Waarom knuffelen belangrijk is

Knuffelen blijkt voor een gezonde hechting heel belangrijk te zijn. Vindt jouw kind het bijvoorbeeld lastig om ongeremd verdrietig, boos of bang te zijn? Echt waar, knuffelen doet wonderen. 

Bij hechtingsproblemen denken de meeste mensen al snel aan geadopteerde weeskinderen. Dat is terecht, maar dat wil niet zegen dat hechtingsproblemen alleen te maken hebben met adoptie. Sterker nog; ongeveer een derde van de bevolking is 'onveilig gehecht', zoals dat heet. Best veel mensen dus.

Wat is goed gehecht?

Laat ik eerst met de positieve kant van het verhaal beginnen. Ongeveer tweederde van de bevolking is dus wél veilig gehecht. Dat betekent dat ze in hun vroege jeugd, tussen 0 en 4 jaar, ervaren hebben dat ze echt de moeite waard zijn om van te houden. Zij hebben door de dagelijkse omgang met hun ouders geleerd dat ze niet alleen lief worden gevonden als ze vrolijk en blij zijn, maar dat er ook begrip voor hen is als ze boos of verdrietig zijn. Het feit dat al deze gevoelens geaccepteerd worden is gunstig. Niet alleen omdat het je als kind zelfvertrouwen geeft – ik mag er zijn, ook de minder vrolijke kant van mij – maar ook omdat het je meer inzicht geeft in die gevoelens. Want wanneer je als kind geleerd hebt goed onderscheid te maken tussen de wat lastiger te duiden negatieve emoties als vermoeidheid, angst, boosheid en onzekerheid, dan ben je uiteindelijk ook meer in staat om jezelf hier weer uit te trekken. Je weet immers beter waar je aanknopingspunten moet zoeken voor de oplossing. Ben je moe en daardoor chagrijnig? Dan moet je gewoon vroeg naar bed. Ben je bang? Dan ga je rationeel bekijken hoe reëel die angst nou is.

Postieve spiraal

Los van een wat beter ontwikkeld probleemoplossend vermogen, heb je als veilig gehecht kind ervaren dat er altijd wel mensen zijn die je kunnen helpen. Je hebt gemerkt dat je ouders je gevoelens niet alleen accepteren, maar die ook vaak in goede banen weten te leiden. Ze kunnen je bijvoorbeeld troosten: met woorden, door je stevig vast te houden of door je een aai te geven.

Die wetenschap en ervaringen geven een heel veilig gevoel. Je weet dat er niet alleen fysiek voor je gezorgd wordt, maar ook emotioneel. En dat laatste is – in tegenstelling tot wat in de jaren vijftig, zestig nog vaak werd gedacht – minstens zo belangrijk voor een gezonde ontwikkeling. Het zorgt er namelijk voor dat je in een positieve spiraal terechtkomt: als mijn ouders mij zo de moeite waard vinden om van te houden, zullen anderen dat vast ook vinden. Onderzoek toont aan dat dit inderdaad zo werkt. Kinderen die veilig gehecht zijn, ontwikkelen zich beter dan kinderen die een onveilige band met hun ouders of verzorgers hebben. De eersten zijn sociaal-emotioneel vaak sterker. Ze snappen wat een ander denkt, voelt of nodig heeft. In de praktijk betekent dit dat ze beter in staat zijn om ruzies op te lossen, beter kunnen omgaan met hun eigen boosheid, makkelijker vrienden maken, hun vriendschappen beter onderhouden en in staat zijn om een intieme relatie met iemand aan te gaan. Uiteindelijk weten ze deze relatie ook vaker staande te houden en worden ze zelf een meer succesvolle ouder.

Onveilig gehecht

De keerzijde van dit verhaal laat zich min of meer raden. In een notendop: je hebt minder inzicht in je gevoelens, je hebt minder positieve verwachtingen van de omgeving, je hebt extreme behoefte aan geruststelling en bevestiging of een ongezonde angst voor de confrontatie met je gevoel. Psychotherapeut Sue Gerhardt beschrijft in haar boek Why love matters hoe een onveilige hechting aan de basis kan staan van talloze problemen. Wie geen veilige basis heeft gekregen toen hij klein was, zal er zijn hele leven naar op zoek blijven. Zo iemand zoekt dan naar iets of iemand die hem – weliswaar tijdelijk, maar toch – dat veilige, aangename gevoel kan bezorgen. Sommige mensen zoeken het in steeds wisselende liefdesrelaties: zodra de eerste verliefdheid voorbij is waarin je nog de mooiste, de knapste en de leukste bent, haken ze af. Anderen zoeken het in drank, drugs of eten. Weer anderen gaan extreem hard werken, verslaafd als ze zijn aan succes en complimenten. Sommigen lopen het spreekuur van de dokter plat of klampen zich krampachtig vast aan iemand die hen keer op keer moet 'redden': een partner, de sociale dienst of een andere hulpinstantie. Hun gedrag is vaak destructief en zal ze nooit de zekerheid verschaffen die ze nodig hebben. Sterker nog, volgens Gerhardt kan dit gedrag ten grondslag liggen aan ziekte en depressie. In haar boek legt zij een verband tussen onveilige hechting en allerlei stoornissen zoals borderline, narcisme en extreme agressiviteit.

Oorzaken en oplossingen

Als ouder wil je natuurlijk weten hoe een minder veilige gehechtheid ontstaat en, belangrijker, wat je daar nog aan kunt doen. Je kind kan bijvoorbeeld onveilig gehecht raken doordat je zelf grote moeite hebt met emoties als woede of agressie. De kans is dan groot dat je dit soort negatieve gevoelens van je kind moeilijk kunt verdragen. Als hij plotseling gaat schreeuwen of huilen, moet dat gedrag zo snel mogelijk de kop ingedrukt worden: 'Houd je mond!' of 'Hier moet je bij mij echt niet mee aankomen'. Eindeloos negeren gebeurt ook. De indirecte boodschap die je kind hiermee krijgt is: mijn gevoel bestaat niet. Of: mijn gevoel moet ik onderdrukken, anders wordt papa boos of verdrietig. Met zo'n reactie leid je het gevoel van je kind niet in goede banen – want ideaal is: 'Hé, waarom ben je nou zo boos, hoe kunnen we dit oplossen?' – maar dwing je hem zijn gevoel te ontkennen. Zo rakelt hij tenminste geen naar gevoel bij jou op. Dit noemt men in de psychologie 'vermijdend gehecht'. Je kind kan ook onveilig gehecht raken doordat je grillig op zijn gevoelens reageert. Dus de ene keer heel serieus, soms zelfs overgevoelig en té betrokken, en de volgende keer geïrriteerd: hij moet z'n mond dichthouden, mama heeft al genoeg problemen aan haar hoofd. Daarmee krijgt je kind een dubbele boodschap: soms leveren je gevoelens de benodigde aandacht op, soms niet. En hier valt ook nog eens geen enkel patroon in te ontdekken. Om de kans op aandacht te vergroten, zul je als kind je ouders dus heel goed in de gaten moeten houden. Je bent voortdurend bezig met pogingen om aandacht te krijgen: is dít het moment om toe te slaan? Een truc die ook kan werken, is je gevoel overdrijven en daar vervolgens zelf in geloven. Kinderen worden dan bijvoorbeeld heel snel en extreem bang, in de onbewuste hoop dat hun ouders dan wél zullen reageren. Een bijkomend effect van deze angst is dat kinderen minder gaan ondernemen. Daardoor doen ze ook minder ervaringen op – negatieve én positieve – en worden ze minder snel zelfstandig. En minder zelfstandig maakt minder zelfverzekerd, waardoor je weer minder snel iets onderneemt, et cetera. Deze vorm van hechting leidt vaak tot een onverzadigbare behoefte aan geruststelling en erkenning. In de psychologie wordt dat omschreven als 'ambivalent gehecht'.

Of een kind wel of niet veilig gehecht raakt, zit 'm dus vooral in je daden en niet zozeer in je woorden. Je kunt nog zo vaak zeggen dat je veel van je kind houdt en dit ook menen: als je daar niet naar handelt, het niet uitdrukt in gedrag (een aai, knuffel, zoen) of er te vaak met je hoofd niet bij bent, kan dat toch tot een minder veilige hechting leiden.

Verbeteren kan altijd

Herken je een van deze patronen? Daar hoef je je niet meteen schuldig over te voelen. De kans is namelijk groot dat jouw ouders het met jou ook niet zo handig hebben aangepakt. Je hebt dus gewoon niet zo'n goed voorbeeld gehad. “De oudere generatie vrouwen trouwde relatief jong en kreeg snel kinderen”, zegt Pieternel Dijkstra, psycholoog en auteur van onder meer Omgaan met hechtings-problemen. “Er was in die tijd veel minder aandacht voor emoties en gevoelens.” Maar ze benadrukt dat als ouders zelf niet veilig gehecht zijn, ze zichzelf kunnen leren om zich zó te gedragen dat hun kind zich wel veilig kan hechten. En zelfs als dat station al gepasseerd is, kun je de band met je kind nog best versterken. “Dat begint met bewustwording. Als je je eenmaal bewust bent van de manier waarop je zelf gehecht bent, kun je je gedrag veranderen. Leer jezelf aan om je kind eens wat langer vast te houden dan je van nature zou doen. Waarschijnlijk merk je dat het nog leuker is dan je dacht. Toon ook je genegenheid door vaker écht naar je kind te luisteren. Juist ook op de momenten dat je eigenlijk denkt: laat me nou even met rust. Bij jonge kinderen die nogal eens eindeloos doorratelen, volstaat het soms al om te doen alsof je luistert. Laat gewoon merken dat je ze ziet staan, dat is al genoeg. Je hoeft niet altijd diepgaande gesprekken te voeren.”

Zelfs als je kind volwassen is, kun je nog steeds het contact verbeteren. “Het is nooit te laat om te laten zien dat je er voor ze bent, al is het maar op een praktische manier: helpen met een verhuizing of zo.” En bedenk dat de manier waarop je gehecht bent weliswaar bepalend is voor de wijze waarop je reageert op anderen, maar dat die niet onveranderbaar is. “Ook later hechten mensen zich, vaak aan een partner. Dat helpt om je eerdere ervaringen bij te stellen.”

Meer lezen?

  • 'Omgaan met hechtingsproblemen' door Pieternel Dijkstra, Bohn Stafleu van Loghum
  • ​'Waarom liefde zo belangrijk is' door Sue Gerhardt, Scriptum

Dit artikel is geschreven door Marilse Eerkens voor J/M voor Ouders.

Reageer op artikel:
Waarom knuffelen belangrijk is
Sluiten