‘Yaël heeft hier al een paar keer gepoept!’

redactie 21 jun 2018 Blogs

Toen ik een aantal jaren geleden kennismaakte met de gehandicaptenzorg, was ik verbaasd over deze nieuwe wereld die ik betrad: een lieve, zachtmoedige wereld. Ik werkte toen nog bij een zakenblad, waarin geld– en statusbeluste types figureerden. Sowieso is het een wat cynisch volkje, het journaille.

Mensen die ervoor kiezen begeleidster te worden in een dagcentrum voor verstandelijk gehandicapten, hebben niet voor status gekozen en al helemaal niet voor geld.

Zo was er Willie, die jammer genoeg nu ergens anders werkt. In het begin moest ik aan haar wennen, omdat ze overal nogal de tijd voor nam. Dan racete ik met Yaël het kinderdagcentrum binnen, op weg naar mijn werk, en wilde ik even snel iets tegen Willie zeggen. Maar daar kwam niets van in. Willie moest mijn woorden over mijn kostbare kind rustig op zich laten inwerken en had tijd nodig om tot een reactie te komen. Alles aan Willie straalde kalmte uit. Een weldadige kalmte, waar de kinderen wel bij voeren.

Soms moest ik om Willie lachen. Zoals die keer dat ze jubelde: ‘Yaël heeft hier al een paar keer gepoept! Dat vind ik nou zo móói hè, dat ze dat vertrouwen heeft, dat ze gewoon hier durft te poepen.’ Over luiers verschonen hoorde ik haar niet. Dat deed ze ongetwijfeld met dezelfde vreugde.

Ik heb vaak tegen Yaël gezegd: ‘Ga straks maar lekker poepen op school. Dat vindt Willie mooi.’

Als er meer Willies zouden zijn, zou de wereld er een stuk mooier uitzien, dat weet ik zeker.

En dan was er Ada, de ‘heilpedagoge’ en de oprichtster van Yaëls dagcentrum. Bij het eerste huisbezoek ruim twee jaar geleden zei ze in het eerste kwartier al minstens drie rake dingen over Yaël. De geliefde en ik noemden haar altijd gekscherend ‘de goeroe’, omdat ze alle leidsters persoonlijk heeft opgeleid. Ada was een vrouw met een missie en met het vermogen feilloos door de handicaps van kinderen heen te kijken. Altijd als er problemen waren met een kind, als het geplaagd werd door angsten of huilbuien, werd Ada gebeld. En die wist altijd wat ze moest doen.

Waren, had, werd. Verleden tijd. Ada is namelijk ontslagen. De echte wereld is doorgedrongen in de arcadische zorgwereld waar Yaël vertoeft. Yaëls dagcentrum is al een aantal jaren geleden noodgedwongen opgegaan in een ‘zorggroep’. Daar is nu een nieuwe manager gehandicaptenzorg aangesteld. En die is uit een wat ander hout gesneden dan de mensen op de vloer. De afgelopen maanden sijpelden berichten naar buiten over een serieus conflict tussen Ada en de nieuwe manager. Een arbeidsconflict. Het waren de opmaten voor een ontslag op staande voet. Ongeveer tegelijk met het ontslag vindt, zoals dat heet, ‘de implementatie van het nieuwe functiehuis’ plaats. Omdat de zorggroep bestaat uit vele kleine organisaties met allemaal hun eigen manier van werken, brengt de manager nu uniformiteit aan door middel van een functiehuis. Begrijpelijk, al leidt de wat rigide ‘implementatie’ er helaas toe dat twee juffen Yaëls groep verlaten die dat helemaal niet willen en dat er twee juffen voor in de plaats komen, die ook helemaal niet weg willen van hun eigen groep. En Ada past niet in het functiehuis omdat ze wel tientallen jaren ervaring heeft, maar geen academische titel.

De manager verklaarde zich bereid de ouders te woord te staan over al deze ontwikkelingen.

Daar zitten we dan, in een grote kring, in een van de klasjes. De ouders zijn fel, betrokken als ze zich voelen bij het dagcentrum. Vooral de oude garde, die intensief te maken heeft gehad met Ada, roert zich. De manager spreekt een andere taal dan de leidsters op de vloer. Zorgmanagerstaal. Op veel opmerkingen reageert ze met de frase: ‘Dat neem ik mee.’ Haar eigen toelichtingen introduceert ze met: ‘Dan wil ik jullie nog meegeven dat.’ Alle veranderingen, en ook het ontslag, zijn voldongen feiten, niets meer aan te doen, dus er valt niets mee te nemen. Maar ze wil ons nog wel iets meegeven over het ontslag: ‘Als het jullie een beter gevoel geeft om mij daarvan de schuld te geven, moeten jullie dat vooral doen.’ Waarop één vader bijna ontploft: ‘Ik wil niet zó aangesproken worden. Er is hier iets heel smerigs gebeurd, er is een vies spel gespeeld.’

Het is een geladen, negatieve avond. Wij, de ouders, zijn bezorgd over wat we ‘de ziel’ van het dagcentrum noemen. Ik heb er een vervelende nasmaak van.

Als ik Yaël een paar dagen later wegbreng, zie ik dat de muren in haar klasje ineens zachtroze zijn. Het ziet er heel mooi uit. De leidsters zijn hun serene zelf. De nasmaak verdwijnt een beetje naar de achtergrond. Dit zijn de mensen om wie het gaat, denk ik. Dit zijn de mensen die met mijn kind werken. En mijn vertrouwen in deze mensen is onverminderd groot. Ik hoop dat de zorggroep hen, in tegenstelling tot Ada, op waarde schat en koestert.

Reageer op artikel:
‘Yaël heeft hier al een paar keer gepoept!’
Sluiten