8 dingen die je kunt leren van je kind

redactie 19 jun 2018 Opvoedstijlen

Natuurlijk, opvoeden is voorleven, maar we kunnen omgekeerd ook veel opsteken van onze kinderen. Acht levenslessen die je zomaar thuis kunt leren.

Lees je iets over opvoeden, dan valt je op dat ouders bijna altijd als leermeesters worden opgevoerd en de kinderen als leerlingen. Terwijl wij toch echt veel van onze kinderen kunnen leren. Het is misschien even wennen, maar als jij nu eens in het schoolbankje gaat zitten, kun je heel veel opsteken van je zelfgeproduceerde docent. Ofwel: acht levenslessen van kinderen.

Les 1: Genieten

Kinderen kunnen onbekommerd plezier maken. Of ze nou als peuter uren onbezorgd met een stukje papier spelen, als 8-jarige meidenvangertje doen of als puber ongegeneerd de slappe lach hebben; ze hebben pret. Uitbundig plezier, dat wij aanzienlijk minder vaak beleven. Wanneer lag jij voor het laatst in een deuk? Zo erg, dat je het bijna in je broek deed van het lachen? Het probleem met volwassenen is dat we ons – zonder hulp van stimulerende middelen – meestal niet helemaal durven laten gaan. Er moet altijd wel een wasje gedraaid, een dochter overhoord of een imago opgehouden worden.

Kinderen merken dat hun ouders niet zo monter zijn als zij. Inez Groen interviewde samen met Jeroen Boschma voor hun boek Ik ook van jullie honderden kinderen. Volgens haar denken de meesten dat ze gelukkiger zijn dan hun vader en moeder. 'Mijn ouders zijn altijd zo gestrest,' hoorde ze haar jonge gesprekspartners zeggen. En: 'Mama heeft het al zo druk en dan moet ze ook nog eens voor ons zorgen.' Vervelende bijkomstigheid is dat ze ouder worden daardoor al snel associëren met triester worden. Groen: 'Bovendien willen ze graag dat hun ouders happy zijn. Logisch: blije ouders blijven bij elkaar en bij jou.' Aangezien geluk zit in doen wat je leuk vindt, hebben we toestemming van onze kinderen om dingen voor onszelf te doen. En daar nog van te genieten ook.

Les 2: Niets is vanzelfsprekend

Een peuter van 3 discrimineert niet. Hij constateert misschien dat Mohammed een andere naam en kleur heeft, maar verbindt daar geen enkele negatieve consequentie aan. Kinderen hebben geen last van vooroordelen, stereotypen, omgangsregels of fatsoensnormen die voorschrijven wat we moeten denken en hoe we ons moeten gedragen. Ze aanschouwen de wereld met open blik. Verwonderd vragen ze naar de diepere reden van wat ze zien. Waarom is geel geen blauw? Waarom gaan mensen dood?

Als ze ouder worden, betrekken ze die waarom-vragen ook op ons leven: waarom ga je elke dag naar je werk als je er eigenlijk geen zin in hebt? Waarom vraag je mensen op visite die je niet eens mag? Als we ze al niet afsnauwen, dan dwingen hun vragen ons tot reflectie. En wie weet tot verandering. Zo verleiden kinderen ons misschien om niet altijd alles te accepteren zoals het nou eenmaal is, maar ons af te vragen of dat wel zo vanzelfsprekend is.

Les 3: Leven in het hier en nu

Gebiologeerd volgt je zoontje urenlang een miertje op weg naar zijn hol. 'Kijk mam, nu heeft-ie een broodkruimeltje!' Een paar seconden kijk je mee. En dan denk je alweer aan de bloemkool die opgezet moet worden of aan die rotopmerking van die vriendin. En als het even tegenzit, bedenk je ook nog dat je eigenlijk een slechte moeder bent omdat je niet meer tijd aan dat mierenleger hebt besteed. Tegen de tijd dat jullie aan tafel gaan ben je bekaf en bijt je je superrelaxte zoon toe dat hij – je zei het toch! – nu een vieze vlek op zijn broek heeft van dat gras. STOP!

Leer net als je kind leven 'in het moment'. Mindfull leven, heet dat. Er zijn hele cursussen die je die kunst bijbrengen. Simpel gezegd komt het erop neer dat je je bewust wordt van wat er hier en nu gebeurt, zonder daarover te oordelen of het te willen veranderen. Dat je dingen met volle aandacht doet. Dan blijf je niet hangen in gedachten over hoe het eigenlijk zou moeten zijn. En dat voorkomt een hoop stress, want voortdurend maar piekeren over wat er mis is, maakt een mens niet rustiger. Groot voordeel is dat je dan tenminste wèl weet waar de tijd gebleven is als je kind straks het huis uitgaat.

Les 4: Nieuwsgierigheid zonder angst

Wel eens gezien hoe kinderen zich op een nieuwe computergame storten? Vol overgave vervullen ze de ene missie na de andere. Met rode koontjes van opwinding bereiken ze het volgende level, benieuwd welke monsters ze daar moeten verslaan. Met net zulk onstuitbaar enthousiasme bestormen ze de onbekende wereld die voor hun ligt. Denk aan de baby die alles in zijn mond stopt, de kleuter die alles wil aanraken, de tiener die alles wil uitproberen.

'Het leven van een kind is één grote ontdekkingsreis,' zegt Inez Groen. 'Ze exploreren zonder angst, zonder maar en kan dat wel?, uit pure ongerichte nieuwsgierigheid. Dat zijn wij soms kwijtgeraakt. Denken wij alles al te weten of zijn we bang iets nieuws te proberen? Maar waar zijn we dan bang voor? Om fouten te maken? Dat doen onze kinderen ook en daar leren ze van.' Wij dus ook.

Les 5: Rechtvaardigheid voor alles

Kinderen en dronken mensen zeggen de waarheid. Genadeloos eerlijk verkondigen ze luid dat het door oma samengestelde viergangendiner niet te pruimen is. Ze maken zich niet druk om eventuele gevolgen. Die spontaniteit hebben wij afgeleerd. We kennen tenslotte inmiddels de etiquetteregels. Vaak zijn we door schade en schande wijs geworden en houden we ons maar liever in of verpakken onze waarheden in politiek correcte zinnen. Inez Groen: 'Dat is zeker niet verkeerd, maar ik hoor liever “Ik vind jou stom” dan “Met alle respect, mevrouw Groen, maar…”'

Ze kunnen niet goed tegen onrecht. Omdat dat zo oneerlijk is. Ze zijn tot tranen toe geroerd door bloedende zeehondjes. Ooit overwegen ze – op zijn minst eventjes – of ze toch niet beter vegetariër kunnen worden om de kippen en de kalfjes te redden. Kinderen buitensluiten vinden ze zielig. Hun rechtvaardigheidsgevoel is dan misschien nog zwart-wit en rechtlijnig, maar biedt wel een aardig tegenwicht tegen onze cynische realiteitszin.

Les 6: Doen wat je zegt en zeggen wat je doet

Diezelfde eerlijkheid eisen kinderen ook in relaties met anderen. 'Zeggen dat je van iemand houdt zonder dat te laten zien in je gezichtsuitdrukking of lichaamstaal, werkt niet. Dat pikken ze niet van elkaar en niet van volwassenen.' Onecht en nepgedrag valt snel door de mand. Authentiek zijn staat hoog op het waardenlijstje van jongeren.

Te midden van de talloze mogelijkheden die het leven hun biedt zijn pubers op zoek naar wat écht bij hun past. Bijna tweederde vindt het belangrijk dat mensen zichzelf durven zijn, blijkt uit onderzoek. Voor ouders betekent dit: doe wat je zegt, zeg wat je doet, maar vooral: wees echt. Als je boos bent, ben je boos. Als je blij bent, ben je blij. 'Hoe echter je bent, hoe beter kinderen op je kunnen bouwen,' aldus Groen. Dat geeft veiligheid.

Les 7: Denken buiten de geijkte paden

Een spelletje ganzenbord met kinderen kan een bijzonder stressvolle ervaring zijn. Met groot gemak veranderen ze de spelregels als ze dat beter uitkomt. Om een en ander een paar minuten later weer terug te draaien. Ouders worden daar doodzenuwachtig van: die willen zekerheid, houvast. Het heeft te maken met het vermogen tot flexibiliteit, dat kinderen nog wel hebben en volwassenen meestal niet meer.

Kinderen zul je niet snel op vastgeroeste ideeën betrappen. Ouderen zitten zo gevangen in hun noodlotdenken ('je kunt er toch niks aan veranderen') dat ze nauwelijks openstaan voor nieuwe ervaringen of gedachten. 'Doe eens gek,' spreken ze zichzelf heldhaftig moed in als ze onverhoopt toch een keertje out of the box treden. Om dan te ontdekken dat die momenten keerpunten in het leven kunnen zijn. Daar heb je geen vage goeroe uit India voor nodig. Luister onbevangen naar de originele analyses en onconventionele gedachten van je eigen huisgoeroes en neem een paar minuten de tijd om je af te vragen of je er misschien toch niet iets mee moet.

Les 8: Geloof in jezelf

De laatste les is de belangrijkste. Veel ouders zijn onzeker over hun opvoedcapaciteiten. Maar als je naar onze kinderen kijkt, is dat absoluut niet nodig. De Nederlandse jeugd behoort nu al een paar jaar op rij tot de gelukkigste in de wereld, blijkt uit diverse internationale onderzoeken. Jonge Nederlanders voelen zich gesteund, kunnen best goed met papa en mama praten, hebben genoeg vrienden, vinden school leuk en gaan niet al te erg onder hun huiswerk gebukt. Tussen de 90 en 95 procent van de 11-, 13- en 15-jarigen geeft een 6 of hoger voor de kwaliteit van hun leven. Niet voor niets gaan kinderen steeds later het huis uit en steeds langer met hun ouders op vakantie, al zal de financiële crisis daaraan ook een handje bijdragen. Maar afgezien van dat geld: waarom zouden ze hun eigen weg gaan? Ze mogen veel, ervaren geen gigantische generatiekloof en hebben thuis hun eigen hotelkamer.

'Ze brullen om het hardst hoe gelukkig ze wel niet zijn,' merkte ook Groen. 'Ik ben het gelukkigst, riep er één. Nee, ik, riepen de anderen. Hun ouders gaven ze een 9, een 10, een 10+ of een 10+++. En dat gold niet alleen voor de kleinsten in ons onderzoek, maar ook voor de 13- en 14-jarigen.' Waar maken wij ons dan zo druk om? Onze kinderen vinden ons geweldig! Laten we daarom wat meer vertrouwen op onszelf en ons minder laten leiden door pedagogische adviezen, ontwikkellijstjes of deprimerende doemberichten in de media.

Reageer op artikel:
8 dingen die je kunt leren van je kind
Sluiten