Voor het eerst skiën: ‘Je bent lekker bezig, mam!’

Voor het eerst skiën: ‘Je bent lekker bezig, mam!’

Halverwege de skipiste staan we in een rijtje opgesteld. Mijn hart klopt in mijn keel. Nu moet het gebeuren! We gaan de Oostenrijkse pers en 2400 internationale skileraren laten zien dat tweeënhalve dag genoeg is om te leren skiën. De muziek start, de skileraar telt af.

Wintersport. Ooit over nagedacht? Ik niet. Ik ben er niet mee opgegroeid, was niet erg sportief en in mijn vriendenkring deed ook niemand het. Weleens over getwijfeld. Zeker sinds ik kinderen heb. Want die bleken wél heel sportief. Die zag ik zo van een berg afsjezen. En hoe ouder ze werden, hoe fijner het me leek. Want dan waren ze zo lekker gezond bezig in hun krokus- of kerstvakantie, en zaten ze niet de hele dag binnen. Maar waar zou ik dan zijn? Kun je als veertig-plusser nog wel leren skiën? Zou je niet beter je pubers lekker laten skiën en zelf voor de open haard een boek gaan lezen? Zou je niet veel te stijf zijn en alles breken? Altijd waren er wel redenen om het niet te doen. Tot een paar weken geleden.

In een overmoedige bui heb ik zonder al te lang nadenken ‘ja’ gezegd op een merkwaardig aanbod: meedoen aan het project ‘Leer skiën in drie dagen’, dat ter gelegenheid van een groot internationaal skicongres in Oostenrijk wordt gelanceerd. Ze zoeken uit verschillende Europese landen acht journalisten die nog nooit ski’s van dichtbij hebben gezien maar het wel graag willen leren. Die dag fiets ik stijf van de adrenaline naar huis. Over drie weken sta ik in de sneeuw en over vier weken ben ik een volleerd zwarte piste-afdaler – droom ik, denk ik, hoop ik, fantaseer ik.

Twee weken voor vertrek:

De opwinding heeft plaats gemaakt voor zenuwen. Ik zie na de kerstvakantie plotseling alleen maar ouders op krukken: gebroken enkels, gescheurde kniebanden, gekneusde ribben... niks blijft mij bespaard. En zou mijn conditie voldoende zijn? Ik sport tegenwoordig dan wel drie uur per week, maar dat is toch iets anders dan de beloofde zes uur les per dag. Zes uur! Uren die ik normaal gesproken achter mijn bureau op de redactie doorbreng. 

Aankomst

Voor het eerst van mijn leven in een skidorp. Het is 11 uur en ik heb nog een paar uur voordat mijn project officieel begint. Kan ik mooi de omgeving een beetje uitchecken. Maar waar is iedereen? Het is uitgestorven. Op een ski-mevrouw na, die een merkwaardig geklak produceert. Het blijkt het specifieke geluid van skischoenen op asfalt. Ik besluit haar te volgen. Grappig toch hoe je je in zo’n volkomen nieuw gebied in het begin wat onthand voelt. Geen enkele herkenning. Geen idee van afstanden. En dan, terwijl ik mij probeer te oriënteren, duikt er aan de rechterkant een helling op waarover allemaal kleine figuurtjes naar beneden glijden. De eerste echte skiërs in mijn leven. Zou ik deze helling kunnen bedwingen over drie dagen? Plotseling realiseer ik me dat skiën misschien niet zoveel anders is dan een toertocht schaatsen of een fietsroute volgen. Je moet de techniek leren, maar daarna maak je gewoon kilometers! 

Superspannend vind ik het. Wanneer heb ik voor het laatst iets nieuws geleerd? Helemaal vanaf nul! Dat doe je toch praktisch nooit meer als volwassene? In de loop van de week begrijp ik waarom dit Oostenrijkse dorp, St. Anton am Arlberg, zo uitgestorven lijkt; het luistert naar hetzelfde spitsuurregime als een basisschool. Vroeg in de ochtend een halfuurtje verschrikkelijk druk, rond het middaguur wordt er gegeten en aan het einde van de dag sjokt iedereen met ski’s over de schouders terug naar het dorp. 

Ik heb er reuze zin in, maar weet op dat moment nog niet dat een Oostenrijkse tv-ploeg ons alle dagen zal filmen en dat wij ook in de grote afsluitshow zitten.

Lees hier deel II van Stella's wintersportavonturen
 

Door: | 15-1-2011

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie