Het Verzetsmuseum: ‘Toen mochten ze wel lachen op pasfoto’s’

Het Verzetsmuseum: ‘Toen mochten ze wel lachen op pasfoto’s’

Van mei 1940 tot mei 1945 was Nederland bezet door nazi-Duitsland. Hoe reageerden Nederlanders op de toenemende onderdrukking? In het Verzetsmuseum in Amsterdam zie, hoor en lees je persoonlijke verhalen over het uitzonderlijke en het alledaagse in de Tweede Wereldoorlog. Alle vormen van verzet komen aan de orde: staken, hulp aan onderduikers, de illegale pers en het vervalsen van papieren, gewapend verzet en spionage. Het museum heeft sinds oktober 2013 een aparte afdeling voor kinderen vanaf 9 jaar: Verzetsmuseum Junior. 

‘Bestond Het Parool toen ook al?’ vraagt Jessica (11) bij het zien van oude kranten uit de Tweede Wereldoorlog. Geconcentreerd bekijkt ze de krant. ‘Wat een slecht lettertype, je kunt het bijna niet lezen.’ Na enkele pogingen geeft ze het op en loopt verder door de gangen van het Verzetsmuseum. We slenteren langs oude bezittingen van Joden, die nauwkeurig zijn verzameld door het museum, staan stil bij een door het verzet verspreide waarschuwingsbrief tegen NSB-ers en komen dan uit bij een tafel met paspoorten. Met een vergrootglas als hulpmiddel probeert Jessica een vervalst paspoort te herkennen. Gefascineerd staart ze naar de foto’s. ‘Toen mochten ze wél lachen op de foto. En hun haren zitten voor hun oren! Dat mag nu niet meer.’

Geschiedenislessen spreken vaak weinig tot de verbeelding. Het is immers lastig om je voor te stellen wat er indertertijd gebeurde. De Tweede Wereldoorlog mag dan verplichte leerstof zijn, de meeste informatie is direct na de toets weer vergeten. Het Verzetsmuseum in Amsterdam brengt de geschiedenis van mensen in oorlogstijd tot leven door middel van authentieke voorwerpen, foto’s en documenten, persoonlijke verhalen en film- en geluidsfragmenten.

Terwijl we met de paspoorten bezig zijn, trekt een gat in de muur Jessica’s aandacht [we bezoeken het museum nog voordat de kinderafdeling geopend is, red]. Het biedt een doorkijkje naar een lege ruimte waar enkele bouwvakkers rondlopen. Een tekstje naast het gat verklaart waarom: hier komt een kinder-museum. Rond oktober wordt het geopend, maar tot die tijd mogen kinderen helpen bij de samenstelling ervan. Het werkboekje dat Jessica bij de ingang ontving, heeft nu een doel. Met het boekje in de hand lopen we richting het deel Kindermuseum, werk in uitvoering.

Een maquette laat zien hoe dat eruit komt te zien. Allereerst ga je door een tijdmachine, waarna je in een tijd belandt waarin nog geen mobieltjes of tablets bestonden. Vier kinderen aan de andere kant van de tijdmachine vertellen hun verhaal met behulp van foto’s en voorwerpen. De hoofdthema’s zijn het verzet, de Jodenvervolging, collaboratie en het dagelijks leven. Ook is er aandacht voor de bevrijding en kun je vanuit een vliegtuig zien hoe het eraan toeging in bijvoorbeeld Nederlands-Indië, ­Suriname en de Nederlandse Antillen.

De hoofdpersonen Jan, Eva, Nelly en Henk waren tijdens de oorlog tussen de 9 en 14 jaar. Ze hebben allemaal een ­verschillende achtergrond. Jans vader is bijvoorbeeld dominee en helpt mensen onderduiken. Een vraag in het werkboekje luidt dan ook: ‘Waarom is de vader van Jan in vermomming?’ Er staan koffers bij het deel van Jan, waarin een film wordt afgespeeld. Jessica bekijkt de film aandachtig. Daarna loopt ze naar de radio van Henk. Een antenne helpt om ruis te voorkomen, net zoals in die tijd. Maar waarom waren de broers van Henk verstopt op zolder? ‘Ze moesten anders in Duitsland gaan werken,’ weet Jessica. En zo worden de antwoorden in het boekje met grote snelheid ingevuld. ‘Klaar! Kunnen we nu terug naar het échte museum?’ Duidelijk. In oktober maar weer eens op herhaling, als het kindergedeelte ook ‘echt’ is.

Kijk voor openingstijden, toegangsprijzen, adresgegevens en andere informatie op:
www.verzetsmuseum.org

 

 

Tekst: Daniëlle van der Leest

Publicatiedatum: 03 juni 2013


Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie