Wasvrouwtje

redactie 21 jun 2018 Blogs

Ik heb vaak een soort ideaalbeeld voor ogen van mijn rol in dit stiefgezin. Hoe ik bijvoorbeeld wijsheid en relativering kan brengen. Hoe ik mooie dingen kan toevoegen aan het rijke palet van opvoeddingen die hun ouders al bieden. Hoe ik als niet-genetisch opvoeder een onpartijdige stem kan hebben in ingewikkelde kwesties. Sereen en slim. De werkelijkheid steekt wat anders in elkaar…

‘Daniëlle!!’ klinkt het boos uit de keuken. Ik steek voorzichtig mijn hoofd om de hoek en zie mijn stiefdochter rammelen met een bijna leeg pak vlokken. ‘Waarom heb je geen nieuwe gekocht?’ Tegenwoordig steekt ze beschuldigend haar wijsvinger uit. Echt, ze wijst naar me! Prikt me nog net niet in mijn borst. Ach, de vlokken! Hoe kon ik nou zo falen? Het cynisme ontgaat haar gelukkig niet.

En dan piept de oudste dat zijn telefoon zoek is, zijn sportschoenen nergens zijn te vinden, zijn tandenborstel foetsie is. Hij vraagt nog net niet waar ik die dingen heb gelaten, maar dat bedoelt hij eigenlijk wel.

Het irritante is dat ik altijd direct antwoord voor hem heb (die telefoon zit zonder twijfel in je broek van gister, die sportschoenen liggen in de mand en die tandenborstel is waarschijnlijk op de grond gevallen omdat je hem nooit in de beker zet). En als ik die middag in de supermarkt loop, denk ik aan het priemende vingertje van mijn stiefdochter en gooi de vlokken in mijn kar.

Blijkbaar moeten ze voor die dingen bij mij zijn. Raar, want mijn man doet ook wel boodschappen en ruimt ook op. Hij kan niet zo goed zoeken, toegegeven, maar blijkbaar ben ik het baken in alle huishoudelijke rompslomp. En met kinderen in twee huishoudens is dat nogal wat. Maar waarom ben ik de Assepoester geworden?

Het is gewoon zo gegroeid. Toen ze jonger waren, las mijn man ze ’s avonds altijd voor, met z’n allen in het grote bed en dan deed ik de was. Anders sta je er ook zo bij te kijken. Aangezien ik me nooit helemaal zonder morren in een huishoudelijke rol kan dwingen, maakte ik er al gauw een grap van. Hele theaterstukken van het wasvrouwtje met pratende sokken en al. En dat is ze toch bij gebleven.

Ergens wilde ik de kinderen ook graag plezieren. Ze waren al voorzien van twee prima ouders en ik wilde graag wat toevoegen. Ik werd dus heel goed in de drie R’en van rust, regelmaat en reinheid. Ik kookte lievelingskostjes, hield hun hobby’s bij en kocht kleren waarvan ik wist dat ze lekker zouden zitten. Daarmee liet ik zien dat ik aan ze dacht. En ook dát is ze gelukkig bijgebleven. Want behalve over vlokken en kwijtgeraakte spullen praten we ook over de dingen van het leven. Het lijkt al met al verdacht veel op hoe ik vroeger tegen mijn eigen moeder deed en dat lijkt me eigenlijk wel een goede zaak.

Reageer op artikel:
Wasvrouwtje
Sluiten