Zeldzaam

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Mam? Down-syndroom is toch écht heel erg zeldzaam?’
Het is kwart over zeven ’s ochtends en we zitten net aan het ontbijt. Bink heeft voor de verandering een keer een vraag die niet over uitvindingen, robotten of Yu Gi Oh gaat.

Ik geef als antwoord dat er inderdaad maar een paar honderd per jaar worden geboren in Nederland. Ik wil er bijna achteraan vertellen dat de angst bestaat dat er door de nieuwe NIP-test steeds minder downers geboren zullen worden. En dat er een hele groep ouders is, die zich erg inzet om de overheid ervan te overtuigen deze test niet in te voeren. Maar dat vond ik allemaal wat vergaan voor een jongetje van 7.

‘Nou, dan is het dus best bijzonder dat wij Kit hebben, toch mam?’

Ik denk terug aan het gesprek dat wij de avond ervoor hadden.
Bink is de laatste tijd wat uit zijn hum. Daarom probeerde ik te peilen of hem iets dwarszit. Veel meer dan ‘weet ik niet…’ kreeg ik niet uit hem. Ik stelde hem ook rechtstreekse vragen. Niet heel handig, want zo plant je ideeën in zijn hoofd. En Bink blijft daar nog wel eens in hangen. Dus toen ik hem vroeg of hij het af en toe lastig vond dat zijn zusje Downsyndroom heeft, zag ik de radartjes draaien. Wat Bink vooral lastig vond, is dat Kit vaak niet goed luistert en hem best vaak pijn doet. Hij kreeg een extra zielige blik en ik zag zijn ogen afdwalen naar een litteken dat hij van Kit haar knijp- en krasperiode heeft overgehouden.

Ik beaamde het en zei dat ik dit ook af en toe lastig vind. Maar dat Kit ook erg lief is en goed is in troosten als hij verdrietig is. Bink knikte en begon daarna een heel verhaal over een chip in je rug die ervoor kan zorgen dat je een robot wordt en daardoor naar je werk kan rijden. Ik liet het er maar bij en bracht hem naar bed.

Maar de volgende ochtend blijkt dat hij er toch over heeft nagedacht. Dat het dus best bijzonder is dat we Kit hebben.
Een goed uitgangspunt.

Reageer op artikel:
Zeldzaam
Sluiten