We rommelen met zalf en verbandjes

redactie 22 jun 2018 Blogs

Toen ik zwanger was van Yaël zeiden mensen, als het jongen-meisjethema ter sprake kwam, bijna altijd: 'Ach, als het maar gezond is.' Ik ging daar nooit zo op in, omdat ik eigenlijk voetstoots aannam dat Yaël gezond zou zijn. Ik bedoel, ik ben gezond, Hanno is gezond en ik was een bijzonder brave zwangere: ik nam nog geen druppel alcohol, nog geen flinter filet américain en nog geen halfje paracetamol.

Yaël bleek niet gezond te zijn. Ik zag daardoor al snel de betrekkelijkheid van die uitspraak in. En ook de betrekkelijkheid van het begrip 'gezondheid'. Want ondanks haar zware verstandelijke beperking en de epilepsie waardoor ze elke dag geplaagd wordt en ondanks de batterij medicijnen die ze slikt om die epilepsie binnen de perken te houden, blaakt Yaël van gezondheid. Ze groeit als kool, wat heet, ze is een van de langste 7-jarigen die ik ken, ze is bijna nooit ziek, hooguit af en toe verkouden, ze heeft een gezonde eetlust, hagelwitte tandjes, een puntgave huid, een dikke, glanzende bos haar en ze is niet te dun en niet te dik. U hoort, hier spreekt een trotse moeder.

Een gezond kind is een bijzonderheid in de gehandicaptenwereld. Vooral meervoudig gehandicapte kinderen hebben meestal een zwakke gezondheid, soms gevaarlijk zwak. Ik ben dus een gezegend mens met mijn gezonde dochter: ik hoef niet de hele tijd bang te zijn dat ze doodgaat. Dat klinkt cru, maar dat is voor veel collega-ouders de realiteit. Toegegeven, Yaël is vaak moe. Ze heeft bovengemiddeld veel slaap en rust nodig omdat de epilepsie veel energie kost. Maar verder vind ik haar bijna normaal, wat haar gezondheid betreft.

De laatste weken wordt ze echter geplaagd door een typische gehandicaptenkwaal: een lelijke smetplek tussen haar vingertjes. Dat zit zo: Yaël heeft bijna altijd een hand in haar mond. Daar is ze mee begonnen toen haar eerste melktandje loszat. En dat is nu al een paar jaar een tic. Het is altijd haar linkerhand. De tic gaat gepaard met veel kwijl. En doordat die hand dus al een paar jaar ondergekwijld wordt, is er tussen haar middelvinger en haar ringvinger een smetplek ontstaan.

Het probleem is dat je een kind met haar verstandelijke niveau geen instructies kunt geven en ook niet kunt uitleggen waarom het niet zo verstandig is, die hand in die mond de hele dag. Dus waren we al aan het rommelen geslagen met zinkzalf, verbandjes en handschoenen. De plek werd lelijker en lelijker. Ik was bang dat het een ontsteking zou worden en maakte voor de zekerheid een afspraak met de huisarts. Die zag meteen dat er een schimmelinfectie bij gekomen was, schreef een zalfje voor en leerde Hanno hoe hij de plek goed kon verbinden. ‘Als jullie het vijf dagen droog houden, is het over,’ zei ze monter.

Dat is nu een week terug. De plek ziet er beter uit, maar is nog lang niet weg. We rommelen gestaag door met zalf, verbandjes en handschoenen. We zullen de smetplek eronder krijgen! En dan op naar het volgende project: hoe zorgen we ervoor dat ze die tic kwijtraakt? 

Reageer op artikel:
We rommelen met zalf en verbandjes
Sluiten