Zitten blijven – Wat wint het kind ermee?

redactie 21 jun 2018 Groepen 1-8

Zitten blijven was vroeger heel gewoon. Tegenwoordig wordt daar iets genuanceerder over gedacht. De overheid zou 't liefst zien dat er op de basisschool geen enkel kind meer blijft zitten, maar of dat een haalbare kaart is?

Over zitten blijven wordt heel verschillend gedacht, zo blijkt bij een rondje navragen op diverse basisscholen. Vindt de ene school het een gepaste manier om een kind de nodige basisvaardigheden bij te brengen of een goede start te geven in het voortgezet onderwijs, een andere school vindt dat zitten blijven geen zin heeft. Of richt zich vooral op aanpaste hulpprogramma's die het kind vooruit moeten helpen met dat waar het problemen in ondervindt. Weer een andere school past het doubleren slechts selectief toe. Waar allen het echter over eens zijn, is dat kinderen het niet leuk vinden om te blijven zitten. Al ligt het ook erg aan de manier waarop een school het brengt en hoe kind en ouders daarin begeleid worden. Houd je het bij een simpele mededeling en laat je ze daarna aan hun lot over, dan kan het kind snel gedemotiveerd raken en dat is – daar zijn allen het ook over eens – de slechtste garantie voor een succesvol vervolg in het voortgezet onderwijs.

Extra kleuteren

Theo van Asperen, directeur van RK basisschool 'De Akker', is niet zo'n voorstander van het blijven zitten, en al helemaal niet op grond van het halen van teveel slechte cijfers. 'Wij zijn helemaal afgestapt van het wegen van de voldoendes en onvoldoendes die een kind haalt, maar kijken vooral naar groep 3 en 8. Dat zijn ook de enige groepen waarin ze kunnen doubleren, al kunnen privé-omstandigheden weleens een reden zijn waarom het in een andere groep gebeurt. Maar dat toch bij hoge uitzondering. Waarom alleen in groep 3 en 8? Omdat dat de groepen zijn waarin kinderen een behoorlijke sprong moeten maken. In groep 3 wordt het leesproces nadrukkelijker en gestructureerder aangeboden. Er wordt meer van het kind verlangd: het moet opdrachtjes kunnen uitvoeren, kennis hebben van begrippen en het tempo wordt flink hoger. Als een kind dat niet aankan, er maar bij zit zonder het op te pakken of helemaal geen plezier meer heeft in school, is het beter om het te laten doubleren en een nieuwe start te geven. Want de andere optie is dat je zo'n kind een aangepast programma aanbiedt, maar dat zou het dan altijd moeten volgen. De ervaring leert namelijk dat als een kind ergens slecht in functioneert, dit geen tijdelijk iets is, maar een structureel probleem dat jarenlang aandacht behoeft. Meestal komt het trouwens niet zover, zijn er in groep 2 al aanwijzingen dat het kind nog niet rijp is voor groep 3. Het kan dan beter een jaar extra kleuteren.'

De grote sprong

'In groep 8 moet het kind voorbereid worden om de grote sprong naar het voortgezet onderwijs te kunnen maken. Het moet leren om zelfstandig te werken. De leerling wordt steeds meer op afstand begeleid: je laat het kind al enigszins alleen, zit er niet steeds meer bovenop. Sommige kinderen kunnen dit niet goed aan, zijn gezien hun mentaliteit nog teveel een lagere-schoolkind: ze zijn nog aanhankelijk, een beetje timide en schuchter, gaan in hun mening teveel met de juf of meester mee, zijn te weinig weerbaar. Je vraagt je af of zo'n kind, als het naar de middelbare school gaat, wel dezelfde kansen heeft als de andere brugklassers. Is het antwoord nee, dan is doubleren beter, vinden wij. Nee, dat heeft niets te maken met de Citotoets-score. Ons advies geven we ook altijd weken daarvoor al. Als je het goed uitlegt, begrijpen ouders het ook, vaak voelen ze het zelf aan.'

Druk van ouders om hun kind bijvoorbeeld groep 7 over te laten doen in de hoop dat het een hogere score bij de Citotoets haalt, heeft hij in z'n lange loopbaan slechts één keer meegemaakt. 'Maar dat komt misschien ook, omdat wij niet aan de Cito-entreetoets meedoen. Wij leggen veel meer nadruk op werkhouding en motivatie en wat het kind met z'n eigen talenten wil. De ouders weten dat en gaan daar meestal in mee.'

Maar blijft een kind dat in groep 5 of 6 opeens echt onder de maat presteert, dan niet zitten?

'Dat kan bijna niet, want dan deed het dat in groep 4 ook al. Kinderen die op een aantal onderdelen niet mee kunnen, krijgen een aangepast programma. Dat blijft vaak voor jaren zo. Je kunt je energie beter daarop richten dan het te laten blijven zitten.'

De praktijk

Uit onderzoek blijkt inderdaad dat de problemen die leerlingen hebben vaak blijven bestaan, of ze nu wel of niet blijven zitten, aldus Gerry Reezigt, onderwijsonderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'En daarbij is niet goed kunnen lezen de belangrijkste indicatie. Als je dat als school niet met speciale programma's ondervangt, levert een jaar zitten blijven niet zoveel op. Heb je die programma's als school wel, dan hoeft een kind niet te blijven zitten,' zo vat zij kort en bondig de voor- en nadelen van het zitten blijven samen.

'Ook van het befaamde jaar extra kleuteren, kun je je afvragen: wat wint het kind ermee? Is het niet beter om het kind iets aan te bieden, waardoor het wél mee kan komen?'

Hiermee zit zij geheel op de lijn van het ministerie van Onderwijs, dat sinds de wet op het basisonderwijs vindt dat kinderen op de basisschool één ononderbroken ontwikkelingslijn moeten kunnen doorlopen. Daarin past doubleren niet, ieder kind functioneert immers op z'n eigen niveau. Reezigt: 'Dat is meer overtuiging dan werkelijkheid. De praktijk is dat op 90 procent van de scholen kinderen blijven zitten.'

Een van die scholen is basisschool Klein Heijen dael in Nijmegen. 'Bij ons blijven er in alle klassen kinderen zitten, maar dat is altijd in overleg met de ouders,' zo licht intern begeleider Lya van den Hoogen het beleid toe. 'Leerkrachten spreken vanaf oktober hun zorg uit. Dan wordt er actie op gezet en volgen we zo'n kind nauwgezet. Desgewenst consulteren we de schooladviesdienst. Wanneer extra begeleiding niet helpt en een kind qua prestaties breed uitvalt – dus niet op één vakgebied – wordt er overwogen om het kind te laten doubleren. Maar ook de taak-werkhouding speelt hierin een rol. Meestal laat deze ook te wensen over, wanneer we tot zitten blijven besluiten. Dan komt het erop aan om dit goed met de ouders te bespreken. Je moet er samen uitkomen. Dat lukt meestal ook wel. Soms is er een ouder die per se niet wil dat z'n kind blijft zitten, bijvoorbeeld omdat het lekker in de groep zit. Dat kan een reden zijn om het betreffende kind toch over te laten gaan, we hebben immers gedelegeerd gezag van de ouders. Maar de prestatiekant is en blijft de verantwoordelijkheid van de school. Als wij het niet verantwoord vinden, blijven we bij ons standpunt en gaan we niet akkoord met het dringende verzoek van de ouders.' Er wordt in alle klassen met behoorlijke omzichtigheid mee omgegaan, aldus Van den Hoogen: 'Eerst vertellen de ouders het aan het kind, de dag erna de leerkracht en vervolgens wordt het, heel speels, aan de klas verteld. Er wordt ook altijd een afscheidje georganiseerd.'

