Yaël wil ook participeren

redactie 21 jun 2018 Blogs

Nou, dat was een mooi staaltje framing op Prinsjesdag hè. De verzorgingsstaat maakt plaats voor een 'participatiesamenleving'. Dat is nog eens een gezellige manier om te zeggen dat de overheid zich terugtrekt.
Even over dat woord participatiesamenleving. Jan Kuitenbrouwer wees er in NRC al op dat het eigenlijk een pleonasme is. Hij schreef:
'Heb je hobby's?'
'Ja, ik zing.'
'O, leuk. Solo?'
'Nee, in een participatiekoor.'

Het woord samenleving impliceert al dat de mensen die er deel van uitmaken participeren. Maar goed, dat bedoelen Rutte en de zijnen natuurlijk niet. Ze bedoelen dat iedereen die kan meedoen, moet meedoen en dat sociale regelingen alleen nog maar beschikbaar zijn voor mensen die ze echt nodig hebben omdat de zorg en sociale zekerheid anders onbetaalbaar worden. Daar zal iedereen het mee eens zijn.

Toch zijn er twee dingen die mij niet helemaal lekker zitten in dat hele participatieverhaal. Rutte zei op Prinsjesdag ook: 'Die verzorgingsstaat zie je steeds meer veranderen in een participatiesamenleving, waarin de mensen die zijn aangewezen op de overheid als schild voor de zwakken, ook op die overheid kunnen rekenen.' En dat laatste is niet helemaal waar. De zwaksten leveren in. En dat is op zichzelf terecht, want we leveren allemaal in en de 'pijn moet verdeeld worden' zoals dat tegenwoordig heet. De zwaksten leveren alleen veel meer in dan de anderen.

Yaëls persoonsgebonden budget wordt in drie stappen met zo'n 25 procent verlaagd. Haar instelling heeft het afgelopen jaar per kind zo'n 3500 euro minder gekregen dan het jaar ervoor. Dat heeft te maken met een bezuiniging op het vervoer, waardoor dat uit andere zorgpotjes moet worden bijgepast. Ik ken verder geen enkele groep die zoveel inlevert en dat wekt niet echt vertrouwen in de participatiesamenleving. Daar komt nog bij dat participeren op de manier waarop dit kabinet de term gebruikt, vooral een financieel-economische activiteit is. In mijn ideale participatiesamenleving gaat het erom dat iedereen meedoet, ook de zwaksten, ook de onrendabelen. Dat betekent dat er ook aan de zwaksten eisen gesteld kunnen worden. Dat ze niet op die spreekwoordelijke bank blijven zitten omdat ze zogenaamd zielig zijn. Maar dat betekent ook dat hun bijdrage geld mag kosten.

Om een voorbeeld te geven: ik heb deze zomer rondgekeken op Breidablick, een antroposofische instelling in de Beemster. Daar wonen en werken verstandelijk gehandicapte volwassenen van alle gradaties. En die werken allemaal op hun eigen niveau. Er is een bakkerij, een pottenbakkerij, een kruidentuin, een weverij en nog veel meer. Iedereen doet mee. Als iemand bij wijze van spreken alleen maar een amandel in een koekje kan drukken, dan is dat zijn 'werk'. Dat vind ik de ware participatie; dat gehandicapten een zinnig bestaan kunnen leiden waarin ze iets maken wat andere mensen kunnen kopen, ook al is dat duurder dan dat ze op de bank zitten. En als ze echt niets kunnen, want dat bestaat ook, dat er dan toch een activiteitenprogramma voor ze is. Dat ze toch iets 'moeten'.

Ik zag het helemaal voor me: een volwassen Yaël die nootjes in koekjes drukt en trots is op haar 'baan'. Ik hoop maar dat daar in de toekomst ook nog geld voor is in de participatiesamenleving.

Reageer op artikel:
Yaël wil ook participeren
Sluiten