Voor het eerst skiën - het vervolg

Voor het eerst skiën - het vervolg

‘Skifahren lernen in 3 Tagen’: Dag 1, de ochtend

Met het aantrekken van de skischoenen begint vandaag het echte werk. En dat is geen sinecure: 1,2 kilo schoen aan elke voet. Ik heb het gevoel dat ik mijn scheenbeen breek. Voor de routinier is het vast onbegrijpelijk dat een beginner zoveel moeite heeft met het aandoen van de schoen, het dichtdoen van de schoen – ja, tussen aandoen en dichtdoen zit nog een wereld van verschil – en het sjouwen van je ski’s. 

Waarom hebben ze die opslag nou in de kelder gemaakt? Heb ik eindelijk alles aan, moet ik met die onmogelijke schoenen een trap bestijgen! Ik loop de trap op als een klein kind: steeds één been bijhalen en dan pas weer de volgende tree. Bovendien heb ik ook nog ski’s en stokken in mijn handen en een helm op mijn hoofd. Zo’n slordige 10 kilo extra aan gewicht. 

We lopen naar de oefenweide, die helaas ook blijkt te worden doorkruist door ervaren skiërs en snowboarders. Zij racen via dit stukje op de liften af. Ik doe net of ik niet bang ben voor deze onstuimige figuren. Ach, we vallen gelukkig goed op: acht absolute beginners die precies hetzelfde gekleed gaan en die – hebben we zojuist gehoord - de hele week gevolgd zullen worden door een cameraploeg. 

Met de eerste opdracht blijf ik tot de laatste dag moeite houden: het vastklikken van mijn schoenen in de ski’s. Of ik leg mijn ski’s verkeerd om of er zit te veel sneeuw aan de onderkant van mijn schoenen of het lukt me niet voldoende kracht te zetten. Kennelijk geen sterke beenspieren.
Oké, wat nu? Wat kun je leren op een oefenweide die ogenschijnlijk helemaal vlak is? Wacht even, hier is een heel flauw aflopend stukje. Hier doe ik mijn eerste ski-glij-ervaring op. Zeker drie meter! De hele ochtend werken we aan ons skigevoel. We leren de echte basis. Eerst met één ski aan glijden, spelen met je gewicht, je knieën naar binnen voor een bochtje. Dat de oefenweide een tikkie afloopt, voel je vooral als je weer omhoog moet klimmen met je ski’s aan. 

Het skiën vind ik leuk en ik snak naar meer en sneller. Tegen de verwachting in heb ik profijt van mijn wekelijkse schaatslesje; ik ben gewend om te glijden en de balans op te zoeken met mijn lichaamsgewicht. Enig minpuntje: mijn scheenbenen voelen als één grote blauwe plek. Mmm, dat vindt ook de skileraar geen goed teken. Tijdens de lunch oordeelt hij dat mijn schoenen veel te groot zijn. Terug naar de skiverhuur voor andere schoenen. Ach joh, zegt een collega later, ik wissel wel drie keer van schoenen in zo’n week. Weet ik veel dat dat zo nauw luistert.

Dag 1, de middag

Kennelijk zijn we ’s ochtends allemaal genoeg vooruit gegaan om de oefenweide te verlaten. We gaan in de stoeltjeslift omhoog. Zwevend hoog boven de grond met voor het eerst een soort overzicht over dit skigebied, geniet ik van de sneeuw-stilte om mij heen. Beter dan de adrenalinepiek die veroorzaakt werd bij het instappen van de lift; je moet niet staan te dromen en je direct laten meevoeren door het stoeltje dat achter je verschijnt. Dan is er niks aan de hand. Maar wij maken natuurlijk beginnersfouten: niet snel genoeg door het poortje, juist te snel willen gaan zitten – of te laat, zoals mijn medegroepsgenoot die er half afglijdt. Ook deze handigheid gaat met vallen en opstaan. En gelukkig staan er altijd controleurs bij, die de hele lift in één keer kunnen stopzetten. 

Boven wacht mij een nog grotere verrassing: de zogenaamde schotellift. Terwijl ik het skiën deze eerste middag alleen maar geweldig vind – de bochten gaan super en we hebben echt ‘snelheid’ – is de schotellift een regelrechte ramp. Ik heb het gevoel dat ik mijn vingers met alle kracht om de stang heen moet knijpen omdat ik er anders uitval. Het kost me vreselijk veel energie. Na drie keer lift tril ik helemaal, maar de skileraar is niet in staat mij uit te leggen wat ik fout doe. Want goed rechtop staan doe ik al. Totdat ik achter mijn Tjechische medecursiste zit. Zij houdt haar handen niet eens aan de stang! Hoe kan dat? Als ik haar om uitleg vraag, zegt ze dat ik vooral de spieren in mijn billen en bovenbenen moet gebruiken. Actief staan, zeg maar. Dat blijkt de oplossing. Elke liftetappe gaat me steeds iets beter af. En na tien keer durf ik me er helemaal aan over te geven. Ik weet niet wat me deze dag een grotere kick geeft: de overwinning van de liftangst of het skiën zelf!

‘Skifahren lernen in 3 Tagen’: Dag 2

Het weer is omgeslagen. Geen zon, maar sneeuw en wolken. In het hotel verklaart de receptioniste dat het nu -15 is. Tien graden lager dan gisteren! Een extra thermolaagje onder mijn kleren is misschien geen gek idee.

Op deze tweede dag voel ik me al een hele skiër. Geroutineerd doe ik mijn schoenen aan, gooi de ski’s over mijn schouder – oei, achter me wordt iemand bijna onthoofd – en loop in een redelijk tempo naar de lift. We skiën eindeloos in een rijtje achter elkaar naar beneden. Zonder stokken! Dat schijnt toch de beste manier te zijn om het te leren. Plotseling zitten we in een wolk. Of is dit nu mist? Hooguit twee, drie meter voor me zie ik wat er gebeurt. Ik besluit blind te vertrouwen op onze skileraar en probeer direct achter hem naar beneden te gaan; we zijn hier op uitnodiging, dan zullen ze ons toch wel de beste instructeur hebben gegeven. Toch? 

Zo langzamerhand dringt tot onze groep door dat we een prestigieus project zijn, waarmee we aan de hele Oostenrijkse skiwereld moeten bewijzen dat het kan: ‘Skifahren lernen in 3 Tagen’. Daarom volgt een cameraploeg ons en moeten we morgen een show geven voor de Oostenrijkse tv en 3000 man publiek. 

Zonen en man thuis zijn in elk geval trots: ‘Lekker bezig, mam! Ga zo door’ is hun sms-reactie wanneer ik heb gemeld dat ik een blauwe piste heb gehaald. 

‘Skifahren lernen in 3 Tagen’: Dag 3

Vandaag moeten wij présteren. Alsof we een cito-toets moeten afleggen, zo voelt het. Tjonge wat kan de omgeving je zelfvertrouwen toch doen groeien (de skileraar: ‘Maar je geen zorgen, het komt allemaal goed; we gaan een goeie show neerzetten’) of je bang maken (de medecursist: ‘Oh, dat kunnen we nooit. Moeten we díe schans af? Ik ga echt niet mee als we weer van die steile helling af moeten’). We hebben nog één ochtend om goed te oefenen. Een andere, compleet nieuwe route staat op het programma. Bij het instappen van de stoeltjeslift gaat het weer mis. Niet met iemand van ons maar met een van de geroutineerde skiërs van het Zweedse gehandicapte demonstratieteam; zijn ‘skirolstoel’ glijdt uit de lift en komt met een zachte landing een meter lager neer. Ook nu weer wordt de hele handel direct stil gezet, maar zelfs voor de twee liftmedewerkers valt het niet mee een volwassen man inclusief rolstoel weer omhoog te takelen. Ik bekijk het tafereel met gemengde gevoelens. 

Elke dag, elk uur ga ik over mijn grenzen heen. De skileraar weet ons steeds weer te verleiden net een stap verder te gaan. Dat is maar goed ook, anders zullen we ons doel nooit halen. Maar deze ochtend zijn de stappen wel erg groot. De blauwe piste die we afdalen gaat aanvankelijk geweldig. Zeker drie keer zoef ik een fijne helling af. Maar op het moment dat mijn positie in de rij verandert, van direct achter de skileraar naar de op een na laatste plek, ervaar ik de angst van de mensen voor me. Zij minderen vaart, gaan aarzelen en stoppen uiteindelijk. En wat doe ik? Ik stop ook. O nee, hè! Dit is niet de bedoeling. Met z’n vieren schuifelen we vervolgens met onze ski’s dwars op de helling naar beneden. Is dit wel een stuk dat bij de route hoort of zijn we soms stiekem overgeschakeld op een rode of zwarte piste? Achteraf vertellen we elkaar dat we moesten afsnijden om op tijd bij de lunch-skihut te zijn. Ik weet niet of het klopt, maar weet wel dat ons tijdschema vandaag heilig is omdat we om 14 uur aan de gezamenlijke Oostenrijkse pers worden gepresenteerd. 

Snel eten dus. Als we weer buiten staan, worden we in een soort legertruck gezet die ons naar het lager gelegen deel van de show-piste brengt. Nu moet het gebeuren! We hebben 12 uur les gehad en gaan bewijzen dat de proef gelukt is. Pfff. 

Mijn hart klopt in mijn keel. Hoe moet je jezelf ook weer tot rust brengen? Wat zeg je als ouders altijd tegen je kinderen wanneer ze zenuwachtig zijn? Rustig blijven, diep ademhalen, concentreren… Wat een hopeloze adviezen als je in de stress zit! Pas wanneer ik me realiseer dat ik alleen maar bezig ben me voor te stellen hoe ik zal vallen en iets zal breken, weet ik wat ik moet doen om mezelf weer rustig te krijgen. Als een soort mantra herhaal ik voor mezelf: we hebben het al heel vaak geoefend..., het ging altijd goed..., ik weet precies welke schouder ik naar beneden moet doen en welke knie naar binnen voor het draaien van de juiste bocht..., en mijn vaste positie is direct achter de skileraar.... 

Dan kan er toch helemaal niets misgaan?
Precies!

Naar huis

Ben ik echt deelnemer geweest aan deze week? Heb ik in dit skidorp – voorheen kon ik me geen voorstelling maken van dit begrip – bijna een week gebivakkeerd? 

Ik heb me deze dagen weer een beetje kind gevoeld: voor het eerst in mijn volwassen leven was ik vrijwel de hele dag bezig met het leren van iets nieuws. Van het aandoen van mijn skischoenen tot het bedwingen van een helling die ik eigenlijk te eng vond. Mijn respect voor de flexibele kindergeest is flink toegenomen. 

Net als een kind moest ik me voegen naar het dagprogramma dat vast stond. Ik had er geen invloed op; alles werd voor me besloten – van wanneer ik eten kreeg tot wanneer ik naar de wc kon. Dat was prettig, maar mijn begrip voor opstandige kinderen groeide ook. 
En ik besef plotseling enorm goed hoeveel wij iedere dag maar weer van onze kinderen verwachten. Want o, wat kun je moe worden van de hele dag iets nieuws leren (oké het geeft absoluut een kick, als het goed gaat!), wat kun je er veel stress van krijgen en wat kun je er bang van worden. Allemaal ervaringen die kinderen de hele dag door opdoen. 

De andere kant is er ook. Zeker: eenmaal op de ski’s was ik helemaal ín het moment, ik keek letterlijk niet al te ver vooruit (uit lijfsbehoud, want alleen kijken naar de skileraar die een paar meter voor mij skiet, bleek vele malen prettiger dan in één keer de steile helling overzien), het was één grote oefening in vallen en opstaan en ontdekken dat het steeds een stukje makkelijker en beter ging. Het is lang geleden dat ik aan den lijve heb ondervonden hoe fijn dát is voor je zelfvertrouwen.

Het blijkt de ultieme ontspanning te zijn, want mijn hoofd is he-le-maal leeg. 
Volgende week weer, mét pubers!

Bekijk de video: Interski 2011 - St. Anton

Door: | 15-2-2011

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie