We zitten met de handen in het haar: hoe verder met Koekie?

redactie 21 jun 2018 Blogs

Wij hebben een gedragsvragenlijst ingevuld over Koekie, onze 8-jarige pleegzoon. Een soortgelijke vragenlijst is ingevuld door zijn twee schooljuffrouwen. Dat hebben we natuurlijk niet zomaar gedaan. We denken namelijk dat we toch wel een probleem hebben met hem. Hij kan zich niet concentreren, hij eist te veel aandacht, hij is druk, hij babbelt onophoudelijk en hij luistert niet.

Een kleine bloemlezing:

˜Heeft moeite met het opvolgen van aanwijzingen.

˜Overtreedt schoolregels.

˜Praat voor zijn beurt.

˜Heeft moeilijkheden met leren.

˜Veroorzaakt onrust in de klas.

˜Koppig, stuurs of prikkelbaar.

˜Presteert beneden eigen niveau.

Wat de hele situatie nog eens extra gecompliceerd maakt, is dat hij tegelijkertijd zo gesloten als een oester is. Over zijn gevoelens kom je niks te weten. De situaties waarin hij thuis en in eerdere pleeggezinnen gezeten heeft, daar rept hij met geen woord over. Hoe het op eerdere scholen ging, we weten het niet van hem. En woede- en verdrietaanvallen komen uit het niets en worden niet verklaard.

Op school en thuis zitten we nu met de handen in het haar. We hebben een punt bereikt waarop we iets moeten doen, maar we weten niet wat.

Het vervelende is namelijk dat we voor zo'n beetje iedere behandeling die we Koekie willen geven, toestemming nodig hebben van zijn moeder. En zo simpel als dat klinkt, zo moeilijk is het. Het contact tussen moeder enerzijds en pleeg- en jeugdzorg anderzijds verloopt, zacht gezegd, tamelijk moeizaam. Of we moeders toestemming krijgen voor bijvoorbeeld een bezoek aan een psycholoog, is afwachten. Het is een van de grote frustraties voor pleegouders; dat je niet de stappen kunt nemen die goed en noodzakelijk zijn voor een kind. Het was ook een van de ˜verrassingen' waar we vooraf niet op voorbereid waren.

Op zaterdagochtend zeg ik tegen hem dat hij bij mij aan tafel moet komen zitten. Meestal heeft mijn vrouw de serieuze gesprekken met hem, nu vind ik dat het een keer mijn beurt is.

˜Maar ik wil voetballen, zegt hij. ˜Ik wil dat jij met mij een balletje gaat trappen.

Dat doe ik, zeg ik. ˜Als wij klaar zijn met ons praatje.

Hij gaat zitten en ik zeg: ˜Zo gaat het niet langer, Koekie. Je moet echt gaan luisteren, je moet gaan opletten, je moet je best doen. En je moet niet zo verdomde eigenwijs zijn en net doen of je alles al weet en kunt. Als het zo doorgaat, kun je niet naar groep 5. Dan moet je voor het derde jaar op rij groep 4 doen. Misschien moet je dan wel naar een andere school, een school voor kinderen die niet opletten. Wil je dat?

˜Nee, ik wil op deze school blijven, zegt hij.

˜Soms denk ik ook wel eens dat je niet je best doet en niet luistert, omdat je gewoon hier weer weg wilt, weer ergens anders naar toe. Is dat zo? ga ik verder met het kruisverhoor.

Nee, ik wil hier blijven, zegt hij.

Zullen we dan de afspraak maken dat je vanaf nu gaat luisteren, gaat opletten en je best gaat doen? rond ik af.

Ja Frans, dat beloof ik, zegt hij. ˜Nu heb je wel genoeg gepraat. Gaan we voetballen?

Ik kijk nog een keer naar de ingevulde vragenlijst van de juffen en lees het zinnetje: ˜Hij kan heel enthousiast en spontaan zijn. Want zo is het natuurlijk ook: ondanks zijn gebreken en onvolmaakte gedrag vinden we het makkelijk om van hem te houden.

Met die gedachte loop ik met hem en een bal de stromende regen in.

Reageer op artikel:
We zitten met de handen in het haar: hoe verder met Koekie?
Sluiten