Wil ik nog een tweede kind?

redactie 22 jun 2018 Blogs

Een dag nadat ik bevallen was van Yaël, zei ik: ik wil nog een kind. Yaël was een maand te vroeg geboren, nog voor ik met zwangerschapsverlof ging. Ik miste de gezelligheid van de zwangerschap, het leven in mijn buik, het permanente samenzijn. Ik miste Yaël ook letterlijk, want die lag in de couveuse.

Toen Yaël 1 geworden was, zeiden mijn vriendinnen met kinderen dat ze zich een jaar na de bevalling pas weer de oude voelden. Ik had geen idee waar ze het over hadden. Ik voelde me nog net zo moe als toen ik pas bevallen was. Yaël sliep zelden en was, hoe zal ik het zeggen… slecht op haar gemak in het leven. In de boekenkast stonden inmiddels titels als ‘The no cry sleep solution’ en ‘Regelmaat en inbakeren’. Op internet had ik uitgegoogled dat Yaël een ‘high maintenance baby’ was. Ze was wel gerust te stellen, maar daar ging veel tijd en energie in zitten.

Zo veel tijd en energie, dat het ‘ik wil nog een kind’ van vlak na de geboorte ver naar de achtergrond gedrongen was. Niet alleen bij mij, maar ook bij de geliefde. We hadden het er nooit meer over.

Yaël werd 2 en bleek epilepsie te hebben, ze werd 3 en bleek autistisch en verstandelijk gehandicapt te zijn. Van ‘high maintenance baby’ was ze ineens ‘special needs child’. We belandden in een achtbaan van ziekenhuisbezoeken en onderzoeken. En vooral in een permanent geregel. Een geschikt kinderdagcentrum voor Yaël, een persoonsgebonden budget, een aangepast bed, een machtiging voor – zoals dat zo mooi heet – incontinentiemateriaal, een aangepaste stoel, het kwam er allemaal. En er kwamen medicijnen, vier soorten, die altijd voorradig moesten zijn.

Heel soms hadden we het er even over, een tweede kind, maar dan zei ik al snel: ik moet er op dit moment niet aan denken. Misschien ooit, maar niet nu.

Niet nu en misschien wel nooit.

Soms, als ik een schattig baby’tje zie of een waggelende peuter, denk ik heel even: weet je wat, we doen het gewoon en we zien wel hoe het loopt. Maar dan ga ik nadenken en probeer ik me voor te stellen hoe het zou zijn met nog een kind. En daar kom ik niet uit.

We hebben, nu Yaël 5 is, min of meer een balans bereikt als gezin. Geen stevige, onwankelbare balans, maar een klein, breekbaar balansje. Nu weet ik heus wel dat het hele idee van een werk-privé balans voor de meeste gezinnen een abstractie is. Dat het meer iets is voor tweeverdieners zonder kinderen, die tijd overhebben voor cursussen mindfulness. Dat de realiteit voor mensen met kinderen meer neerkomt op doormodderen en blij zijn dat alles min of meer loopt. Maar toch.

Eén ding staat voor mij voorop: Yaël moet zo lang mogelijk thuis blijven wonen, bij ons. Ik zie dat grotere gezinnen met een gehandicapt kind veel eerder (noodgedwongen) zorg gaan uitbesteden. Niet alleen omdat de ouders het niet aankunnen, maar ook om de andere kinderen de aandacht te geven die ze al zo vaak moeten missen. Moet Yaël straks een paar nachten per week naar een logeerhuis omdat ik zo nodig een tweede kind wil? Zal ik Yaël nog wel alle aandacht kunnen geven die ze nu krijgt? Yaël communiceert heel veel, maar haar ‘lezen’ vraagt voortdurende oplettendheid. Dat zal met een tweede kind veel moeilijker worden. Ik zal ongetwijfeld veel van wat ze probeert te zeggen missen en misschien zal het daardoor wel minder goed met haar gaan dan nu. De zorg voor Yaël zal de komende jaren ook zwaarder worden, niet lichter.

En hoe zal het tussen mij en de geliefde gaan? Onze relatie heeft de storm van de afgelopen jaren overleefd, maar niet zonder slag of stoot. En met mijzelf? Ik heb nu wat vrijheid, wat ademruimte, met dank aan de goede dagopvang voor Yaël en het persoonsgebonden budget. Dat verandert ook allemaal als ik weer een baby krijg.

En dan is er nog iets. Zo onbezonnen als we bijna zes jaar geleden aan het plan-baby begonnen, zo bezorgd ben ik nu. Wat als er met het tweede kind weer iets is? Wat als het opnieuw autistisch is?

Misschien dat de sluimerende kinderwens op een gegeven moment zo groot wordt, dat alle bezwaren die er zijn, er niet meer toe doen. Maar misschien blijven we ook wel gewoon met z’n drieën. Ik weet het niet.

Reageer op artikel:
Wil ik nog een tweede kind?
Sluiten