen tijdens hun studie.’ Want als de basisscholen zelf opgezadeld worden met de verantwoordelijkheid om hun personeel op dit gebied bij te scholen, wordt de werkdruk in het onderwijs nog groter. Agnes Kant: ‘Het probleem is dat alles met elkaar concurreert op de basisschool. Als er aandacht wordt besteed aan veiligheid, gaat dat vaak weer ten koste van het aantal lesuren. Dat kan niet. Daar is veiligheid te belangrijk voor.’

Daarom pleit de SP voor de oprichting van een Veiligheidsfonds, dat extra kosten ten behoeve van de veiligheid op basisscholen moet dekken. ‘Daaruit zou je tijdelijk ook EHBO-opleidingen voor leerkrachten kunnen betalen. Elke leerkracht basisonderwijs móet een EHBO-diploma hebben. Ze staan voor een klas met ruim 25 kinderen waar van alles mis kan gaan. Als een leerling tijdens de gymles uit een wandrek valt, moet je niet eerst tien minuten hoeven zoeken naar iemand die misschien een BHV-cursus heeft gevolgd. Dat is onverantwoord.’ l

Schijnveiligheid

De veiligheid van leerlingen op de basisschool wordt geregeld door de Arbowet. Die gebiedt dat scholen een risico-inventarisatie en -evaluatie moeten maken en het gebouw en het speelplein eens in de vier jaar moeten laten inspecteren. Bovendien moet er per vijftig kinderen een speciaal opgeleide bedrijfshulpverlener (BHV-er) aanwezig zijn. Zo’n vrijwilliger functioneert in geval van nood als voorpost voor de brandweer of ambulancepersoneel.

Geen vuiltje aan de lucht dus, zou je denken. Maar het is slechts schijnveiligheid, zo blijkt uit rapportage van de arbeidsinspectie uit 2004.

Van september 2003 tot mei 2004 gingen inspecteurs van het ministerie van Sociale Zaken bij 400 basisscholen langs om te kijken of de Arbowet goed wordt nageleefd.

Een representatieve steekproef, aldus de arbeidsinspectie. Onder andere het aantal opgeleide bedrijfshulpverleners werd gecontroleerd. Bij 150 van de 400 scholen waren onvoldoende BHV-ers aanwezig, was de opleiding van de vrijwilligers niet in orde of was er iets mis met de onderlinge afstemming tussen de ?hulpverleners.

Dat 38 procent van de basisscholen niet voldoet aan de BHV-norm, moet te denken geven. Toch trok de arbeidsinspectie in haar rapport een milde conclusie: ‘Scholen in het primair onderwijs zijn goed op weg om de arbobeleidsvoering op een voldoende peil te krijgen, maar ze zijn er nog niet. De manier waarop de arbobeleidsvoering wordt ingevoerd bij scholen in het primair onderwijs behoeft verbetering.’
 

Door: | 5-11-2010

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie