‘We gaan niet meer bij oma eten, echt niet’

redactie 22 jun 2018 Blogs

De zorg voor een gehandicapt kind is het makkelijkst als je gewoon thuis blijft. Thuis is er een hoog-laagbed met extra lang aankleedkussen, een aangepaste stoel, een hoog hek voor de keuken en niet te vergeten: een eindeloze voorraad medicijnen, schone kleren en luiers. Geen gesleep, geen gedoe en vooral: geen stress omdat je iets essentieels vergeten bent.

Uitstapjes vergen een zorgvuldige voorbereiding – wat moet er allemaal mee – én, in Yaëls geval, een precieze timing. We kunnen best veel met haar, mits de uitjes niet te lang duren, niet te laat op de dag plaatsvinden en de hoeveelheid drukte beperkt is: niet te veel mensen en niet te veel lawaai. Steeds ligt het gevaar van overprikkeling op de loer, en de lijn tussen wat nog net kan en wat niet meer kan is dun.

Vorige week gingen we bij mijn moeder eten. Yaël had niet geslapen die middag – dat doet ze al een paar maanden niet meer – maar ik had haar zoals gewoonlijk wel een uurtje in haar bed gelegd, zodat ze kon bijkomen van de ochtend.

Ik had mijn moeder al gebeld dat we vroeg aan tafel moesten omdat Yaël op tijd naar bed moest. Mijn moeder had braaf rekening gehouden met de strakke planning en de maaltijd zo veel mogelijk voorbereid.

Yaël at apart om halfzes en wij gingen op z'n Hollandsch om zes uur stipt aan tafel. Maar toch ging het mis. Vanaf het moment dat we aan tafel zaten liet Yaël duidelijk aan Hanno en mij merken dat ze naar huis wilde, naar huis en naar bed en wel meteen. Ze trok nerveus aan onze kleren, wipte ongedurig op en neer, maakte ongeduldige geluiden en trok een wanhopig gezicht. Alle signalen wezen één kant op: het was genoeg, meer dan genoeg.

Eigenlijk hadden we dit wel een beetje kunnen voorspellen: thuis komt ze zich doorgaans om halfzeven melden omdat ze naar bed wil. En dan moet ze ook echt naar bed, want dan is ze op en afgedraaid. Maar goed, je probeert eens wat.

Wij werkten dus zo snel mogelijk de zondagse maaltijd weg, wat een beetje lullig was voor mijn moeder, en daarna hup, hup, hup, het zelfgemaakte toetje erachteraan. Ik zei steeds tegen Yaël: 'Papa en mama eten heel even hun bord leeg en dan gaan we naar huis.' Hanno werd zichtbaar nerveus. Direct na het eten reden we plankgas naar huis.

Yaël was inmiddels zo overprikkeld dat ze moest huilen. Het uitkleden thuis ging met gegil gepaard. Eenmaal in bed viel ze gelukkig snel in slaap, maar vanaf vijf uur 's nachts was ze opnieuw aan het gillen.

Bij het ontbijt huilde ze nog steeds. Ik improviseerde vlug een debriefing: ik nam nog eens rustig de vorige avond door en drukte Yaël een keer of twintig op het hart dat we niet meer bij oma gingen eten, echt niet, en dat we voortaan alleen nog maar 's ochtends naar oma zouden gaan. Het hielp, gelukkig, ik zag aan haar dat ze me begreep en, belangrijker, dat ze zich begrepen voelde.

Een paar dagen later zat ik met mijn moeder en zusje aan een saucijzenbroodje in de Bijenkorf, tussen honderden andere moeders en dochters, want het was herfstvakantie. Ik vertelde mijn moeder hoe het verder afgelopen was thuis en dat we voorlopig niet meer kwamen eten, ook niet met kerst. Misschien over een paar jaar weer. We konden nog wel op de koffie komen, dat wel, of voor de lunch. Ze begreep het.

Ik was opgelucht over de beslissing, maar had ook het gevoel dat de wereld weer wat kleiner was geworden. 

Reageer op artikel:
‘We gaan niet meer bij oma eten, echt niet’
Sluiten