Ze moet wel mee naar het ziekenhuis

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Weet je zeker dat je het redt vandaag?' vraagt Hanno. Hij heeft zijn jas al aan.
Ja, echt, ga maar naar je werk.'

Yaël en ik zijn allebei ziek. Een paar dagen terug hadden we beiden nog boven de 39 graden koorts, maar ik voel me al iets beter en volgens mij is Yaël ook al wat opgewekter dan een paar dagen terug. Haar koorts onderdrukken we met paracetamolzetpillen vanwege het risico op epileptische aanvallen.

De afgelopen dagen heeft vriendin Catrien in huis hand-en-spandiensten verricht, maar zij is nu ook ziek.

Hanno heeft Yaël na het douchen weer in haar bed gelegd en ik hoor haar snurken als een obese vrachtwagenchauffeur. Wij komen de tijd wel door.

Ik neem een paracetamol en ga op de bank liggen lezen. Dan, even na elf uur, hoor ik Yaël ineens hard huilen. Ik loop naar haar kamer om te kijken wat er aan de hand is. Oe, wat is ze warm. Ik besluit meteen nog een zetpil te geven – meten komt later wel – en rits haar slaapzak open. Wat ligt ze te rillen! Dat komt vast door de koorts. Zo, de zetpil zit erin. Ik zie Yaëls armen en benen nu trekken. In een soort vertraging dringt er tot me door wat er aan de hand is. Dit is een epileptische aanval, en niet zo'n kleintje ook. Ik neem haar in mijn armen en til haar naar het grote bed. Het trekken is nu overgegaan in stuipen en ik zie haar oogjes wegdraaien. Haar ademhaling is zwaar. 'Dit is niet goed,' zeg ik hardop. Het stuipen gaat door, het duurt te lang. Ik heb geen coupeermiddel in huis, een medicijn om een aanval acuut te stoppen. 'Ik ga een ambulance bellen,' zeg ik tegen Yaël. Ik leg haar op bed, ren naar de kamer, haal de telefoon en bel met een schuin oog op Yaël 112. De aanval is nog steeds niet gestopt. 'Brandweer, politie of ambulance,' zegt de man aan de andere kant van de lijn.

'Ambulance,' zeg ik, inmiddels in tranen. Ik word doorverbonden. 'Mijn dochter van 7 heeft een epileptische aanval die niet stopt,' zeg ik snel tegen de nieuwe meneer. 'Ze is bekend met epilepsie. Ik heb geen coupeermiddel in huis.' 'Postcode,' klinkt het aan de andere kant. Ik noem de postcode, hij de straatnaam. 'Oké de ambulance is al onderweg, huisnummer?' Het stuipen gaat nog steeds door. De man zegt: 'Ze komen eraan.'

De trekkingen worden minder en stoppen uiteindelijk. Yaël ligt er nu heel raar mij, haar polsjes op haar borst tot een soort klauwtjes gespannen, haar ogen half dicht. Ze is buiten bewustzijn. Het ziet er heel eng uit. Ze ziet lijkbleek en ademt zwaar. Ik ben bang.

Ik snel naar de voordeur om die alvast op een kier te zetten. Hopelijk zijn ze er bijna. In de verte hoor ik de sirene al. Een minuut later staan er een man en een vrouw in onze slaapkamer. Voor ik het weet heeft Yaël zuurstof in haar neus. Ik ben zo opgelucht dat ze er zijn. 'Haar spierspanning is nog niet normaal,' zegt de vrouw. Met een kalmte die me weer een beetje geruststelt doen de twee hun werk. Suiker prikken. Veel te laag. Infuus aanbrengen, glucose erin. Temperatuur meten: bijna 41 graden. 'Ze moet wel mee naar het ziekenhuis,' zegt de vrouw. Ik bel Hanno. Yaël gaat op de brancard en ik ga achter haar aan de ambulance in.

Hanno staat ons al op te wachten bij de Eerste Hulp. Ik moet huilen van opluchting als ik hem zie. We zwaaien naar elkaar. Even later is de kinderarts er al. Hij onderzoekt Yaël en zegt dat we weer naar huis mogen, maar bij twijfel moeten we direct terugkomen. We kijgen coupeermiddel mee.

Yaël slaapt die nacht tussen ons in, zodat we haar goed in de gaten kunnen houden. Ze kruipt als een kleine baviaan tegen me aan, alsof ze beschutting zoekt tegen nieuwe avonturen. 

Reageer op artikel:
Ze moet wel mee naar het ziekenhuis
Sluiten