Zorgplan

redactie 21 jun 2018 Blogs

Met vier vrouw sterk zitten we om de keukentafel. De orthopedagoge, Yaëls persoonlijk begeleidster, een stagiaire en ik. De keukentafel staat in Yaëls instelling en we zitten hier voor de jaarlijkse zorgplanbespreking. Ik heb het zorgplan thuis rustig doorgenomen. Dat was, zoals altijd, een beetje een trip down memory lane. Voor de zoveelste keer heb ik kunnen lezen dat Yaël een maand te vroeg geboren werd, dat ze een gespannen baby was en dat moeder, ik dus, drie jaar borstvoeding gegeven heeft. In zorg-en welzijnsteksten heet ik altijd 'moeder', zonder 'de' of 'haar'. Ik ben mezelf, om strategische redenen, dus ook maar 'moeder' gaan noemen, als ik weer eens een zorgaanvraag doe: 'moeder voorkomt dat Yaël zich verliest in dwanghandelingen'. Dan is het namelijk net of een of andere gezaghebbende autoriteit de aanvraag geschreven heeft, wat ik natuurlijk in zekere zin ook ben, op het gebied van Yaël.

Hier zitten we dus. En we concluderen dat het goed gaat met Yaël. Ze krijgt steeds meer een eigen wil, is zich meer bewust van haar omgeving, maakt vaker dingen duidelijk en is over het algemeen blij, al kan ze, zeker de laatste tijd, ook heel boos worden als dingen haar niet bevallen. Maar goed, ook dat is een teken van ontwikkeling en dat is positief.

'Ze vindt het alleen verschrikkelijk om op de wc gezet te worden,' zegt de persoonlijk begeleidster.
'En dat wordt niet beter?' vraag ik. De leidsters zijn hier in september mee begonnen.
'Nee, ze lijkt het een beetje eng te vinden. Ze raakt ervan in de war.'
'Wat is jouw ervaring met andere kinderen?' vraag ik. 'Heeft het zin om te stoppen en het over een jaar of zo weer te proberen? Kan het dan ineens wel lukken? Of moeten we nu doorzetten?'
'Ja, soms lukt het wel als je het na een tijdje weer probeert.' 'Timing is cruciaal bij zindelijkheidstraining,' voegt de orthopedagoge toe.
'Stoppen dus,' concludeer ik resoluut. 'Als ze ervan in de war raakt, leidt het vast nergens toe. En we hebben geen haast.'

Na het gesprek denk ik nog even na over mijn beslissing. Ja, het zou makkelijk zijn als Yaël ooit zindelijk zou worden. Het is helemaal niet gezegd dat dat lukt, maar het is het proberen waard. Ik zie om me heen dat 'drillen' soms werkt. Gun ik Yaël te weinig frustratie? Vind ik haar te snel zielig? Een normaal kind kun je vertellen dat frustratie erbij hoort, bij het leven en vooral bij dingen leren. Dat dat niet erg is, want er is ook altijd een beloning: je kunt iets wat je eerst niet kon, je haalt een hoog cijfer of je gaat over naar de volgende klas.

Yaëls verstandelijke niveau is te laag voor dat soort gevolgtrekkingen. Alleen als het resultaat binnen handbereik is – de trap oplopen naar haar dagbesteding, om maar eens iets te noemen – begrijpt ze dat moeite doen zin heeft. 
Dat denk ik tenminste. Maar waarom moet ze alleen in dat kleine kamertje op die koude rand zitten? Ik begrijp heel goed dat ze daarvan in de war raakt.

Reageer op artikel:
Zorgplan
Sluiten