Yaël heeft nooit luizen

redactie 22 jun 2018 Blogs

De meeste kinderen van Nederland hebben op dit moment herfstvakantie. Yaël niet, Yaëls dagbesteding blijft gewoon open. Die gaat alleen drie weken dicht in de zomer en een paar dagen tussen kerst en oud en nieuw. Vorige week zei ik nog tegen iemand: ‘Als ik dan soms hoor hoeveel weken vakantie normale kinderen hebben, ben ik zo blij dat ik een gehandicapte heb. Al die vakanties, dat is toch niet te doen met een baan.’

Ik heb besloten vandaag maar weer eens mijn zegeningen te tellen als moeder van een gehandicapt kind. Dat is af en toe goed, voor mezelf, maar ook om te voorkomen dat ik onder de lezers bekend kom te staan als die zuurpruim met die chagrijnige stukjes. Nu is er de laatste tijd helaas vrij veel om zuur over te zijn. Wéér een korting van 10 procent op Yaëls persoonsgebonden budget komend jaar, om maar eens iets te noemen, na twee eerdere forse kortingen, waardoor we nu echt niet meer de zorg kunnen inkopen die ze nodig heeft en die wij als gezin nodig hebben om het vol te houden. En de administratie die het Zorgkantoor nu van ons, als haar ouders, verlangt en waar Hanno en ik een paar weekenden mee zoet geweest zijn.

Sorry, ik dwaal af, dit zou een blij stukje worden, met zegeningen.

Yaël heeft dus bijna geen vakanties en ze heeft ook nooit luizen. De afgelopen jaren kreeg ik regelmatig een briefje mee van de dagbesteding of ik haar wilde controleren – de instelling is te klein voor een officiële luizenmoeder. Dat deed ik steeds braaf, maar ik zag nooit een luis of een neet. Een paar maanden terug zei ik dat eens tegen een collega-moeder. ‘Wat voor medicijnen krijgt ze?’ vroeg die meteen.
‘Depakine en Frisium,’ antwoordde ik.
‘Komt door de Depakine,’ zei de moeder. ‘Daar houden luizen niet van.’

Ik hoef dus nooit meer te controleren. Fijn hè?

Op Yaëls dagbesteding hebben ze trouwens ook geen sportmoeders, leesmoeders en schoolreismoeders, om de doodeenvoudige reden dat er niet gelezen en gesport wordt en er ook geen schoolreisjes zijn. Goed hè?

Wat ik ook een groot voordeel vind van een gehandicapt kind is dat ze me later nooit om de oren zal slaan met wat ik allemaal verkeerd gedaan heb – ongetwijfeld veel. Yaël kan niet praten en stel dat ze dat tegen die tijd wel een beetje kan, dan is het met haar verstand toch erg onwaarschijnlijk dat ze zal zeggen: ‘Je was vaak emotioneel afwezig.’ Of: ‘Het is jouw schuld dat ik mijn school niet heb afgemaakt.’ Dat laatste kan ze sowieso nooit zeggen, door de ontheffing van de leerplicht. Handig!

Een kind dat niet kan praten heeft nog meer voordelen. Nooit discussies over kledingkeuze, menukeuze, televisiekeuze of wat voor keuze ook. Yaël laat het overigens goed merken als ze het ergens niet mee eens is, desnoods met geweld. Maar dat is vast minder vermoeiend dan de eindeloze discussies die een onderhandelingshuishouding vergt.

Ik kan nog wel even doorgaan. Geen citostress, geen gezeur om een iPhone, geen gameverslaving, geen last van pestkoppen…

Volgende week schrijf ik weer iets minder jaloersmakend.

Reageer op artikel:
Yaël heeft nooit luizen
Sluiten