Het extra kleuteren komt vaker voor en levert minder moeilijkheden op. Van den Hoogen. 'Dat is gemakkelijker, omdat het om de algehele kleuterontwikkeling gaat. Vaak geven ouders zelf al aan dat hun kind nog niet aan leren toe is, zeggen bijvoorbeeld 'het speelt nog zo leuk'. Maar er gaan evenveel kleuters versneld naar groep 3, omdat ze juist wel aan leren toe zijn.'

Invloed van de ouders

Ouders blijken over 't algemeen mee te gaan met het advies van de school. Ze oefenen niet al te veel druk uit om het anders te laten lopen, al kent elke school uitzonderingen hierop. En dat kan zowel een pleidooi zijn om hun kind toch over te laten gaan als om het een jaar over te laten doen. De belangrijkste reden waarom ze hun kind ondanks het advies van de leerkracht liever laten overgaan, is dat het goed in de groep zit en anders al z'n vriendjes en vriendinnetjes verliest.

Hanka Koster, moeder van de 11-jarige Dido, heeft erg moeten soebatten om haar dochter groep 7 over te laten doen. 'Dido presteerde matig tot zeer matig in groep 7. Toen ik via het zoontje van een vriendin begreep hoe kort groep 8 eigenlijk maar is en hoe belangrijk de Citotoetsscore voor het vervolgonderwijs is, vooral in Amsterdam, heb ik bij de school aan de bel getrokken. Ook omdat ik zelf dacht dat de scheiding enkele jaren daarvoor haar erg bezig gehouden had, waardoor er minder energie voor het leren overbleef. Zij had volgens mij extra tijd nodig om te stabiliseren. De school reageerde daar erg terughoudend op. Dus heb ik haar door een orthopedagoge laten testen. Daaruit bleek dat haar intelligentie ruim boven het gemiddelde lag, maar dat ze in spellen en cijferen achterbleef. Nog was de school niet overtuigd. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat ze uiteindelijk akkoord gingen. Ik heb het met hulp van die orthopedagoge goed moeten onderbouwen. Toch is het maar goed dat ik zo heb doorgezet, blijkt achteraf. Want ze gaat nu als een speer. Voor mij is ze als een puzzelstukje op haar plaats gevallen.'

Maar het kan ook weleens andersom. Zo kregen de ouders van David van school het advies dat hij groep 7 beter zou kunnen overdoen. Zijn moeder: 'Want bij de entreetoets had hij maar een matige score, zo zeiden ze. Hij zou veel meer in z'n mars hebben. Ook zou hij een taalachterstand hebben. Daar was ik het hartgrondig mee eens, maar ik heb er jaren op aangedrongen dat ze daar structureel iets aan zouden doen. Dat gebeurde niet, het was altijd hap-snap. Dus wat zou een jaar extra op die school hem opleveren? Niets. Dan maar liever naar een middelbare school met een goede individuele begeleiding en de mogelijkheid van een extra brugjaar.'

Uit de laatste cijfers (1998) blijkt dat over alle scholen genomen jaarlijks ruim 2 procent van de leerlingen vertraging opdoet door doubleren of een verlengde kleuterperiode. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen de scholen. Scholen met veel 1.9 leerlingen, de zogenaamde achterstandsleerlingen, scoren hoger. Van deze categorie leerlingen is aan het eind van de basisschool 27 procent weleens blijven zitten, bij de 1.25 leerlingen is dit percentage 17, terwijl van de 1.0 leerlingen 11 procent weleens is blijven zitten. Verder blijken jongens vaker te blijven zitten dan meisjes en leerlingen met ouders met een hogere opleiding minder vaak dan leerlingen met ouders die ten hoogste een lbo-opleiding hebben. Van alle groepen doubleren de Turkse en Marokkaanse leerlingen het meest: in groep 8 is ongeveer de helft van deze leerlingen één of meerdere keren blijven zitten.
 

Reageer op artikel:
Zitten blijven – Wat wint het kind ermee?
Sluiten